Abbas approves new budget

RAMALLAH (Ma’an) — President Mahmoud Abbas on Saturday signed off on the budget for 2013 that was approved by Salam Fayyad’s cabinet on Thursday, a legal adviser said.

Hassan al-Ouri said the president accepted the budget which was submitted by the cabinet as per a constitutional requirement that it be signed before the end of the month.

Al-Ouri added that the president will take into consideration feedback from members of the Palestinian Legislative Council and amend the budget accordingly if necessary.

On Thursday, the cabinet headed by Fayyad approved a draft law by resolution.

Overall expenditures in the draft law are $3.8 billion, including $350 million for development financing in addition to transfers and operations, which also include wages at $1.88 billion and social service expenditures, including the direct social assistance at $110 million, a government statement said.

The cabinet added that it expected to increase development financing to expedite projects in population centers affected by Israel’s wall and settlements.

“This is in line with the main guiding principle of the budget this year and an extension of the policy in previous years, which is confronting the occupation and its colonization enterprise by supporting the citizens’ ability to remain steadfast in their homeland,” a cabinet statement explained.

The government expects to collect $2.5 billion through taxes and tolls, including clearance. Another $1.4 billion is expected to arrive through international assistance.

Efforts to increase the tax base and fight tax evasion will make up for expected revenues that were not available a year before, according to the cabinet.

“It is important to highlight that the above-mentioned budget details are in line with the government fiscal policy, which aims to increase self-capabilities, hence decreasing dependence on outside assistance and the need for it, which in turn consolidates the national capability to protect our sovereign decision-making in the face of all forms of political pressure,” the statement concluded.

In 2011 and 2012 US officials cut off funding at times to punish the Palestinians for seeking membership in the United Nations and agreeing in principle to reconcile with Hamas.

(Source / 30.03.2013)

Een jihadist die terugkeert uit Syrië is niet opeens een competente terrorist

“De dreiging van jihadreizigers valt te relativeren”, schrijft Teun van Dongen, strategisch analist bij The Hague Centre for Strategic Studies in Den Haag.

  •  Van het conflict in Irak werd destijds ook gedacht dat het zou gaan fungeren als ‘hogeschool voor terrorisme’. Dat was onterecht

In Nederland en België klinken waarschuwingen voor het gevaar van het tweehonderdtal jihadreizigers, van wie gevreesd wordt dat ze na terugkomst hun in Syrië of elders opgedane ervaring in gaan zetten voor het plegen van aanslagen. Ook zouden ze met hun status als deelnemers aan de jihad in Syrië in staat zijn om volgelingen rond zich te verzamelen om nieuwe terroristische cellen te vormen.

De zorg om de zogenoemde terugkeerders is begrijpelijk. Mijn eigen onderzoek heeft aangetoond dat cellen met een terugkeerder in hun midden doorgaans professionelere aanslagen plannen dan cellen zonder terugkeerder. Maar het dreigingsbeeld voor Nederland of België is minder eenzijdig dan de berichtgeving doet geloven. Niet iedere jihadist die naar een strijdgebied of trainingskamp gaat, komt terug als een geharde, vastberaden en competente terrorist. Er zijn verschillende factoren die dergelijke scenario’s in de weg staan.

Expertise
In de eerste plaats moet de waarde van Europese strijders voor jihadistische bewegingen in de Arabische wereld niet worden overschat. Lang niet alle jihadreizigers spreken de taal van de bewegingen waar ze zich bij willen aansluiten, en zeker in oorlogsgebieden is dat een handicap. Ook beschikken ze vrijwel nooit over vaardigheden en expertise waar een jihadistische groepering mee geholpen is. Ze moeten getraind worden om mee te kunnen komen, en het is de vraag of bewegingen die betrokken zijn bij het conflict in Syrië de tijd en munitie kunnen missen om de nieuwe rekruten klaar te stomen voor de strijd. De kans is daarom aanwezig dat Europese strijders worden gebruikt als kanonnenvoer, zoals het geval lijkt te zijn geweest met een van de twee jongens uit Delft van wie verleden week bekend werd dat ze in Syrië zijn omgekomen.

De tweede reden om de dreiging van jihadreizigers te relativeren, is dat terrorisme in Europa en deelname aan een rebellenbeweging in Syrië verschillende soorten kennis en kunde vergen. Zo zijn de wapens die jihadi’s in Syrië gebruiken in Nederland waarschijnlijk een stuk moeilijker te krijgen. Een ander punt betreft het gebruik van explosieven. Het is mogelijk dat Europese jihadisten leren hoe ze ontploffingen kunnen veroorzaken, maar deze kennis is deels aan context gebonden. De stoffen waarmee explosieven gemaakt worden, nog los van hun beschikbaarheid in Nederland, reageren verschillend onder verschillende weersomstandigheden. Wat een grote explosie kan veroorzaken in de hitte van Damascus, hoeft niet hetzelfde effect te hebben in een koud en regenachtig Amsterdam of Brussel.

Voorts is Syrië als gebied om in te opereren iets heel anders dan West-Europa. Zo moet in een gereguleerde omgeving als de onze veel meer moeite worden gedaan om een plan voor een actie verborgen te houden voor politie en inlichtingendiensten dan in Syrië, waar van het staatsgezag weinig meer over is.

Hard leven
De derde en misschien wel de belangrijkste factor is dat veel Europese jihadi’s afknappen op het harde leven als gewapende rebel. Het is in dit verband belangrijk om te blijven bedenken dat het niet zelden gaat om jongens van rond de twintig die nauwelijks weten waar ze aan beginnen op het moment dat ze naar Syrië afreizen.

De propaganda waar velen van hen voor vallen, geeft een overdreven romantisch beeld van het leven als strijder in de heilige oorlog. Aangekomen in Syrië of een andere strijdgebied kan blijken dat de jihadreizigers de ontberingen en hardheid van de gewapende strijd niet aan kunnen. Het Nederlandsetelevisieprogramma EenVandaag meldde al dat enkele Delftse jihadisten spijt hebben van hun reis en zouden willen terugkeren naar Nederland.

Het is terecht dat politie en inlichtingendiensten zich zorgen maken om jihadreizigers. Het kan zijn dat ze getraind en gehard terugkomen, maar een vanzelfsprekendheid is dit allerminst. Van het conflict in Irak werd destijds ook gedacht dat het zou gaan fungeren als een ‘hogeschool voor terrorisme’, maar deze vrees is, in ieder geval voor Nederland en België, nooit werkelijkheid geworden. Er is een dreiging, maar voor een goed begrip is het belangrijk om ook de andere kant van het verhaal te vertellen.

(Source / 30.03.2013)

Niet de jihadisten, wij zijn het probleem

Als je, zoals Bart Eeckhout schreef, de aangrijpende verhalen leest van machteloze Vlaamse ouders die van de ene dag op de andere hun zoon zien vertrekken naar de ‘Heilige Oorlog’ in Syrië, dan krijg je het beeld van enkele extreme uitzonderingen. Koert Debeuf reageert. Debeuf is vertegenwoordiger van de Europese liberalen in de Arabische wereld.

  • “Wat mij het meeste stoort, is niet dat ik die jihadisten in Syrië zie binnengaan. Het ergste is dat ik niemand anders de grens zie oversteken. Geen hulpverleners, geen dokters”

Enkele dagen terug belde een erg ongeruste Belgische moeder me op. Of ik contact zou kunnen opnemen met Jabhat Al Nusra, de jihadisten in Syrië. Haar zoon had hen anderhalve maand geleden vervoegd in hun strijd en sindsdien had ze niets meer van hem gehoord. Ik moest haar helaas ontgoochelen; ik heb geen contacten bij de jihadisten die ik steeds tracht te vermijden als ik in Syrië ben.

Ik hoorde de ontreddering in haar stem. En ook schaamte. Haar zoon zou waarschijnlijk sneuvelen in een strijd die zij, om het zacht te zeggen, niet ondersteunde en evenmin begreep. Het is een schaamte die ik, vreemd genoeg, goed begreep. Ik moest namelijk onvermijdelijk denken aan die ene oom over wie in onze familie ook nauwelijks gepraat werd. Hij sneuvelde aan het oostfront. Hij was gaan vechten met nazi-Duitsland tegen de communisten. Hij geloofde dat hij moest kiezen tussen Rome en Moskou, tussen God en de duivel. En dat die strijd zijn leven waard was.

Telkens ik naar Syrië reisde de afgelopen maand, zag ik de jihadisten. Ze zitten op hetzelfde vliegtuig, dezelfde bus en gaan op dezelfde illegale manier als ik Noord-Syrië binnen. Wat me telkens opvalt, en ook schrik aanjaagt, is de zelfverzekerdheid in hun ogen. Alsof ze zich er allang op voorhand hebben bij neergelegd dat ze in Syrië zullen sterven en daar bovendien ook fier op zijn. Ze weten dat ze naar de frontlinie gaan en dat ze daarvoor door sommigen bewonderd worden. En voor de meesten van hen is het net dat wat ze in heel hun leven misten, bewondering, richting, heroïek.

Wat mij het meeste stoort, is niet dat ik die jihadisten in Syrië zie binnengaan. Ik kan ze toch niet tegenhouden. Het ergste is dat ik behalve jihadisten niemand anders de grens zie oversteken. Geen hulpverleners, geen dokters, geen vrachtwagens met ondersteuning voor die veel grotere groep van rebellen die helemaal niets moeten weten van dit jihadistische verhaal. Terwijl de vrienden van Al Qaida wapens hebben en geld om uit te delen aan hun soldaten en de bevolking, sterven mensen in vluchtelingenkampen georganiseerd door het Vrije Syrische Leger (FSA) van de honger.

 

  • We zijn in het Westen dermate gebiologeerd door die relatief kleine groep van extremisten dat we elk perspectief verliezen. Uit schrik voor het spook van Afganistan, besluiten we dan maar om niets te doen. Want wie niets doet, kan ook niets verkeerds doen. Net dit is de grote denkfout die we vandaag met zijn allen maken. Want door niets te doen, maakt het Westen net Assad én de jihadisten sterker. Terwijl we diegenen die wel onze waarden delen, gewoon in de kou laten staan.

 

Het grote argument is dan dat we evenmin weten wat die FSA nu eigenlijk is en wat zij willen. Als we het niet weten, dan is dat eenvoudig weg omdat we geen moeite doen om het te willen weten. Ik had enkele dagen geleden een diner met de stafchef van de FSA, Salim Idriss, en de bevelhebbers van vier van de vijf fronten. In Turkije. Wie naar Antakya (Antiochië) gaat, kan er elke generaal zien die hij of zij maar wil. Dan kun je uit eerste hand horen dat zij wel vrijheid en democratie willen, dat ze er alles aan doen om de mensenrechten te respecteren, de minderheden te beschermen en de vluchtelingen te helpen. Maar ook dat ze te weinig middelen hebben om dat naar behoren te doen.

Wie moeite doet, kan erg gemakkelijk naar de vluchtelingenkampen in Syrië gaan om er zelf te zien hoe dramatisch en onmenselijk de situatie is. Hoe kinderen soms dagen geen eten hebben en weken geen melk. Hoe ze sterven aan wonden van granaatscherven wegens gebrek aan medische verzorging. Omdat wij al onze hulp aan Syrië via Assad laten verdelen en er daarom in rebellengebied zo goed als niets aankomt. En wie een klein beetje moeite doet, kan zien dat het het leger van Assad is en niemand anders dat permanent de Syrische bevolking bombardeert en terroriseert.

Maar blijkbaar is dat te veel moeite en doen we liever niets ‘omdat we toch niet weten wat er na Assad komt’. Het is hetzelfde alsof de Verenigde Staten en Groot-Brittannië uit schrik voor de communisten niets zouden gedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog omdat ze ook niet goed wisten ‘wat er na Hitler zou komen’.

Moeten we verwonderd zijn dat zij die wel een beter Syrië voor ogen hebben, meer en meer kwaad worden op het inerte Westen? Zij moeten met lede ogen aanzien hoe wel jihadisten uit het Westen naar Syrië komen – hoe klein en onbelangrijk dat aantal ook is – maar dat de seculiere krachten en de lijdende bevolking aan hun lot worden overgelaten.

Het is gerechtvaardigd om geschokt te zijn dat enkele van ‘onze jongens’ in het verre en onbekende Syrië gaan vechten voor de totstandkoming van een islamitische staat. Maar we zullen dat probleem niet oplossen door weeral eens aan ‘zelfonderzoek’ te doen. We moeten de problemen aanpakken in Syrië zelf. En dat is niet eens zo moeilijk. We moeten gewoon wat moeite doen.

(Source / 30.03.2013)

ON LAND DAY; PALESTINIANS PLANT 200 OLIVE SAPLINGS IN AL-KHADER

Marking the 37th Anniversary of the Palestinian Land Day, Palestinians in Al-Khader town, near the West Bank Palestinian city of Bethlehem, planted 200 Olive saplings amidst ongoing settler attacks against Palestinian orchards and lands in the area.

“The olive saplings have been planted in Shoshhala area that was illegally confiscated by the army in 1967 after Israeli occupied the rest of Palestine, and Israel is ongoing with its illegal attempts to confiscate the lands, in order to expand nearby illegal settlements”, Ahmad Salah, coordinator of the Popular Committee against the Wall and Settlements in Al-Khader told the Radio Bethlehem 2000, accordint to IMEMC reports monitored by Mi’raj News Agency (MINA).

Salah said that, just one day ago, the settlers uprooted 200 olive saplings in Al-Khader under the pretext that the orchards in question “belong to Israeli settlements”.

The Palestinians started marking land day 37 years ago after Israel illegally decided to steal, and stole, thousands of Dunams of Palestinian lands, especially in the Galilee in 1976.

Back then, the Palestinians in historic Palestine declared a massive strike to protest the illegal Israeli decision before Israeli tanks rolled into Arab villages, reoccupying them, and killing six Palestinians in addition to injuring dozens of Palestinians

Land Day became a symbol of steadfastness and nonviolent resistance against the illegal Israeli occupation of Palestine, and against Israel’s ongoing illegal confiscation of Palestinian lands and orchards in different parts of Palestine, not only in the 1948 territories, but also in the West Bank, the Gaza Strip and occupied Jerusalem.

Following the illegal Israeli decision in 1976, Palestinians in historic Palestine declared a strike, and held massive nonviolent protests before being faced with brutal Israeli military force in different Arab towns and villages.

The outcome of the Israeli military violence back then led to the death of six Palestinians, four were killed by Israeli military fire, and two were killed by Israeli Police fire, dozens were wounded and the Police and the army kidnapped hundreds of Palestinians.

(Source / 30.03.2013)

Palestinians mark Land Day with protests

Israeli troops fire tear gas in West Bank to disperse participants in event commemorating deaths of protesters in 1976.

About 500 Palestinians took part in a rally during which some threw stones at Israeli soldiers, who fired at them
Palestinian protesters have clashed with Israeli soldiers as they demonstrated in the occupied West Bank before the 37th anniversary of Land Day.

Palestinian Israelis and Palestinians in the West Bank and Gaza held rallies on Friday commemorating the 37th anniversary of Land Day.

The annual protests mark the deaths of six Arab Israeli protesters at the hands of Israeli police and troops during mass protests in 1976 against plans to confiscate Arab land in the northern Galilee region.

Palestinian and international activists organised the march between five villages located in the south Hebron
hills.

The villages are at risk of being cut off from the rest of the West Bank if planned Israeli settlement and wall building goes ahead.

Al Jazeera’s Nicole Johnston, reporting from Psagot settlement in the occupied West Bank, said that hundreds of  Palestinians in the northern Palestinian-Israeli town of Sakhnin demonstrated on the streets against Israel’s policy of discrimination against them.

“They’re also demonstrations against the confiscation of Palestinian land across the West Bank,” Johnston said.

Other major events were scheduled to take place in the Negev on Saturday.

Dozens of people joined a rally In the northern Gaza town of Beit Lahiya. At Khan Younis in the south, olive trees were planted in commemoration.

Hamas pledge

Sami Abu Zuhri of Hamas, which governs the Gaza Strip, told participants at the Khan Younis event his group was continuing its resistance to liberate all of Palestine and they would continue to strike inside Israel.

In Rafah, near Gaza’s southern border with Israel, about 500 Palestinians took part in a rally during which some threw stones at Israeli soldiers. The soldiers responded with live fire.

An Israeli army spokeswoman told AFP news agency that dozens of Palestinians rioted near the security fence in the southern Gaza Strip, hurling rocks at Israeli soldiers in the area.

She said an initial inquiry suggested that one participant was lightly injured.

A delegation of 20 Palestinians, including Prime Minister Salam Fayyad, planted trees to mark Land Day in the contested West Bank zone east of Jerusalem referred to as E1, Israeli police spokeswoman Luba Samri said.

She said that police dispersed the event and confiscated the saplings.

On the Mount of Olives in East Jerusalem, about 200 Palestinians planted trees on land belonging to a Palestinian family.

Samri said that three people were arrested for trespassing on state-owned land.

At the West Bank Qalandia checkpoint nearly 200 Palestinians clashed with Israeli forces, who responded with tear gas.

A military spokeswoman said that 150 Palestinians were threw stones at Israeli forces, “who were using riot dispersal means”.

‘Violent demonstrations’

The security presence in Jerusalem and the West Bank was boosted on Friday “following information that groups of Palestinians were ready to engage in violent demonstrations”, Samri said.

Friday prayers in Jerusalem passed off without incident. Access for men to the al-Aqsa mosque compound had been limited to Palestinians over the age of 50 and holders of Jerusalem residency cards issued by Israel.

The annexation of land in the West Bank is seen by the Arab community as a way of altering the population demographic of Galilee to create a Jewish majority in the area.

“We came here on the last day of our freedom bus tour, which has lasted for 13 days,” Aliya Orsan, activist, said.

“The reason for our tour was to move our theatre to the places where people are having daily confrontations with the occupation forces and daily confrontations with the discriminatory Zionist regime.”

The activists’ 13-day bus journey toured West Bank land known as Area C, which accounts for about 60 percent of the West Bank, and is under full Israeli control.

This is where most Jewish settlements are located.

(Source / 30.03.2013)

Arakan Investigation Commission to Release Latest Report

 

Rohingya News Agency (IRRAWADDY): The results of an official fact-finding mission to violence-stricken Arakan State will be released and submitted to President Thein Sein in late March.

“We will disclose the details of the report after we submit it to the president,” Khin Maung Shwe, a member of the Investigation Commission and chairman of the National Democratic Force, told The Irrawaddy.

The report will be the third to be released since last October investigating the communal violence that has swept the State.

As well as covering the background to the conflict between ethnic Arakanese Buddhists and Rohingya Muslims, the report will include methods of conflict resolution and reconciliation between the two groups.

Issues which are included in the report include corruption, citizenship, religious extremism and immigration.

“We have analyzed the situation from our last reports and field research and all our findings will be submitted to the president,” said Than Than Nu, a member of the investigation team and general secretary of the opposition Democratic Party (Myanmar).

The commission, made up of eight committees tasked with reporting on different areas in Arakan State, was established by President Thein Sein on Aug. 17, 2012, has 27 members, including politicians, academics, journalists, celebrities and civil society workers.

The investigation opened on Sept. 8, 2012, with visits to the state.

Since communal violence erupted in June last year, the government says more than 180 people have been killed and 112 injured. Official figures suggest 5,000 houses were burned down, along with 14 monasteries, 17 mosques and three schools.

(Source / 30.03.2013)

Jordan gets trim cabinet to cut spending

King Abdullah II on Saturday swore in a trim cabinet line-up of 19 members led by reformist Prime Minister Abdullah Nsur.

King Abdullah II on Saturday swore in a trim cabinet line-up of 19 members led by reformist Prime Minister Abdullah Nsur who merged several portfolios to cut spending, the new information minister said.

The new government, the smallest in Jordan in more than four decades, comprises 13 newcomers including a woman, with the key interior ministry changing hands while veteran diplomat Nasser Judeh staying at the helm of the foreign ministry.

Earlier this month the king reappointed Nsur as premier following unprecedented consultations between the royal palace and the 150-member parliament, tasking him to form his second government since October.

In the new cabinet, police Chief Hussein Majali, who enjoys a good reputation for not using excessive force against pro-reform protesters, was given the ministry of the interior and municipal affairs.

Judeh retains his post for the sixth time in a row in new line-up, one of the smallest cabinets in years to emerge in Jordan where the previous cabinet had two more ministers than the current one and the one before that was 30-strong.

“The goal of forming such a trim cabinet is to cut government spending,” said Mohammad Momani, a university professor who was handed the information ministry as well as the ministries of political development and parliamentary affairs.

“This government has the smallest ministerial team since 1967,” Momani, who was formally adviser to the prime minister, told AFP after the swearing in ceremony.

Nsur tendered the resignation of his 21-member government in January following parliamentary elections which were boycotted by Islamists, the main opposition force. The polls were won by people close to the regime, businessmen and tribal leaders.

Newcomers include a woman, Reem Abu Hassan, a lawyer who was the secretary general of the National Council for Family Affairs, and now heads the social development ministry.

Also new to the government is Carnegie Endowment for International Peace economist Ibrahim Saif, a specialist of the economies of the Middle East, who was given the ministries of planning, tourism and antiquities.

Nsur, 73, an outspoken MP and senator who held several key government portfolios in the 1980s and 1990s, is a vocal supporter of sweeping reforms and anti-corruption measures.

(Source / 30.03.2013)

Settlers attack 80-year-old man near Tulkarem

TULKAREM (Ma’an) — A group of settlers attacked an 80-year-old man tending his land in Tulkarem on Friday, medics said.

Hasan Barhoush was in a private field in the village of Kafr al-Labad when settlers attacked him. Barhoush was moderately wounded in the assault and taken to Thabit Thabit hospital in Tulkarem, medics told Ma’an.

Kafr al-Labad is located near the illegal Israeli settlement of Enav.

Settler violence against Palestinians and their property is routine and rarely punished by Israeli authorities.

Annual figures compiled by Israeli rights group Yesh Din have repeatedly shown that nine out of 10 police investigations about settler crimes fail to lead to a prosecution.

(Source / 30.03.2013)

Prisoners Ashraf Halaiqa taken to hospital after health deterioration

 

 

AL-KHALIL, (PIC)– Family of captive Ashraf Mousa Halaiqa, held in an Israeli jail, appealed to human rights and humanitarian organizations and media to save their son, who was transferred to hospital after deterioration of his health condition.

The family expressed on Thursday morning real concern about the life of Ashraf and feared he might meet the same fate of prisoner Arafat Jaradat, who died in the occupation jails.

Ashraf, 27 from the town of Shyoukh in al-Khalil, was arrested by the occupation authorities at dawn Sunday, and was transferred to interrogation dungeons. He suffers from an injury in one of his legs which he had sustained in a car accident some time ago, and is taking many types of therapeutic drugs.

The prisoner’s family said that Israeli soldiers raided on Wednesday night their house and demanded that the family hand them over Ashraf’s medical reports and medicines.

A responsible officer in the Israeli army told the family on Thursday morning that Ashraf was taken to an Israeli hospital, and is receiving treatment there.

(Source / 30.03.2013)

Israeli forces clash with Palestinian protesters in West Bank

Palestinians in the northern Gaza Strip carry a Land Day protester wounded by Israeli forces on March 30, 2012.

Palestinians in the northern Gaza Strip carry a Land Day protester wounded by Israeli forces on March 30, 2012.
Israeli soldiers have clashed with Palestinian protesters as they demonstrated in the occupied West Bank ahead of the 37th anniversary of Land Day on March 30.

The clashes erupted on Friday in the city of al-Khalil (Hebron) and Israeli forces fired tear gas and dyed water to disperse the protesters.

Thousands of Israeli police reinforcements have been dispatched to al-Quds (Jerusalem) ahead of demonstrations that are slated to mark Land Day on Saturday.

March 30 is commemorated because of a deadly incident on that day in 1976 in which Israeli troops killed six Palestinians during a protest against the Israeli occupation of the Palestinian lands.

During 2012 Land Day protests one person was killed and more than two dozen others were wounded after Israeli forces opened fire on demonstrations in the northern Gaza Strip.

On the same day in the West Bank, Israeli forces beat up the crowd of peaceful demonstrators in al-Quds and arrested a number of protesters. Israeli police also fired rubber bullets, and tear-gas, and used stun grenades to disperse the protesters.

(Source / 30.03.2013)