Ramadan, de maand van Du’a!

بسم الله الرحمن الرحيم 

Alle lof zij aan Allah onze Barmhartige Heer. Hij Die ervan houdt om gevraagd te worden en de smeekbeden van Zijn dienaren verhoort. Ramadan is de maand van Du’a. Dit vers wordt dan ook in de Koran genoemd tussen de verzen die gaan over het vasten:

“En wanneer Mijn dienaren jou (O Mohammed) vragen stellen over Mij: voorwaar, Ik ben nabij (met Zijn kennis), Ik verhoor de smeekbede van de smekende wanneer hij Mij smeekt. Laten ze aan mij gehoor geven en in mij geloven opdat zij rechtgeleid zullen zijn.” [2:186]

Richt je in deze gezegende maand veelvuldig tot jouw schepper en vraag Hem al het goede van dit wereldse leven en het hiernamaals.

De Du’a heeft bepaalde (aanbevolen) manieren: 

  • De Du’a beginnen met het prijzen van Allah en het uitspreken van vrede zegeningen over de profeet. 
  • Handen opheffen tijdens de Du’a.
  • De Du’a herhalen en aandringen op datgene wat wordt gevraagd.
  • Nederigheid en concentratie (i.e. niet afdwalen in gedachte tijdens de smeekbede).
  • Wodoe hebben.
  • Je wenden tot de Qiblah.

Ook is het aanbevolen om Du’a te verrichten voor jouw medemoslims, met name buiten hun weten om. Want in een authentieke overlevering staat dat een engel dan zegt: 

“Amin, en voor jou is er het soortgelijke”.  [Sahih Moslim]

Er zijn bepaalde tijden waarop de smeekbede extra wordt verhoord. Deze zijn o.a.:

  • Laatste derde deel van de nacht (nacht is de tijd tussen magreb en fajr).
  • Tussen de adhaan en iqama van het verplichte gebed.
  • Tijdens de sodjoed (wanneer het voorhoofd op de grond is tijdens het gebed).
  • Aan het einde van het gebed, vóór de tasleem (de groet links en rechts).
  • Op vrijdag, en dan met name vóór zonsondergang.
  • Bij het drinken van zamzam.
  • Wanneer je op reis bent.
  • Wanneer het regent.
  • Wanneer jou onrecht is aangedaan.
  • Tijdens het vasten en met name vlak voor de iftaar

Ook zijn er bepaalde zaken die het beantwoorden van de Du’a in de weg staan. Deze zijn de zondes in het algemeen en het bezitten en gebruikmaken van verboden (verworven) inkomsten in het specifiek.

Een van drie
Wanneer de gelovige Allah aanroept, dan krijgt die een van de drie volgende zaken, zoals dat in een authentieke overlevering staat:

  1. Hij krijgt datgene waarvoor hij Du’a heeft gedaan.
  2. In de plaats van datgene wat hij heeft gevraagd, wordt iets van het slechte soortgelijk aan de Du’a van hem afgewend.
  3. De beloning voor de Du’a wordt voor hem bewaard en hij krijgt deze op de Dag des Oordeels.

Toen de metgezellen van de profeet deze overlevering hoorden, zeiden zij: Dan zullen we veel Du’a verrichten! Hierop zei de profeet: ِ’Allah’s (barmhartigheid en gunst) is meer (dan wat jullie van Hem vragen)!’

Beste broeders en zusters

De gelovige verlangt naar de gunsten van Allah en Zijn barmhartigheid en vraagt Hem continu en vertrouwt erop dat zijn Heer hem datgene geeft wat goed voor hem is. De gelovige beseft zich, wanneer hij Allah vraagt, dat hij Degene vraagt in Wiens Handen de heerschappij van de hemelen en aarde is en Die barmhartiger voor ons is dan wij voor onszelf zijn. De profeet vrede zij met hem overlevert van zijn Heer dat Hij zei:

“O Mijn dienaren, als de gehele schepping van begin tot eind, en zowel de mensen als de djinn (geesten), allen bijeen zouden komen op een uitgestrekte vlakte en iedereen zou Mij iets vragen, zou Ik iedereen datgene geven wat die wenst zonder dat dit ook maar iets van Mijn heerschappij vermindert! [Sahih Muslim]

Een fout die velen van ons maken, is dat wanneer zij ergens mee zitten, zij overal aankloppen voor hulp en vergeten Allah te vragen. Hij Die wanneer Hij iets wilt, er ‘wees’ tegen zegt en het is!

En dit terwijl wij in elke rak’ah (eenheid van het gebed) surah al-fatiha reciteren en in het vierde vers zeggen wij: “Alleen U aanbidden wij en alleen U vragen wij om hulp.”

Kan iets of iemand anders dan Allah de tegenspoed die jou heeft getroffen, wegnemen? Allah zegt:

“En als Allah jou met tegenspoed treft dan is er niemand die het kan wegnemen, behalve Hij.” [10: 107]

Alleen al de zoetheid en de verlichting voor het hart die het aanroepen van Allah met zich meebrengt is voldoende reden om het jouw gewoonte te maken.

Gezegend is degene die deze gezegende dagen en nachten aangrijpt om Allah al het goede van dit wereldse leven en het hiernamaals te vragen. Hij Die ervan houdt om gevraagd te worden.

Eerder verschenen:

1. Ramadan, de maand van het vasten
2. Ramadan, de maand van het staan in gebed
3. Ramadan, de maand van de koran
4. Ramadan, de maand van vrijgevigheid
5. Ramadan, de maand van du’a

Volgend artikel:

6. Ramadan, de maand van ……

(Source / 19.04.2021)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *