Zionistische strategie van de Faits Accomplis.

“Aangezien het Zionistisch ideaal het oprichten van een Hebreeuwse natie, Hebreeuwssprekend, op het land van de oude Hebreeën als doel heeft, was een dringend, maar niet naar voor gebracht onderdeel van de taken van de Zionistische Commissie het bewerkstelligen van een aantal faits accomplis die het project in een gunstig daglicht zouden stellen (ook stimulerend voor sponsors) op de vergadering van de Vresesconferentie.

Begin 1918 werden de twaalf funderingsstenen – voor iedere stam een steen – van de Hebreeuwse universiteit gelegd in het bijzijn van een voornaam gezelschap, waaronder de opperbevelhebber van de Britse Administratie.

Het exclusieve gebruik van Hebreeuws werd aan de Joden opgelegd met een voor buitenstaanders irriterende strengheid, soms inderdaad grappig, maar volgens mij volledig terecht in het kader van de theorie en de resultaten. Het was misschien ergerlijk voor de ambtenaar die een Joods gezinshoofd goed Arabisch hoorde praten met een Moslim vriend om officieel te moeten doen alsof de man enkel Hebreeuws sprak en dus geen formulier kon aanvaarden in het Arabisch. Maar in dit en vele andere gevallen paste het Zionisme alleen het Turkse spreekwoord toe : “Aan het niet huilende kind, geeft men geen melk,” om zo de voorzichtige werkwijze van de Militaire Administratie te versnellen. Ook zou de fervente Zionist uit Centraal-Europa of Amerika afgeschrikt worden wanneer hij als spreker in het Jiddisch werd onthaald op gehuil : “Dabér Ivrit – Spreek Hebreeuws!”.

Zelf was ik in de war toen ik een Zionistische tandheelkundige kliniek inspecteerde en aan een man, die ik kende van gezicht, vroeg wat er met hem scheelde. Tot mijn verbazing gaf hij mij in het Hebreeuws te kennen dat hij mij niet begreep. Toen de secretaresse van de kliniek buiten de kamer werd geroepen zei de patiënt haastig : “Ik heb vreselijke tandpijn, maar indien ik het zeg in een andere taal dan Hebreeuws, zal ik niet behandeld worden.” Deze vreemde situatie werd nog versterkt door de absolute weigering van Orthodoxe rabbi’s om ook maar iets ander dan Jiddisch te spreken en de heilige taal enkel in een religieus kader te gebruiken. Veel niet-Joodse inwoners en bezoekers van Palestina maakten grapjes over deze drastische opleving van het Hebreeuws en vroegen: ”Hoe ver geraakt een Jood met Hebreeuws? – Zelfs niet tot in Beiroet.” Men tolereerde dit echter omdat het een inperking bewerkstelligde van de Duitse taal, Kultur en invloed. (Het gevecht tussen Duits en Hebreeuws was al voor de oorlog uitgevochten, en verloren door het ‘Hilfsverein der Deutschen Juden’ een Duits-Joodse vereniging voor bijstand aan Joden in het Oosten, die pleitte voor Duitstalig onderwijs).”

 

 

De schrijver Ronald Storrs bekleedde veel hoge koloniale functies in het Midden-Oosten, Egypte en het toenmalige Rhodesië. Van 1917 tot 1920 was hij ordonnans bij het Britse leger in Bagdad en Mesopotamië. Daarna was hij tot 1926 goeverneur van Jeruzalem en Judea. Uit hetzelfde boekje, over zijn kennismaking met de Zionistische Commissie :

“ Toen Brigadier Generaal Clayton mij begin maart 1918 de telegram liet zien die ons op de hoogte bracht van het nakend bezoek van een Zionistische Commissie, samengesteld uit vooraanstaande Joden, met de bedoeling als tussenpersoon op te treden tussen Joden en de Administratie, en om de Joodse bevolking ‘te controleren’, konden wij onze ogen niet geloven en vroegen wij ons zelfs af of wij deze ontmoeting niet konden uitstellen, tot de rechtspositie van de Administratie duidelijker was bepaald. Hoedanook, bevelen zijn bevelen en de O.E.T.A. trof voorbereidingen om de bezoekers te ontvangen.”

(Facebook / Bettina Billiau / 16.09.2011)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *