Kennis is in vele opzichten superieur over het geld! Door: Ibn al-Qayyim (rahiemehoellaah)

In de volgende stappen legt Ibn al-Qayyim (rahiemehoellaah) uit waarom kennis volmaakter is dan het geld:

1. Jij bewaakt het geld, terwijl de kennis (van Islaamitisch monotheïsme) jou bewaakt.

2. Geld vermindert alleen maar als je het weggeeft, terwijl de kennis zich vermenigvuldigt als je het weggeeft.

3.  Het geld is de erfenis van de koningen en de rijken. De kennis is de  erfenis van de profeten (`alayhimoes-salaam).

Het geld verlaat zijn  eigenaar bij overlijden. De kennis gaat bij overlijden met zijn eigenaar  mee het graf in.

4. Het geld beheerst de kennis niet, daarentegen beheerst de kennis het geld wel.

5.  Iedereen (ver)krijgt het geld: de moe’min (gelovige), de  kafier(ongelovige), de eerlijke en de oneerlijke. Maar profijt volle  kennis (ver)krijgt alleen de moe’min (gelovige in de Eenheid van Allaah  en de boodschap van Zijn profeet salallahoe 3alayhi wasalam.

6.  Niemand, behalve de arme en de behoeftige, heeft de rijken nodig,  terwijl alle lagen van de bevolking, van zwerver tot koning, de bezitter  van kennis (de `alim) nodig hebben.

7.  Het verzamelen en bewaren van geld maakt de ziel verrot, gierig en  hebzuchtig, terwijl het verzamelen en bewaren van kennis de ziel  (eigen-ik) versterkt en reinigt.

8.  Het geld maakt de ziel (eigen-ik) opstandig, trots, hooghartig en  pronkzuchtig, maar de kennis (van Islamitisch monotheïsme) maakt de  ziel nederig en gehoorzaam (aan Allaah en Zijn profeet Mohammed (salallahoe 3alayhi wasalam)).

9.  Het geld is een gordijn tussen geluk en ongeluk (aan de hand waarvoor  het gebruikt wordt). De kennis brengt de ziel naar het geluk (waar deze  voor geschapen is).

10.  Rijkdom aan kennis is volmaakter dan rijkdom aan geld, want als je geld  opraakt wordt je straatarm terwijl je niet bang hoeft te zijn dat je  kennis opraakt, want het vermenigvuldigt zich alleen maar (als je  handelt naar hetgeen je weet).

11.  Geld maakt zijn eigenaar slaaf van het wereldse. Kennis echter maakt  zijn eigenaar slaaf van de Heer der Werelden (Allaah (soebhaanahoe wa  t`ala)).

12.  Liefde voor de doenja (het wereldse), geld en het streven naar rijkdom  is de oorsprong van elke zonde, maar liefde voor de kennis (van  Islamitisch monotheïsme) en het bestuderen van deze kennis is de  oorsprong van elke gehoorzaamheid aan Allaah (soebhanahoe wa t`ala).

13.  De waarde van de rijke (voor zichzelf en voor de mensen) ligt in zijn  geld en rijkdom, echter de waarde van de `alim (Islaamitische geleerde)  ligt in zijn kennis. Nu, als het geld op is en de rijke niet meer rijk  is, dan verdwijnt zijn waarde en aanzien, terwijl de waarde en het  aanzien van de `alim nooit verdwijnt, omdat zijn kennis blijvend is  (zolang hij datgene wat hij weet in de praktijk brengt).

15.  Zelfs al kreeg de `alim voor zijn kennis doenja (geld, wereldse  rijkdom)aangeboden, dan zou dit voor hem (omgerekend) niet eens de  waarde van een droog stokje hebben, terwijl de (nadenkende) rijke als  hij de edelheid, superioriteit en volmaaktheid van de kennis (van  Islaamitisch monotheïsme) begrijpt, zou willen dat hij de kennis heeft  ter waarde van zijn rijkdom of meer (kijk bijv. naar de metgezel van de  Profeet (salallahoe 3alayhi wasalam) ;

Moes’ab Ibn Oemayr (radieAllaahoe `anhoemaa). Hij gaf  zijn grote rijkdom op voor de kennis (van Islamitisch monotheïsme).

15.  Niemand heeft Allaah (soebhaanahoe wa t`ala) ooit gehoorzaamd zonder  kennis (van Islamitisch monotheïsme) en de grootste groep mensen die  Hem ongehoorzaam is, is dit alleen maar door hun slaafsheid aan geld  (denk aan drugs, prostitutie, gokken, steekpenningen, rentegelden enz.).

16.  De verzamelaar van geld nodigt de mensen uit naar de doenja (met zijn  positie en bezit). De `alim nodigt de mensen uit naar Allaah  (soebhanahoe wa t`ala)(met zijn kennis en positie).

17.  Rijkdom is de oorzaak van de ondergang en vernietiging van zijn  bezitter omdat velen rijkdom vereren en adoreren. Als je iemand ziet die  zich bezighoudt met de aanbidding van rijkdom, weet dan dat het een  versnelling is van zijn ondergang. Rijkdom aan kennis (van Islamitisch  monotheïsme) is de oorzaak dat de mens levens (kracht) krijgt en  levens(kracht) kan geven aan anderen. Wanneer de mensen iemand zien die  zich bezighoudt met kennis dan respecteren, bewonderen en houden ze van  hem en volgen ze hem aan de hand van wat hij hen onderwijst over Allaahs  Woord (De Qor’aan) en de authentieke Soennah (uitspraken, handelingen  en goedkeuringen) van de profeet salallahoe 3alayhi wasalam.

18.  Het genot dat uit rijkdom (van geld) valt te putten is of een  illusionair genot, of een dierlijk genot. Als iemand geniet van het  verzamelen en verkrijgen van geld (op een zodanige wijze dat dit zijn  belangrijkste levensdoel wordt) dan is dit een illusionair genot. Maar  wanneer hij ervan geniet om het geld uit te geven aan zijn lusten en  begeerten (in haraam = alles wat Allaah (soebhaanahoe wa t`ala) voor de  mens verboden heeft, omdat het schadelijk is voor hem of om een reden  die alleen Allaah (soebhaanahoewa t`ala) kent) dan is dit een dierlijk  genot. Het genot dat vanuit kennis (van islamitisch monotheïsme)  voortvloeit is een spiritueel genot wat lijkt op het verheven genot van  de engelen (maar er is een verschil tussen de twee soorten van genot!)

19.  Rijkdom in geld gaat gepaard met vrees en bedroefdheid, want de rijke  is bedroefd voordat hij het geld heeft en nadat hij het geld heeft bang  dat ze het van hem zullen stelen en hoe groter de omvang van het geld  des te groter is zijn angst.

20.  De rijkelui moeten hun rijkdom zeker een keer verlaten en dat doet  verschrikkelijk veel pijn. De kennis (van Islamitisch monotheïsme)  verlaat zijn eigenaar nooit (zolang hij het naleeft en ernaar werkt) dus  pijnigt en kwelt het hem niet.

21.  Wie wordt gerespecteerd en bewonderd omwille van zijn geld is, als zijn  geld op is, alle respect en bewondering kwijt, terwijl wie wordt  gerespecteerd en bewonderd voor zijn kennis alleen nog maar meer  gerespecteerd en bewonderd wordt (als die kennis is gebaseerd op de  Qor’aan, de Soennah en het begrip van de Vrome Voorgangers.

Verder zegt Ibn al-Qaiyiem (rahiemehoellaah):

“Als  de doenja uit tijdelijk aanwezig goud zou bestaan en het hiernamaals  uit eeuwig aanwezig zand zou bestaan, dan zou een slim persoon voor het  eeuwig blijvende zand kiezen en het tijdelijk bestaande goud links laten  liggen!!!. Welnu, de doenja is tijdelijk bestaand zand en het  hiernamaals eeuwig blijvend goud. Hoe kun je dan voor het tijdelijke  kiezen???”

Door: Ibn al-Qayyim al Jawziyyah

Bron: Miftah Daar es-Sa’ada

(Facebook / Citadel Van de Moslim /31.08.201)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *