Een jihadist die terugkeert uit Syrië is niet opeens een competente terrorist

“De dreiging van jihadreizigers valt te relativeren”, schrijft Teun van Dongen, strategisch analist bij The Hague Centre for Strategic Studies in Den Haag.

  •  Van het conflict in Irak werd destijds ook gedacht dat het zou gaan fungeren als ‘hogeschool voor terrorisme’. Dat was onterecht

In Nederland en België klinken waarschuwingen voor het gevaar van het tweehonderdtal jihadreizigers, van wie gevreesd wordt dat ze na terugkomst hun in Syrië of elders opgedane ervaring in gaan zetten voor het plegen van aanslagen. Ook zouden ze met hun status als deelnemers aan de jihad in Syrië in staat zijn om volgelingen rond zich te verzamelen om nieuwe terroristische cellen te vormen.

De zorg om de zogenoemde terugkeerders is begrijpelijk. Mijn eigen onderzoek heeft aangetoond dat cellen met een terugkeerder in hun midden doorgaans professionelere aanslagen plannen dan cellen zonder terugkeerder. Maar het dreigingsbeeld voor Nederland of België is minder eenzijdig dan de berichtgeving doet geloven. Niet iedere jihadist die naar een strijdgebied of trainingskamp gaat, komt terug als een geharde, vastberaden en competente terrorist. Er zijn verschillende factoren die dergelijke scenario’s in de weg staan.

Expertise
In de eerste plaats moet de waarde van Europese strijders voor jihadistische bewegingen in de Arabische wereld niet worden overschat. Lang niet alle jihadreizigers spreken de taal van de bewegingen waar ze zich bij willen aansluiten, en zeker in oorlogsgebieden is dat een handicap. Ook beschikken ze vrijwel nooit over vaardigheden en expertise waar een jihadistische groepering mee geholpen is. Ze moeten getraind worden om mee te kunnen komen, en het is de vraag of bewegingen die betrokken zijn bij het conflict in Syrië de tijd en munitie kunnen missen om de nieuwe rekruten klaar te stomen voor de strijd. De kans is daarom aanwezig dat Europese strijders worden gebruikt als kanonnenvoer, zoals het geval lijkt te zijn geweest met een van de twee jongens uit Delft van wie verleden week bekend werd dat ze in Syrië zijn omgekomen.

De tweede reden om de dreiging van jihadreizigers te relativeren, is dat terrorisme in Europa en deelname aan een rebellenbeweging in Syrië verschillende soorten kennis en kunde vergen. Zo zijn de wapens die jihadi’s in Syrië gebruiken in Nederland waarschijnlijk een stuk moeilijker te krijgen. Een ander punt betreft het gebruik van explosieven. Het is mogelijk dat Europese jihadisten leren hoe ze ontploffingen kunnen veroorzaken, maar deze kennis is deels aan context gebonden. De stoffen waarmee explosieven gemaakt worden, nog los van hun beschikbaarheid in Nederland, reageren verschillend onder verschillende weersomstandigheden. Wat een grote explosie kan veroorzaken in de hitte van Damascus, hoeft niet hetzelfde effect te hebben in een koud en regenachtig Amsterdam of Brussel.

Voorts is Syrië als gebied om in te opereren iets heel anders dan West-Europa. Zo moet in een gereguleerde omgeving als de onze veel meer moeite worden gedaan om een plan voor een actie verborgen te houden voor politie en inlichtingendiensten dan in Syrië, waar van het staatsgezag weinig meer over is.

Hard leven
De derde en misschien wel de belangrijkste factor is dat veel Europese jihadi’s afknappen op het harde leven als gewapende rebel. Het is in dit verband belangrijk om te blijven bedenken dat het niet zelden gaat om jongens van rond de twintig die nauwelijks weten waar ze aan beginnen op het moment dat ze naar Syrië afreizen.

De propaganda waar velen van hen voor vallen, geeft een overdreven romantisch beeld van het leven als strijder in de heilige oorlog. Aangekomen in Syrië of een andere strijdgebied kan blijken dat de jihadreizigers de ontberingen en hardheid van de gewapende strijd niet aan kunnen. Het Nederlandsetelevisieprogramma EenVandaag meldde al dat enkele Delftse jihadisten spijt hebben van hun reis en zouden willen terugkeren naar Nederland.

Het is terecht dat politie en inlichtingendiensten zich zorgen maken om jihadreizigers. Het kan zijn dat ze getraind en gehard terugkomen, maar een vanzelfsprekendheid is dit allerminst. Van het conflict in Irak werd destijds ook gedacht dat het zou gaan fungeren als een ‘hogeschool voor terrorisme’, maar deze vrees is, in ieder geval voor Nederland en België, nooit werkelijkheid geworden. Er is een dreiging, maar voor een goed begrip is het belangrijk om ook de andere kant van het verhaal te vertellen.

(Source / 30.03.2013)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *