De wonderen van de koran

HOE HET UNIVERSUM IS ONTSTAAN

Het ontstaan van het universum wordt in de Qoer’aan in het volgende vers beschreven:

Hij is de Voortbrenger van de hemelen en de aarde.  (Qoer’aan 6:101)

Deze informatie gegeven in de Qoer’aan, is volledig in overeenstemming met de ontdekkingen van de hedendaagse wetenschap. Zoals we al eerder gezegd hebben zijn astrofysici tegenwoordig tot de conclusie gekomen, dat het hele universum, samen met de dimensies van tijd en materie, zijn ontstaan door een grote explosie, die in een oogwenk heeft plaatsgevonden. Deze gebeurtenis staat bekend als de ‘Big Bang’ en bewijst dat het universum uit het niets is geschapen als het resultaat van een explosie uit één enkel punt.
Voor de tijd van de Big Bang, bestond er niet zoiets als materie. Van een toestand van niet-bestaan, waarin noch materie, noch energie en zelfs geen tijd bestond, en wat slechts metafysisch beschreven kan worden, werden materie, tijd en energie, allen in een ogenblik geschapen. Dit feit, pas onlangs ontdekt door de moderne natuurkundigen, werd ons veertienhonderd jaar geleden in de Qoer’aan verteld.

DE EXPANSIE VAN HET UNIVERSUM

In de Qoer’aan die veertienhonderd jaar geleden geopenbaard werd, in een tijd waarin de wetenschap van de astronomie nog primitief was, wordt de expansie van het universum als volgt beschreven:

Met macht hebben Wij de hemel gebouwd. Waarlijk, Wij zijn in staat om de omvangrijkheid en ruimte daarvan uit te breiden. (Qoer’aan 51:47)

Het woord ‘hemel’ dat in het bovenstaande vers gebruikt is, komt op verschillende plaatsen in de Qoer’aan voor, in de betekenis van ruimte en universum. Hier wordt het woord weer in die betekenis gebruikt, het zegt dat het universum ‘uitdijt’. En de hedendaagse wetenschap is nu juist tot deze conclusie gekomen!
Tot het begin van de twintigste eeuw, was de enige opvatting in de wetenschappelijke wereld dat ‘het universum een constante aard had en dat het sinds onmetelijke tijd bestond’. Het onderzoek, de observaties en berekeningen die door de moderne technologie werden uitgevoerd, hebben echter laten zien dat het universum eigenlijk een begin had, en dat het voortdurend ‘uitdijt’.
Aan het begin van de twintigste eeuw hebben de Russische natuurkundige Alexander Friedmann en de Belgische kosmoloog Georges Lemaitre theoretisch uitgerekend dat het universum voortdurend in beweging is en dat het uitdijt.
Dit feit werd door gegevens verkregen uit observaties in 1929 bevestigd. Terwijl Edwin Hubble, de Amerikaanse astronoom de hemel met zijn telescoop bekeek, ontdekte hij dat de sterren en melkwegstelsels voortdurend van elkaar af bewogen. In een universum waarin alles voortdurend van elkaar af beweegt, betekent dit een voortdurend uitdijend universum. De observaties die de volgende jaren uitgevoerd werden, bevestigden dat het universum voortdurend uitdijt. Dit feit was in de Qoer’aan uitgelegd, terwijl eigenlijk niemand het wist. Dit komt omdat de Qoer’aan het woord van Allah is, de Schepper en de Heerser van het gehele universum.

HET SCHEIDEN VAN DE HEMELEN EN DE AARDE

Een ander vers over de schepping van de hemelen is het volgende:

Wisten degenen die ongelovigen waren niet dat de hemelen en de aarde als één stuk waren samengevoegd, en dat Wij het vervolgens scheiden? En Wij hebben uit water elk levend ding gemaakt. Zullen zij dan niet geloven?(Qoer’aan 21:30)

Het woord ratq, vertaald als ‘samengevoegd’ wordt in Arabische woordenboeken vertaald als ‘met elkaar vermengd, één geworden’. Het verwijst meestal naar twee verschillende substanties die een geheel vormen. De zinsnede ‘Wij scheiden’ komt van het Arabische werkwoord fataqa wat inhoudt dat iets tot ontstaan komt door het verscheuren of vernietigen van de structuur van zaken die aan elkaar gehecht zijn. Het ontspruiten van een zaadje uit de aarde is één van die gebeurtenissen waar het werkwoord voor gebruikt wordt.
Laten we opnieuw naar het vers kijken met deze kennis in ons achterhoofd. In het vers zijn hemel en aarde eerst het onderwerp van de situatie van de ratq. Zij worden gescheiden (fataqa) als de ene uit de ander voortkomt. Geboeid denken wij aan de eerste momenten van de Big Bang, we zien dat alle materie van het universum op één enkel punt verzameld is. Met andere woorden, alles, de hemelen en de aarde inbegrepen, waren nog niet geschapen en waren in een vermengde onscheidbare toestand. Toen ontplofte dit punt krachtig, en zorgde ervoor dat de materie gescheiden werd.

DE RONDHEID VAN DE AARDE

Hij heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Hij laat de nacht in de dag overgaan en laat de dag in de nacht overgaan. (Qoer’aan 39:5)

De woorden die in de Qoer’aan gebruikt worden om het universum te beschrijven, zijn echt opmerkelijk. In het bovenstaande vers wordt het Arabische woord Takwir gebruikt dat met “vouwen of overgaan” is vertaald. In het Nederlands betekent het: iets over een ander laten gaan, opvouwen als een kledingsstuk wat opzij wordt gelegd. (In een Arabisch woordenboek wordt dit woord gebruikt voor de actie waarin men iets om iets anders heen draait, bijvoorbeeld zoals bij een tulband gedaan wordt als die wordt opgezet.)
De informatie die in dit vers gegeven wordt over de dag en de nacht die in elkaar overgaan, bevat ook accurate informatie over de vorm van de wereld. Want dit kan alleen maar waar zijn als de aarde rond is. Dit houdt in dat in de Qoer’aan, die in de zevende eeuw geopenbaard is, al naar de rondheid van de wereld verwezen werd.
Men moet er wel bij stil staan dat in die tijd het begrip van astronomie en hoe de wereld gezien werd, anders was. Men dacht toen dat de aarde plat was en alle wetenschappelijke berekeningen en uitleg waren op dat geloof gebaseerd. Maar omdat de Qoer’aan het woord van Allah is, werden de woorden gebruikt die het geschiktst waren toen het universum beschreven werd. De Qoer’aan verkondigde deze feiten veertienhonderd jaar geleden, de feiten die wij pas in onze eeuw konden achterhalen.

EEN BESCHERMEND DAK

In de Qoer’aan vestigt Allah onze aandacht op een belangrijke eigenschap van de hemel:

En Wij hebben de hemel tot een dak gemaakt, veilig en goed behoed. Maar toch keren zij zich van haar tekenen af. (Qoer’aan 21:32)

Deze eigenschap van de hemel is bewezen door wetenschappelijk onderzoek, dat is uitgevoerd in de 20ste eeuw.
De atmosfeer om de aarde heen, heeft een aantal cruciale functies voor de voortzetting van het leven. Grote en kleine meteoren die de aarde naderen, worden door de atmosfeer vernietigd, en tegelijkertijd voorkomt deze dat zij op aarde vallen en aan het leven schade toe brengen.
Verder filtert de atmosfeer de lichtstralen die uit de ruimte komen die schadelijk voor het leven kunnen zijn. Het opvallendst van de atmosfeer is dat het alleen nuttige en onschadelijke straling, zoals zichtbaar licht, bijna ultraviolette straling en radiogolven, door laat gaan. Al deze straling is van levensbelang voor het leven. Straling die bijna ultraviolet is en die maar gedeeltelijk door de atmosfeer heen komt is erg belangrijk voor de fotosynthese van planten en voor de overleving van alle levende wezens. Het leeuwendeel van de intense ultraviolette straling, die door de zon wordt uitgestoten, wordt er door de ozonlaag van de atmosfeer uit gefilterd en slechts een beperkt en essentieel deel van het ultraviolette spectrum bereikt de aarde.
De beschermende functie van de atmosfeer eindigt hier niet. De atmosfeer beschermt de aarde ook tegen de vrieskou uit de ruimte, die ongeveer min 270° C is.
Maar het is niet alleen de atmosfeer die de aarde tegen schadelijke invloeden beschermt. Naast de atmosfeer legt de Van Allen gordel ook een magnetisch veld om de aarde, dit dient ook als een schild tegen de schadelijke straling die onze planeet bedreigt. Deze straling, die voortdurend door de zon en andere sterren wordt uitgestoten, is dodelijk voor levende wezens. Als de Gordel van Allen niet bestond, zou de enorme uitbarsting van energie, die zonnevlammen genoemd wordt en die vaak in de zon voorkomen, het leven op aarde vernietigen.
Dr. Hugh Ross zegt het volgende over het belang van de Van Allen gordel voor ons leven:
“Eigenlijk heeft de aarde de hoogste dichtheid van alle planeten van ons zonnestelsel. Deze grote kern van ijzer en nikkel is verantwoordelijk voor ons grote magnetische veld. Dit magnetisch veld vormt het Van Allen stralingsschild, dat de aarde tegen stralingsbombardementen beschermt. Als dat schild niet aanwezig zou zijn, zou het leven op aarde niet mogelijk zijn. De enige andere rotsachtige planeet, die iets van een magnetisch veld heeft, is Mercurius – maar de kracht van dat veld is honderd maal minder dan die van de aarde. Zelfs Venus, onze zusterplaneet, heeft geen magnetisch veld. De Van Allen gordel, het stralingsschild, is een ontwerp dat uniek is voor de aarde.1
De energie, die door slechts één van deze uitbarstingen die in de afgelopen jaren ontdekt is, wordt berekend op de kracht die gelijkstaat aan 100 miljard atoombommen, vergelijkbaar met de bom die op Hiroshima gegooid is. Achtenvijftig uur na de uitbarsting, zag men dat de magnetische naalden van kompassen ongewone bewegingen vertoonden en 250 km boven de atmosfeer van de aarde, steeg de temperatuur opeens tot 2,500° C.
Kortom, hoog boven de aarde is een perfect systeem aan het werk. Het omringt onze wereld en beschermt het tegen bedreigingen van buitenaf. Eeuwen geleden heeft Allah ons al in de Qoer’aan verteld dat de atmosfeer van de wereld voor ons werkt als een beschermend schild.

DE HEMEL DIE TERUG STUURT

In vers 11 van Soera At-Tariq in de Qoer’aan wordt er verwezen naar de terug sturende functie van de hemel:

Bij de hemel en haar cyclische systemen
Dit woord dat in de Qoer’aan vertaling als cyclisch uitgelegd wordt, kan ook terugsturen of teruggeven betekenen.
Zoals we weten bestaat de atmosfeer om de aarde heen, uit vele lagen. Iedere laag dient een belangrijk doel ten bate van het leven. Uit onderzoek is gebleken dat deze lagen ook de functie hebben om materiaal of straling waar ze bloot aan gesteld worden terug te stralen, de ruimte in of naar beneden naar de aarde. Laten we eens een paar voorbeelden bekijken van deze ‘recycling’ functie van de lagen die de aarde omringen..
De troposfeer, 13 tot 15 km boven de aarde, stelt waterdamp in staat om van het aardoppervlakte op te stijgen, te condenseren en als regen terug te keren.
De ozonlaag, de onderste laag van de stratosfeer op een hoogte van 25 km boven de aarde, reflecteert schadelijke straling en ultraviolet licht dat uit de ruimte komt en straalt het terug de ruimte in.
De ionosfeer, reflecteert radiogolven die op aarde uitgezonden worden naar de verschillende delen van de wereld, net als een passieve communicatiesatelliet, en maakt dus draadloze communicatie, radio en televisie-uitzendingen, over lange afstanden mogelijk.
De laag van de magnetosfeer weerkaatst schadelijke radioactieve deeltjes die door de zon en andere sterren uitgestoten worden en stuurt deze terug de ruimte in, voordat deze de aarde kunnen bereiken.
Het feit dat deze eigenschap van de atmosferische lagen, die pas in het recente verleden is aangetoond, reeds eeuwen geleden in de Qoer’aan omschreven werd, laat weer opnieuw zien dat de Qoer’aan het woord van Allah is.

DE RELATIVITEIT VAN TIJD

Tegenwoordig is de relativiteit van tijd een bewezen wetenschappelijk feit. Dit werd door de relativiteitstheorie van Einstein, in het begin van de 20ste eeuw, duidelijk gemaakt. Tot dat moment wisten de mensen niet dat tijd een relatief concept was, en dat het afhankelijk van de omgeving, kon veranderen. Maar de vermaarde wetenschapper Albert Einstein heeft dit feit duidelijk in zijn relativiteitstheorie bewezen. Hij liet zien dat tijd afhankelijk is van massa en van snelheid. In de geschiedenis van de mensheid heeft niemand ooit eerder dit feit duidelijk uitgelegd.
Maar hier is één uitzondering op; de Qoer’aan omvat informatie over het feit dat tijd relatief is! Over dit onderwerp staat in enkele verzen:

En waarlijk, een dag met jullie Heer is als duizend jaren van jullie berekening. (Qoer’aan 22:47)

Hij regelt (alle) zaken van de hemelen en de aarde, dan zal het (de zaak) op een dag, die een duizend jaar van jullie berekening duurt naar Hem opstijgen. (Qoer’aan 32:5)

De engelen en de geest stijgen naar Hem op in een dag waarvan de tijd vijftigduizend jaren is. (Qoer’aan 70:4)

In een aantal verzen wordt er op gewezen dat mensen tijd verschillend ervaren en dat mensen een korte periode soms als een heel lange ervaren. Het volgende gevoerde gesprek van mensen tijdens hun oordeel in het hiernamaals, is hier een goed voorbeeld van.

Hij zal zeggen: “Hoeveel jaren zijn jullie op aarde gebleven?” Zij zullen zeggen: “Wij bleven een dag of een deel van een dag. Vraag het aan degenen die het bijhielden.” Hij zal zeggen: “Jullie zijn slechts kort gebleven – als jullie dat maar wisten! (Qoer’aan 23:112-114)

Het feit dat de relativiteit van tijd zo duidelijk in de Qoer’aan, een boek waarvan de openbaring in 610 na chr. is begonnen, genoemd wordt, is een ander bewijs dat het een heilig boek is.

(www.risala.nl / 01.06.2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *