HAARLEM – Sinds 4 augustus staat op de gemeentelijke site van de gemeente Haarlem het artikel ‘Praat mee over bomen in Haarlem’ te lezen, waarbij is aangegeven dat het concept Programma Bomen klaar is. In het Programma Bomen laat het college weten hoe de bomen worden beschermd, beheerd en uitgebreid in de gemeente en nodigt de inwoners uit om een mening te geven over het programma. In de vergadering van het college van 30 juni is het Concept Programma Bomen – met haar 5 bijlagen – ter sprake gekomen, om het daarna aan de inwoners voor te leggen
Concept Programma Bomen
Voor de inwoners die een mening willen geven – gebaseerd op de documenten van het college – zijn wel even bezig, vandaar dat het college alleen het Concept Programma Bomen voorlegt aan de inwoners van de gemeente. Ook dat blijft wel even doorlezen en is een flinke zit. Het college geeft in de Inleiding aan dat er elk jaar de bomen van de toekomst worden geplant, waarbij gekeken moet worden om de juiste locatie te geven aan de huidige en toekomstige bomen én tevens voldoende onder- en bovengrondse groeiruimte.
Hierdoor krijgen de bomen de ruimte en tijd om gezond groot en oud te worden, waardoor ze maximale waarde toevoegen aan de stad, de bewoners én de natuur. Daarom is het nu tijd om de juiste keuzes te maken, zodat Haarlem de stad is waar het fijn wonen, werken en leven is of een versteende, grijze stad zonder biodiversiteit en leefbare buurten. Bomen zijn belangrijk voor de stad en de binnenstad kent al eeuwenlange traditie van groen in de openbare ruimte, ondanks dat de huidige binnenstad relatief stenig is. Daarentegen zijn er nogal bomenrijen langs het Spaarne, de Nieuwe Gracht en de singels.
Het college heeft de ambitie om de boomkroonbedekking te vergroten, maar dat is niet in elke buurt in gelijke mate te realiseren, daar wijken sterk verschillen in opbouw, ruimte en mogelijkheden. Dat betekent dat niet elke wijk in dezelfde mate kan bijdragen aan de groei van het bomenbestand. Zo moeten er scherpe keuzes worden gemaakt in dichtbebouwde en sterk versteende buurten.
Opvallend in het document is de 3 – 30 – 300 regel die onder meer op pagina 11 de ‘3 – 30 – 300 vuistregel in Haarlem’ wordt genoemd, waarbij met name het item 30 procent anders wordt geïnterpreteerd dan de bedenker van de formule, groenexpert Cecil Konijnendijk, die met de regel kwam om steden gezonder, koeler en groener te maken. Volgens de expert wordt met ‘30’ bedoeld dat elke buurt voor minstens 30 procent bedekt moet zijn met het bladerdek van bomen – de zogenaamde boomkroonbedekking – wat zorgt voor broodnodige schaduw en koelte tijdens warme dagen. Het college hanteert daarentegen met 30 de regel dat 30 procent van de buurt openbaar groen is.
Bomenbeleid
In hoofdstuk 2.4 wordt gesproken over het Bomenbeleid, waarbij Haarlem kiest voor kwaliteit, wat inhoudt dat men de bestaande kwaliteiten wil behouden en het benutten van kansen voor verbetering. Volgens het college is het hierbij van belang dat zorgvuldig omgegaan moet worden met de schaarste ruimte in de stad, kritisch wordt gekeken waar geplant kan worden en dat de groeiplaatsinrichting en soortkeuze zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. De vraag hierbij is of men kleinere bomen gaat planten of zorgt voor grotere ruimten voor de bomen, waarbij het laatste meer grijze ruimte ingeleverd moet worden.
Tevens is het uitgangspunt dat grote, gezonde bomen behouden moeten worden, omdat deze vele malen waardevoller zijn dan vervanging door jonge aanplant. Bomen hebben daarom genoeg ondergrondse groeiruimte nodig naast een goede voedingsbodem, zodat deze bomen hoge waarden kunnen bereiken en langdurig vasthouden. Gezien de Bomenkaart zijn er nog flink wat wijken waar erg weinig groen te vinden is, waarbij de vraag is hoe dit ingevuld kan worden.
Het Concept Programma Bomen geeft aan dat alle bomen van belang zijn, maar dat sommige bomen lastiger vervangbaar zijn dan andere vanwege de grote historische betekenis, ecosysteemdiensten of beeldbepalende waarde. Daarom zijn de bomen extra beschermd. Tevens wordt gewerkt volgens het uitgangspunt ‘De juiste boom op de juiste plek’. Extra aandacht is er voor het behoud van monumentale en bijzondere bomen en wordt er extra onderhoud ingezet om bij te dragen aan het ontwikkelen en versterken van de kwaliteit van de bomen.
Bijlagenrapport
Naast de Bomenkaart dat van belang is om naast het Concept Programma Bomen te houden, is er ook nog een Bijlagenrapport. De Bomenkaart geeft de bomen aan – waarbij men kan zien, waar nog grijze versteende wijken, buurten en straten zijn – met de gegevens die van groot belang zijn om het bomenbeleid van de gemeente te volgen. Het is alleen jammer dat de laatste 3 rapporten van de periodieke controles en de laatste 3 rapporten van het periodieke onderhoud niet zijn opgenomen als bijlagen.
In het Bijlagenrapport wordt in hoofdstuk 1 een ‘Verklarende Woordenlijst’ meegegeven. Ook hier is weer een afwijkende 3 – 30 – 300 regel aangegeven. Gelukkig is er wel sprake van een BEA – Bomen Effect Analyse – , waarbij uitleg wordt gegeven over het moment wanneer een BEA wordt ingezet. Wat niet terug te vinden is, is de beschrijving van de QuickScan Flora en Fauna – nodig bij kap en snoei van bomen – en de relatie met het Soortenmanagementplan (SMP) .
Het SMP is een gemeentebreed beleids- en onderzoeksplan voor beschermde, gebouwbewonende diersoorten, waarbij te denken aan de gierzwaluw, de huismus en verschillende vleermuizen. Bij bouw- en onderhoudswerkzaamheden kan men de dieren aantreffen in spouwmuren, onder dakpannen en achter gevelbetimmering. Indien men de SMP goed heeft geregeld, weet men – bij het inzetten van de QuickScan Flora en Fauna – of dat de beschermde diersoorten – en eventuele andere – voorkomen in de buurt van de bomen en straten.
(Bronnen: Gemeente Haarlem, Gemeenteraad Haarlem, SMP Check, Kaart bomen, Khamakar News Agency)
Henny AJ Kreeft (Stichting De Groene Mantelzorger)
Onafhankelijke (Burger) Journalistiek
© Khamakar News Agency / 21.09.2026

