Bomen aan Amsterdamse gracht (© Pixabay)

AMSTERDAM – Soms komt er een ‘pareltje van een artikel’ binnen als het gaat over bomen. De gemeente Amsterdam heeft op de gemeentelijke site de bekende vaste rubriek ‘Erfgoed van de Week’ waarin de experts van Bureau Monumenten en Archeologie een bijzondere historische ontdekking of locatie onder de microscoop leggen. Het concept wordt gebruikt door andere gemeenten en instanties om historische verhalen te delen.

Erfgoed van de Week   
Voor de gemeente Amsterdam worden verhalen over de stad en de omliggende regio – zoals de wijk Weesp – gedeeld. Hierbij kan het gaan over archeologische vondsten, waarbij gesproken wordt over recente of historische ontdekkingen uit de Amsterdamse bodem, of over monumentale gebouwen. Hierbij worden de architectonische pareltjes besproken, van de 17e eeuwse grachtenpanden tot aan de zogenaamde ‘Post-65’ – architectuur uit de jaren 70 en 80. 

Maar ook de bijzondere locaties komen voorbij, waarbij men kan denken aan historische plekken, parken of het ‘groene erfgoed’. Onder de bijzondere locaties van het ‘groene erfgoed’ vallen onder meer de karakteristieke bomen van de grachtengordel. Dit jaar was het al vroeg warm en de zomer is er weer een die genoteerd wordt in de lijst van warme tot zeer warme zomers. 

‘Groene erfgoed’ 
De gemeente Amsterdam verwijst naar de hittekaart van Amsterdam en merkt daarbij op dat de zeventiende-eeuwse grachtengordel een relatief koel gebied is. Wanneer het in Nederland – en dus ook in Amsterdam – weer eens ‘tropisch warm’ is, geven de bomen en het water van de grachten verkoeling aan de zwetende en zinderende stad. Daarom zegt de stad ook, dat dit deel van het ‘groene erfgoed’ niet alleen mooi is, maar ook de leefbaarheid in de stad vergroot.  

Volgens de gemeentelijke site is de grachtengordel sinds 1999 beschermd stadsgezicht en staat het sinds 2010 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Een kenmerk voor dit bijzondere gebied is het groen in de grachtengordel en dat groen ligt zowel aan de straatkanten als verscholen in de binnentuinen. De bomen maken een vast onderdeel uit – vanaf de aanleg – van de inrichting van de kades van de hoofd- en zijgrachten.

Monumentaal naast cultuurhistorie 
Een aantal bomen hebben ondertussen door de leeftijd de status van monumentaal bereikt, waarbij zelfs jonge (re) bomen door de plaats in het stedelijk ontwerp een hoge cultuurhistorische waarde hebben. En deze speciale status hebben de bomen al vanaf het begin van de aanleg van de grachtengordel gehad. Volgens de gegevens van de stad is die aanleg in 1613 in het westen van de stad begonnen en door de groei van de handel en migratie moest de stad worden uitgebreid. Dit gebeurde in 2 fases, die de Derde Uitleg en de Vierde Uitleg worden genoemd. 

Bij het planten van de bomen werden ze aan beide kanten van de grachten geplant, waarbij steeds de gelijke afstand werd aangehouden. Dit werd gedaan met de visie van een ideale stad, die gericht was op orde, harmonie en schoonheid. Dit was een breuk met de tijd, want voor 1585 was er weinig groen te vinden in de openbare ruimte. In de tijd van de Derde Uitleg is ook het historisch centrum en de Jordaan vergroend, waardoor de stad de bijnaam had van ‘het groene Amsterdam’.    

Praktische functie
Ook in die periode hadden de bomen een praktische functie, daar ze zorgden voor schaduw en schone lucht. Tevens hielden de wortels de aarde vast waardoor de kademuren werden verstevigd, naast het feit dat de bomen hielpen bij de regulering van het grondwater. Vooral de Iep was een veelzijdige boom, naast dat het een goede stadsboom was. Van het hout van deze boom konden gebruiksvoorwerpen gemaakt worden, onder meer klompen en karrewielen.

Daarnaast diende het loof van de Iep als voedsel voor de dieren en zelfs – als het nodig was – voor de inwoners.  In het voorjaar zijn de zaadjes van de Iep in straten en op stoepen te vinden als een soort confetti. Maar die confetti kon men tijdenlang op het water van de grachten aanschouwen – als een soort Iepensneeuw of lentesneeuw – en die in kieren konden achterblijven. 

Stadsbosbeheer 
In de periode van de 17e eeuw waren de huiseigenaren verantwoordelijk voor de bestrating en het onderhoud van stoep, straat en wal direct voor het grachtenpand. De kosten en de zorg van de bomen lag daarentegen bij het stadsbestuur. Daarbij was de regel dat als een pand werd opgeleverd, er ook meteen een boom geplant werd, die goed beschermd werd. Een van de zaken waren de houten ‘kappen’ om de stam om op die manier de boom te beschermen tegen rijtuigen en paarden. 

Daarbij hoorde tevens dat beschadiging van bomen bestraft werd met hoge boetes en soms met afhakken van een arm. Hierbij wordt duidelijk dat de waarde van de bomen groot was. Dat werd nog duidelijker toen in 1600 de eerste stadsboswachter werd aangesteld. Later werd de aanplant en het onderhoud gecoördineerd door 2 stadsboswachters, die werden ondersteund door stadstuiniers. Deze laatste kochten de bomen aan, cultiveerden en plantten de bomen. Zo was er de eerste stedelijke boomkwekerij in de tuin van het Pesthuis, wat later weer werd uitgebreid. Tegenwoordig worden de stadsbomen met zorg geselecteerd door een team dat de zorg heeft voor de aanplant en het beheer van het groen. Tevens wordt er veel onderzoek gedaan naar bepaalde ziektes van bomen en wat er aan te doen is. 

(Bronnen: Gemeente Amsterdam, Nieuwsbrief gemeente Amsterdam) 

Henny AJ Kreeft (Stichting De Groene Mantelzorger)
Onafhankelijke (Burger) Journalistiek 

© Khamakar News Agency / 05.08.2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geverifieerd door MonsterInsights