SP vragen over schendingen van het Gaza bestand

Antwoorden van Frans Timmermans, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Bommel (SP) over schending van bestandsafspraken tussen Israël en Palestijnse groepen in Gaza

Vraag 1

Herinnert u zich uw antwoord op eerdere vragen dat onvoldoende informatie beschikbaar is om een overzicht te kunnen geven van schendingen door Israël en door gewapende groepen in Gaza van het bestand dat op 21 november 2012 van kracht werd?

Antwoord

Ja. De regering beschikt over onvoldoende informatie om een overzicht te kunnen geven van alle incidenten en schendingen die verband houden met dit bestand.

Vraag 2
Bent u bekend met de wekelijkse rapportages “Protection of Civilians” van VN-organisatie OCHA, met daarin een overzicht van burgerslachtoffers aan Israëlische en Palestijnse zijde?

Antwoord

Ja.

Vraag 3
Klopt het dat in deze rapportage, verschenen op 1 maart jl., melding wordt gemaakt van vier Palestijnse burgerdoden en 106 gewonde burgers in de Gazastrook sinds het bestand van kracht werd, veroorzaakt door Israëlisch legergeweld? Klopt het dat zich onder de gewonden meer dan twintig kinderen bevinden? Indien neen, wat zijn dan de feiten?

Antwoord

Deze cijfers staan vermeld in de Protection of Civilians rapportage van 8 februari 2013.

Vraag 4
Kunt u bevestigen dat sinds het bestand van kracht werd geen Israëlische doden en gewonden te betreuren zijn, dat er geen materiële schade in Israël is veroorzaakt en dat sindsdien één Palestijnse raket in Israël is neergekomen, die daar op 26 februari jl. in onbewoond gebied is geland? Indien neen, wat zijn dan de feiten?

Antwoord

De regering heeft geen aanwijzingen dat er sinds het bestand sprake is van Israëlische doden of gewonden. Sinds 21 november 2012 hebben er volgens OCHA zes aanvallen op Israël plaatsgevonden waarbij tenminste tien raketten richting Israël zijn afgevuurd. Eén daarvan raakte een kinderdagverblijf in Sderot en een tweede belandde in een tuin van een woning ten zuiden van Ashkalon en veroorzaakte materiële schade. Volgens mediaberichten is een aantal leden van de groep die de aanslag heeft opgeëist, gearresteerd door de Gazaanse politie.

Vraag 5

Kunt u bevestigen dat uit genoemde rapportages van VN-OCHA voor de periode sinds het bestand van kracht werd, valt af te leiden dat:

a) het Israëlische leger minstens 10 maal de Gazastrook is binnengevallen voor zogenaamde ‘land leveling operations;

b) zich minstens 25 incidenten hebben voorgedaan waarbij Palestijnse vissersboten voor de kust van Gaza door het Israëlische leger zijn beschoten;

c) diverse vissers bij deze schietingen gewond zijn geraakt en minstens 49 van hen voor korte of langere tijd door het Israëlische leger zijn vastgezet;

d) zich in totaal meer dan 80 incidenten hebben voorgedaan waarbij het Israëlische leger burgers in Gaza heeft beschoten, of de Gazastrook is binnengevallen, dus bijna één per dag?

Antwoord

Ja.

Vraag 6

Heeft u kennisgenomen van de “Update on the Access Restricted Areas in the Gaza Strip” van de OHCHR (Office of the High Commissioner for Human Rights) betreffende de periode 1 juli tot 31 december 2012? Is het waar dat daarin wordt vastgesteld dat het aantal Gazanen dat na inwerkingtreding van het bestand door Israëlisch geweld is gedood of verwond juist is toegenomen ten opzichte van het gemiddelde in voorgaande maanden? Indien neen, wat zijn dan de feiten?

Antwoord

Het OHCHR-rapport stelt vast dat tussen 1 juli en 14 november 2012 drie Palestijnse doden zijn gevallen en 24 gewonden. Tussen 22 november en 31 december zijn twee Palestijnen overleden en 81 gewond geraakt.

Vraag 7

Deelt u de mening dat deze feiten en cijfers duidelijk wijzen op een offensieve gevechtshouding van Israël, die het kwetsbare bestand ernstig onder druk zet en die in Gaza onveiligheid en menselijk leed veroorzaakt? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

De OCHA-rapportage Protection of Civilians, verschenen op 3 april jl., vermeldt het aantal slachtoffers en gewonden in 2013 in vergelijking tot dezelfde periode in 2012. Daaruit blijkt dat het Israëlische leger in de eerste drie maanden van dit jaar twee Palestijnse slachtoffers heeft gemaakt en 32 gewonden in vergelijking tot 29 doden en 1.829 gewonden in de eerste drie maanden van 2012.

Deze cijfers laten een duidelijke daling zien in het aantal slachtoffers t.a.v. het afgelopen jaar. Daaruit kan worden geconcludeerd dat het bestand effect heeft. Niettemin maakt de regering zich zorgen over de kwetsbaarheid van het bestand zoals bleek uit de wederzijdse raketaanvallen op 3 april jl. Nederland dringt bij partijen aan op naleving van het bestand.

Vraag 8

Onderkent u dat de internationale gemeenschap erbij gebaat is een nieuwe grootschalige geweldsuitbarsting tussen Israël en Gaza te voorkomen en derhalve het belang en de plicht heeft het Israëlische geweld tegen Gaza te beteugelen? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Een volgende grootschalige geweldsuitbarsting tussen Israël en Gaza moet worden voorkomen. De regering verwacht van Israël dat zij binnen de kaders van het internationaal recht handelt en roept op tot terughoudendheid. Palestijnse groepen in Gaza worden opgeroepen om geen raketaanvallen op Israël uit te voeren. Een constructieve houding van alle partijen bij de uitvoering van de bestandsafspraken is van belang, waarbij de Egyptische autoriteiten een belangrijke rol vervullen als bemiddelaar.

Vraag 9

Herinnert u zich uw antwoord op eerdere vragen dat het aan partijen is om vast te stellen of incidenten een schending van de bestandsafspraken vormen? In het licht van bovenstaande feiten en cijfers en gezien de grote belangen die op het spel staan, deelt u de mening dat de internationale gemeenschap ook zelf moet toetsen of partijen zich aan het bestand houden en schendingen daarvan dient vast te stellen en publiekelijk moet veroordelen? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Het is in eerste instantie aan de partijen om vast te stellen of er sprake is van schending van de bestandsafspraken. Mocht er sprake zijn van een schending, dan voorziet het bestand in een rol voor Egypte. Het is vervolgens aan Egypte om hieraan verdere opvolging te geven.

Vraag 10

Herinnert u zich uw antwoord op eerdere vragen “dat de bredere Israëlische veiligheidsmaatregelen die voor Gaza van kracht zijn volledig in overeenstemming (moeten) zijn met het internationaal recht, waaronder humanitair oorlogsrecht en mensenrechten”? Bent u bereid juridisch advies in te winnen, teneinde vast te stellen in hoeverre Israëlische gevechtshandelingen tegen Gaza volledig in overeenstemming zijn met het internationaal recht? Wilt u dit advies met de Kamer delen? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Deze rol ziet de regering niet voor Nederland. Een juridisch advies acht de regering dan ook niet aan de orde.

Vraag 11

Wilt u de Kamer voortaan uitvoeriger informeren over de aard, frequentie en internationaalrechtelijke status en implicaties van gevechtshandelingen door Israël en door Palestijnse groepen, ook in relatie tot bestandsafspraken tussen Israël en Palestijnse groepen in Gaza? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

De regering beschikt over onvoldoende feitelijke informatie. Conform het bestand is Egypte de aangewezen partij met betrekking tot de naleving van de bestandsafspraken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *