Wil de echte Joodse staat nu opstaan?

Israël is doodsbang. Komende vrijdag zal Mahmoud Abbas de Algemene Vergadering van de VN vragen om Palestina te erkennen als staat. Als een echt land.

De Vergadering zal daar ongetwijfeld mee instemmen, maar daarna moet het Palestijnse verzoek om VN-lid te worden voorgelegd aan de Veiligheidsraad, en de VS hebben al aangekondigd een veto uit te spreken. Palestina wordt straks dus als staat door de VN erkend, maar wordt geen lid. Alle reden dus voor een feestje én een demonstratie. Israël vreest dus een nieuwe aflevering van de Arabische Lente, alleen dit keer in bezet gebied. Oftewel de derde Intifada. Het zal daarop op de gebruikelijke wijze reageren: met een overdaad aan geweld. Net als Ghadaffi; net als Assad. En het land heeft al bijna geen vrienden meer.

Een Palestijnse staat is in de ogen van veel Israëli’s een grap, een pure provocatie. Het Palestijnse volk bestaat helemaal niet, roepen ze. Het zijn gewoon Arabieren; ze kunnen overal wonen. Aldus een joodse kolonist, in de Volkskrant van 16 september: ‘Dat gedoe nu bij de VN, dat is de schuld van Europa. Jullie blijven de Arabieren hoop bieden op een eigen staat. Die Arabieren zijn import, die komen niet van hier.’

Ziedaar in volle glorie de historische mythe geschapen door het zionisme. De mythe waar we even doorheen moeten prikken, om ons dan af te vragen: welke staat is nu écht de Joodse staat?

De Palestijnen vormen geen volk, aldus deel één van de mythe. Palestina was weliswaar niet leeg (dat hebben zionisten overigens ook geruime tijd beweerd), maar de mensen die er woonden vormen geen volk. Het was allemaal import. Alles bij elkaar is dat een fraai voorbeeld van wat in de psychoanalyse projectie heet: je slechte eigenschappen aan een ander toewijzen. Uiteraard zijn juist de joden de import, en uiteraard vormden juist die joden géén volk, maar een samenraapsel uit alle hoeken van de wereld, van mensen die toevallig dezelfde religie hadden. Toen in 1948 de staat Israël werd uitgeroepen, woonden daar zo’n 630.000 import-joden, en 900.000 Palestijnen. Van die laatste groep zijn er direct daarna 730.000 op de vlucht geslagen, dan wel het land uitgejaagd. De import verjoeg het grootste deel van het volk.

Vormen de Israëli’s geen volk? Staatsrechtelijk gezien uiteraard wel. Maar etnisch gezien is het een samenraapsel – en dan heb ik het niet alleen over een Arabische, dan wel Joodse achtergrond. Die Joodse achtergrond is namelijk een mythe. Het idee dat al die joden (gelovigen) die in de loop van de twintigste eeuw naar Palestina kwamen, allemaal Joden (lid van ‘het Joodse volk’) zouden zijn, is een ander deel van de zionistische mythe. De joden van nu hebben helemaal geen gemeenschappelijke etnische achtergrond.

De mythe van het teruggekeerde ‘Joodse volk’ is gebaseerd op de mythe dat de Joden (inwoners van Palestina, met hun eigen geloof) in de eerste eeuw na Christus door de Romeinen uit hun land zouden zijn verjaagd, en dat ze zich vervolgens over de wereld zouden hebben verspreid. En al die tijd zouden ze, dankzij hun unieke geloof, hun etnische zuiverheid hebben bewaard. En uiteindelijk zouden ze weer als ‘het Joodse volk’ teruggekeerd zijn naar Palestina. Maar helaas, er is geen enkel bewijs dat de Romeinen de Joden uit Palestina zouden hebben verjaagd. Die monotheïstische dwarsliggers mochten op een gegeven moment niet meer in Jeruzalem komen, that’s all. Nergens, niemand, geen enkele geschiedschrijver of Schriftgeleerde heeft het over de verbanning en verstrooiing van de Joden uit hun land. Zoiets deden de Romeinen trouwens nooit (en ze hebben in hun tijd toch heel wat lastposten met geweld onderdrukt).

Wat historici wél zien, is dat er in de eeuwen rond het jaar nul op veel plaatsen in het Romeinse Rijk joodse gemeenschappen ontstaan. Behoorlijk grote gemeenschappen; het jodendom zat toen, net als enkele andere exotische religies, ‘in de lift’. Dat waren dus géén gemeenschappen van gevluchte Joden (al zal een kleine minderheid van de leden oorspronkelijk afkomstig zijn geweest uit Palestina, denk aan handelaren). Die gemeenschappen bestonden grotendeels uit leden van de lokale bevolking die zich aangetrokken voelden tot het joodse geloof. Geen etnische Joden dus, maar (bekeerde) joden. En deze niet-etnisch-Joodse gemeenschappen, van Spanje tot in Jemen, tot in Rusland, vormden de basis voor de latere verspreiding van het jodendom. Het zijn hún nazaten die in de afgelopen eeuw ‘teruggekeerd’ zijn naar Palestina, in de fraaie romantische (doch onjuiste) veronderstelling dat ze gezamenlijk één oeroud volk zouden vormen (en in de hoop om daar een menswaardig bestaan op te bouwen, uiteraard).

En de echte etnische Joden? De enige redelijke conclusie is dat ze nooit uit Palestina zijn verdreven, en dat de etnische Joden daar nog woonden toen de islamitische krijgsheren het land na 630 veroverden. Daarna gingen die Joden, net als de grote aantallen christenen in de regio, geleidelijk aan over naar de islam. Dat was slim. Dan hoefde je geen extra belasting te betalen, en je kon carrière maken. Anno 1900 woonden hun nazaten daar nog steeds. En hún nazaten kloppen nu bij de VN aan om hun land (die schamele stukjes die de Israëli’s hen gunnen) erkend te krijgen. De joodse staat, dat is Israël. Maar wie op zoek gaat naar de etnische Joodse staat, naar de echte, biologische nazaten van dat Joodse volk, komt hoogstwaarschijnlijk eerder uit in de buurt van Mahmoud Abbas.

(Marcel Hulspas / www.depers.nl / 21.09.2011)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *