Rusland blijft pal achter regime Syrië staan

Rusland blijft het regime in Syrië steunen, ondanks toenemende internationale druk. Dat heeft de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov vandaag opnieuw duidelijk gemaakt.

Lavrov uitte juist kritiek op de Syrische opstandelingen. Die maken zich volgens hem ook schuldig aan geweld. ‘Meer en meer wapens worden vanuit buurlanden Syrië binnengesmokkeld’, zei Lavrov. Rusland wil dat de buitenwereld de oppositie oproept het geweld te staken.

Lavrov wijst onder meer op de aanval op een complex van de beruchte inlichtingendienst van de luchtmacht. Het gebouw werd gisterochtend beschoten met raketgranaten en machinegeweren. Zulke aanvallen zijn volgens Lavrov ‘volkomen vergelijkbaar met een echte burgeroorlog’.

Militairen

De aanvallers zijn vermoedelijk militairen die de kant van de oppositie hebben gekozen. Zij hebben zich deze zomer verenigd in het Vrije Syrische Leger. Vanuit buurland Turkije willen ze de Syrische dictator Bashar al-Assad verdrijven. De Turkse regering steunt de deserteurs.
Volgens een van de Syrische oppositiebewegingen kan Turkije nog meer doen. Syriërs zouden Turks ingrijpen in hun land aanvaarden om de bloedige onrust te beëindigen, aldus de leider van de Syrische Moslim Broederschap, Mohammed Riad Shakfa. ‘De Syriërs hebben liever ingrijpen van Turkije dan van het Westen om de burgerbevolking te beschermen’, aldus de in ballingschap levende politicus.

Naast Turkije trekken meer Arabische landen hun handen af van Assad. Syrië werd geschorst als lid van de Arabische Liga. Dat leidde tot rellen in Syrische steden. Woedende betogers bestormden de ambassades van landen als Qatar, Marokko, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten. Marokko heeft zijn ambassadeur woensdag teruggeroepen.

De Arabische Liga eist dat het Syrische regime een einde maakt aan de ‘bloedige onderdrukking’ van demonstranten. Ook moet het land politieke gevangenen vrijlaten en de komst van waarnemers accepteren. Als Syrië dat blijft weigeren, zullen er ook sancties volgen.

(www.parool.nl / 17.11.2011)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *