Reuzenberenklauw (© Mabel Amber, via Pixabay)

STEENBERGEN – De gemeentelijke site van de gemeente Steenbergen laat weten dat Natuurmonumenten in de komende jaren planten gaat aanpakken die van nature niet in Nederland voorkomen. Natuurmonumenten gaat dit doen omdat de planten snel groeien en daardoor andere planten kunnen verdringen, waardoor planten en dieren die van nature in het Krammer-Volkerak voorkomen minder ruimte hebben. 

Natura 2000-gebied 
Volgens de site van Natuurmonumenten gaat de organisatie de komende jaren woekerende planten in het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak aanpakken, waarbij het gaat om 5 plantensoorten die normaal gesproken niet in Nederland voorkomen. Gemeld wordt dat de werkzaamheden onder meer plaats zullen vinden in de Slikken van de Heen-Oost, Dintelse Gorzen en Sabina-Henricapolder, die tijdelijk afgesloten worden. De werkzaamheden beginnen op 14 september.  

De planten die van oorsprong niet in Nederland groeien, kunnen zich snel verspreiden, waardoor andere planten worden verdrongen, wat weer gevolgen heeft voor de dieren die afhankelijk zijn van de planten die er normaal groeien. Natuurmonumenten gaat nu proberen om de woekerende plantensoorten terug te dringen, waardoor de planten en dieren die normaal in de gebieden voorkomen weer meer ruimte krijgen. Middels de verwijdering van de planten wil Natuurmonumenten voorkomen dat de bijzondere natuur steeds verder onder druk komt te staan. 

Vijf soorten aangepakt 
Volgens de gemeente Steenbergen en Natuurmonumenten gaat de natuurorganisatie vijf plantensoorten bestrijden en dat zijn Late Guldenroede, Canadese Kornoelje, Dijkviltbraam, Watercrassula en de Reuzenberenklauw. Volgens de mededeling zullen de werkzaamheden niet gelijk van start gaan, daar een ecoloog een inspectie uitvoert om na te gaan of er beschermde planten en dieren in het gebied aanwezig zijn.

Volgens bronnen is de Late Guldenroede – Solidago gigantea – een hoge, overblijvende plant die tot de Asteraceae – Composietenfamilie – behoort en oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt. De gemeenten en natuurorganisaties in Nederland en België beschouwen de plant als een invasieve exoot. Daarentegen valt de Late Guldenroede op door weelderige, goudgele bloemenpluimen, die bloeien van ongeveer juli tot in de herfst. De plant groeit vooral op vochtige, voedselrijke en vaak verstoorde gronden. Men beschouwt de plant als een woekerende soort, maar is daarentegen een belangrijke plaats voor nectar en trekt aan het eind van de zomer vooral insecten aan, zoals bijen, vlinders en zweefvliegen.

Volgens de site van Boomzorg kwam in 2024 de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in 2024 met een waarschuwing over de Canadese Kornoelje – Cornus sericea -. Volgens het bericht zou de bezorgdheid in Nederland groeien over de verspreiding van deze plant, die oorspronkelijk uit Noord-Amerika afkomstig is. Zo zou de NVWA de Canadese Kornoelje geïdentificeerd hebben als een potentieel risico voor de inheemse biodiversiteit. De plant is een sterke, bladverliezende struik uit de familie van Cornaceae, die zo’n 3 meter hoog kan worden. Daarnaast staat de plant bekend om zijn opvallende gekleurde takken en winterhardheid.  

Op de site van het Kennisnetwerk Invasieve Exoten is informatie te vinden over de Dijkviltbraam en volgens deze site is dit een invasieve bramensoort en ondertussen één van de algemeenste bramensoorten in Nederland. Tevens geeft de site aan dat de plant een soort ondoordringbare bramenkoepel vormt, die andere planten verdringt en successie kan verhinderen. Tevens is de Dijkviltbraam niet echt aantrekkelijk voor broedvogels. De Dijkviltbraam – Rubus armeniacus is een meerjarige, houtige struik, die zo’n 3 meter hoog kan worden, naast een uitgebreid, zijwaarts uitbreidend wortelstokstelsel. Uit dit stelsel kunnen elk jaar nieuwe loten ontspringen.

De Watercrassula – Crassula helmsii – staat ook bekend als Waternaaldkruid en is een invasieve uitheemse vetplant die oorspronkelijk afkomstig is van Australië en Nieuw-Zeeland. Normaal gesproken groeit deze plant in en rondom zoetwatergebieden, waar extreem dichte matten worden gevormd. Volgens de gegevens is er een strikt Europees verbod sinds augustus 2025 op het bezit, de kweek, handel, transport en import van de plant, daar de plant andere inheemse vegetatie volledig verdringt en ecosystemen verstikt. In september 2025 liet Natuurmonumenten weten dat de natuurorganisatie de galmijt ingezet heeft in de strijd tegen de Watercrassula. Ondanks dat de mijt maar 0.1 millimeter groot is, kan het veel schade aanrichten aan de plant. De mijt maakt kleine galletjes in de plant, waardoor deze verzwakt en zich minder snel kan uitbreiden.     

Een invasieve exoot die flink voor problemen zorgt, is de Reuzenberenklauw, die vooral te vinden is langs waterlopen, wegen en spoorwegen en vaak zo’n 3 tot 5 meter hoog kan worden. Uit eigen ervaring, kan de plant ook in tuinen voorkomen – waar de plant inheemse plantensoorten verdringt – en de plant bevat stoffen die bij beschadiging van het blad ernstige brandwonden kunnen veroorzaken. Vaak wordt dit in eerste instantie gevoeld in de vingers, die dik en pijnlijk worden. Normaal gesproken moet men zo snel mogelijk met de bestrijding beginnen. De Reuzenberenklauw – Heracleum mantegazzianum – valt vooral op door de hoogte, zo’n 5 meter, en heeft vooral holle stengels en stevige haren. De bladeren kunnen best een meter lang worden en hebben stevige haren aan de onderzijde. Van eind juni tot augustus ontstaan er grote bloemschermen van witte bloemen, waarbij zo’n bloemscherm meer dan 20.000 zaden kan bevatten, die in de grond tot 7 jaar kiemkrachtig kunnen blijven. 

(Bronnen: Gemeente Steenbergen, Kennisnetwerk Invasieve Exoten, Omroep Brabant, Boomzorg, Natuurmonumenten, Zuidwest Update)   

Henny AJ Kreeft (Stichting De Groene Mantelzorger)
Onafhankelijke (Burger) Journalistiek 

© Khamakar News Agency / 04.09.2026  

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geverifieerd door MonsterInsights