Voorstel herbouw en splitsing Kampstraat 1950 (© gem Gilze en Rijen)

GILZE EN RIJEN – Het is weer even rustig geweest over het onderwerp ‘Geschiedenis van Gilze en Rijen, Kroniek van mijn geboortedorp, Vrienden van de Kampstraat’ wat gedeeltelijk te maken had met het zoeken naar ontbrekende schakels in de geschiedenis van de Kampstraat en gedeeltelijk met het schrijven over het groen. Daarnaast wordt er over nagedacht om artikelen over de Kampstraat te bundelen en er een boekwerk van te maken. Maar ondertussen gaat de zoektocht naar de nummers 2 en 4 door en de geschiedenis van de Kampstraat. 

Veelkoppige monster
In het artikel ‘Het veelkoppige monster heette toen al Woningnood’ is gesproken over de ruïnes die zijn overgebleven na de Tweede Wereldoorlog. Op 27 november 1950 schreef het college een brief aan de gemeenteraad van de gemeente Gilze en Rijen over de aanpassingen aan de woningen van de Kampstraat. Hieruit blijkt dat het college een prae advies heeft gegeven aan de raad op 14 augustus 1950, wat heeft geleid tot het besluit van de raad op 29 augustus voor het beschikbaar stellen van een krediet. Dit krediet was nodig voor de verbouw van 9 voormalige Duitse officiersverblijven tot 21 woningen. In het prae advies had het college reeds aangegeven dat 1 van de ruïnes in zo’n slechte staat was – wegens zware beschadigingen – dat deze niet meer hersteld kon worden en dus gesloopt moest worden.  

De sloop van deze woning is voor 1.550 gulden uitgevoerd door het bedrijf Fa. Nous uit Ulvenhout. Opvallend hierbij is dat het bedrag gehaald werd uit het batig saldo dat de ‘Siedlungwoningen als noodwoningen (complex III)’ zouden hebben opgeleverd. Mogelijk zou deze ‘ruïne’ de woning met nr 2 en 4 kunnen zijn geweest. In het schrijven – van 23 december 1950 – van het college aan de aannemer van de sloop van de ‘ruïne’ wordt vrij negatief gesproken over ‘ … gegund het slopen van een Siedlungruïne in de Kampstraat te Rijen  voor de som van 1.550 gulden’ met een 4-tal voorwaarden. 

Daarnaast had het college op 14 augustus 1950 een brief gestuurd aan de gemeenteraad met de berekening van de ‘aanpassingen van de zogenaamde Siedlung-woningen’. Opvallend hierbij is dat er steeds wordt gesproken – ook door de lokale overheid over de Siedlung en Siedlung-woningen, terwijl de straat als sinds 1915 Kampstraat heette. Over respect gesproken. Volgens de brief van het college heeft de bezetter deze zogenaamde Siedlung-woningen gebouwd in de oorlogsjaren om ze daarna als officiersverblijven in gebruik genomen te hebben. Inclusief leidingen en bestratingen was de koopprijs 12.000 gulden (wat tegenwoordig zo’n 5.445 euro is). Aangegeven werd dat alle woningen beschadigd waren, de een meer dan de ander, maar door het aanbrengen van provisorische voorzieningen zijn de woningen in zo’n toestand gebracht, dat ze als onderdak konden fungeren voor verschillende gezinnen. Na herstellende ‘aanpassingen’ waren enkele woningen ‘zeer voldoende’ maar andere – eigenlijk de meeste – konden niet worden beschouwd als woonverblijven die konden voldoen aan de minimale eisen. 

Daarnaast – volgens het college – was de indeling onpraktisch en kon de beschikbare woonruimte niet doeltreffend worden benut. Bij de aankoop van de woningen had het college al het plan om ze aan te passen – op dat moment lagen de meeste woningen overigens in puin – maar door verschillende omstandigheden – welke dit waren is niet duidelijk, maar zal waarschijnlijk te maken hebben gehad met de financiën – kon het plan niet eerder worden uitgevoerd. De gemeente had architectenbureau Siebers en Van Deel de opdracht gegeven om met een plan te komen en het plan is voorgelegd aan de Provinciale Directie van de Volkshuisvesting met het verzoek of de gemeente voor de ‘aanpassingen’ een subsidie kon krijgen. Bij de plannen hoorde tevens de splitsing van 1 woning tot 2 woningen waarin ’normale gezinnen een behoorlijke huisvesting konden vinden’.

Opvallend zinsgebruik dat gebruikt werd door het college, als men spreekt over ‘normale gezinnen’ en ‘behoorlijke huisvesting’. Als men tegenwoordig deze woorden zou gebruiken, zou men aangeklaagd worden wegens discriminatie en minachting. 

Het college heeft in haar brief gemeld dat het ‘complex’ bestond uit 11 officierswoningen, waarvan 2 nooit bewoond konden worden wegens zware beschadigingen en tevens zouden ze nooit hersteld konden worden. Hierdoor bleven 9 woningen over, die door verbouwing en splitsing omgezet konden worden tot 21 woningen. De woningen zouden allemaal beschikken over een woonkamer, keuken en tenminste 3 slaapkamers. Het architectenbureau heeft het plan opgesteld met de bijbehorende kosten van 99.594,06 gulden (ruim 45.000 euro). Voor het gemak is het college van 100.000 gulden uitgegaan en voor de verbouwing van 9 woningen zou het bedrag gemiddeld 11.000 gulden zijn geweest. Dit betekent dat de gemeente uitkwam op 112.000 gulden, de koopprijs (12.000 gulden) en de verbouwingskosten (100.000 gulden), wat dus 5.333 gulden per woning zijn (berekend met 21 woningen).    

Opgemerkt werd door het college dat – indien de rijksbijdrage niet hoog zou zijn – dat het een goede deal was omdat er behoorlijke woningen verkregen werden, die minder kostbaar zouden zijn dan geheel nieuw te bouwen woningen. Ook hier is weer wat opvallends te vinden, daar het college aangeeft dat de verbouwing en splitsing van de ‘onderhavige woningen’ qua werk zich niet zou lenen voor een openbare aanbesteding. Dit zou komen doordat de werkzaamheden van herstel van woning tot woning zouden verschillen, mede gezien de verschillen in beschadigingen en niet allemaal hetzelfde type woningen worden. Hierdoor was het ‘onmogelijk om een behoorlijk bestek’ te schrijven en moest men volstaan met een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van hetgeen gedaan moest worden. 

Tevens is het opvallend dat het architectenbureau in juli 1950 het bestek B 156 heeft aangeleverd, waarin tot 2 cijfers achter de komma per woning is aangegeven wat de kosten zouden zijn per woning en zelfs per ruimte in de individuele woningen, aan voorgevel, buitenmuren en schuurtje. In de gemeentelijke stukken zit ook ‘Bestek Nr B 156 d.d. juli ‘50’ met 4 tekeningen, staat van te verrichten werkzaamheden en 1 inschrijvingsbiljet. Daarnaast wordt in het bestek gesproken over 10 woningen – terwijl het college sprak over 9 woningen – waarbij de kosten van de woningen 1 tot en met 5 (niet de huisnummers die laten werden gehanteerd) tussen 5.000 en 6.500 gulden lagen en voor de nummers 6 tot en met 10 tussen de 12.000 en 17.100 gulden. 

(Bronnen: Gemeentelijke stukken, Kroniek van Gilze en Rijen)      

Henny A.J. Kreeft
Onafhankelijke (Burger) Journalistiek 

© Khamakar News Agency / 14.05.2026    

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geverifieerd door MonsterInsights