ASSEN – In 1922 werd reeds – in de Provinciale Drentsche en Asser Courant – gesproken in de provincie Drenthe over rundvee Tuberculosebestrijding naar aanleiding van een rapport dat opgesteld was door de Commissie tot Onderzoek naar de Bestrijding van Tuberculose onder het Rundvee. De Commissie was ingesteld door Gedeputeerde Staten van Drenthe, waarbij tevens werd gemeld dat er een Gezondheidsdienst voor het Vee ingesteld zou worden. In 1982 was sprake van een samengaan van de diensten in Drenthe, Groningen en Friesland, waarbij Drenthe haar ‘eigen gezicht’ wilde houden.
Begin van het denken aan een Dienst
In dezelfde krant was op 23 mei 1930 een artikel opgenomen over de ledenvergadering van de Bond van Coöperatieve Zuivelfabrieken in Drenthe. Naast het toelaten van nieuwe leden en financiële cijfers, was er een inleiding van de heer Veenbaas, directeur van de Gezondheidsdienst voor Vee in Leeuwarden, die sprak over het onderwerp “Is oprichting van een melkcontrolestation voor de provincie Drenthe gewenst?” Volgens de spreker was zo’n station zeer gewenst, daar de producenten zich niet konden onthouden van een hoeveelheid aan hygiënische eisen. Tevens was in Drenthe een streven merkbaar om de gezondheidstoestand van het vee te verbeteren. Daarnaast was de tbc-bestrijding een onderwerp van bespreking.
Een jaar later – 23 mei 1931 – was wederom in dezelfde provinciale krant een artikel te vinden over de Vergadering van het Dagelijks Bestuur van het D.K.G. (gehouden op 16 mei). Op de agenda hebben nogal wat onderwerpen en ingekomen stukken gestaan, waarin bij de laatste een Rapport van de Commissie van een onderzoek voor een Gezondheidsdienst voor Vee zat. Het advies van de Commissie was de oprichting van een Gezondheidsdienst en alle werkzaamheden daar onder te brengen, waarna het Dagelijks Bestuur het besluit heeft genomen het rapport in het Hoofdbestuur te behandelen en aan het Bestuur van de Drentschen Zuivelbond te sturen met de vraag om advies.
Ondanks dat er wat berichten voorbij zijn gekomen, is geen artikel gevonden over de oprichting van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Drenthe, echter op 1 juni 1935 was in de Provinciale Drentsche en Asser Courant een artikel waarin het kopje ‘Gezondheidsdienst voor vee in Drenthe’ was opgenomen. Hierbij was sprake van het aantal onderzochte dieren op tbc, waarbij bij 27 verenigingen zo’n 21.000 waren onderzocht. Later in het jaar – zaterdag 21 september – is een jaarvergadering gehouden van de Gezondheidsdienst voor Vee in Drenthe in het Wapen van Drenthe. Uit het artikel blijkt dat dit het eerste jaar van de Dienst is geweest, waarbij tevens werd gemeld dat het jammer was dat de Dienst voorlopig niet mocht uitbreiden. In juli 1936 was in de media te lezen over het tweede jaarverslag van de Dienst – wat liep van mei 1935 tot mei 1936.
Bij een volgende jaarvergadering – 10 oktober 1938 – werd melding gedaan van de toename van tbc-vrije stallen en was er een lezing van de heer P.J. ‘t Hooft (Den Haag) over ‘De verdere ontwikkeling van de Gezondheidsdiensten voor Vee’. In de lezing werd met veel respect naar het werk op het gebied van de tbc-bestrijding in Drenthe gewezen en werd uitleg gegeven over verschillende richtlijnen over de verdere ontwikkeling van de Gezondheidsdienst. Op dat moment bleek dat in alle provincies een centrale organisatie aanwezig was, die bezig was met de tbc-bestrijding.
Gezondheidsdienst voor Dieren
Na nog wat jaren en jaarverslagen, verscheen er een ‘klein’ artikel over het aanstellen van een leider van de Gezondheidsdienst voor Vee – tijdens de ledenvergadering in 1941 in ‘t Wapen van Drenthe – om de doelstellingen van de Dienst nog beter uit te kunnen voeren. Om dit te kunnen realiseren werd ook gesproken over de inrichting van een laboratorium. Vanaf ongeveer 1946 was er al in verschillende media sprake van de Gezondheidsdienst voor Dieren. In oktober werd in de gemeenteraad Assen gesproken om de Dienst over te plaatsen naar de Pr. Hendrikstraat. In de media van 1947 was sprake van het jaarverslag van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Drenthe en tevens dat de provinciale vereniging Gezondheidsdienst voor Vee in Drenthe was opgeheven.
In 1950 was in de media sprake dat de P. Bakker benoemd was tot administrateur van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Drenthe. Daarna werd in 1951 een artikel in de media geplaatst over de verbouwing van ‘Rozenberg’. In augustus 1951 bracht architect Boelens in Hotel de Moriaan de plannen over een nieuw complex van de Dienst. De Gezondheidsdienst voor Dieren had daarvoor jaren een plaats gehad in de voormalige Asser Jeugdherberg, maar had haar ogen laten vallen op de oude Huishoudschool Rozenberg aan de Groningerstraat. Het lukte de Dienst om het pand te bemachtigen, maar dat moest compleet verbouwd worden, daar het op dat moment in verwaarloosde staat verkeerde. Volgens de architect zou zowel de binnen- als de buitenkant onder handen worden genomen. Het gebouw kreeg twee woningen op de benedenverdieping met op de verdieping erboven een directeurskamer, kamers voor dierenartsen, archiefruimte en een laboratorium. (Mogelijk nog een deel over ‘Drenthe’).
(Bronnen: Provinciale Drentsche en Asser Courant / Delpher, Nieuwsblad van het Noorden / Delpher, De Noord-Ooster / Delpher)
Henny AJ Kreeft
Onafhankelijke (Burger) Journalistiek
© Khamakar News Agency / 22.02.2026

