De mediadood van de Libische opstand

‘De ergste nucleaire ramp na Tsjernobyl’, de ‘Fukushima 50′, … Een apocalyptische ramp in Japan beheerst de media volledig. Maar ondertussen verslapt de aandacht wel drastisch voor de Libische burgeroorlog waar knotsgekke Khadafi aan de winnende hand is.

Hoe kan het eigenlijk dat de meest prominente media zo snel wegtrokken uit Libië de afgelopen dagen? Was het niet meer spannend genoeg? Waren er niet genoeg doden en gewonden? Was er geen budget voor Japan én Libië tegelijk? Met het vertrek van de media uit Libië gaf men een signaal aan Khadafi. “De wereld geeft er niet om, doe maar op.” En hij reageert sneller dan een havik, nog voor je ‘no-fly zone’ kan uitspreken.

Op 16 maart viel hij Misrata aan en hij kondigde aan op 17 maart de beslissende slag te leveren, toevallig net dezelfde dag waarop de VN-Veiligheidsraad eindelijk zal stemmen over de no-fly zone. De kolonel is dan wel gek, maar niet dom. Hij maakt slim gebruik van de dalende media-aandacht en de besluiteloosheid van internationale organisaties en buitenlandse regeringen.

Mediastilte

In De Morgen van 16 maart zei cameraman Daniel Demoustier dat alle journalisten uit Libië wegtrokken, omdat niemand zijn leven wil riskeren voor een verhaal dat de headlines niet meer haalt. Van hele bijlages over de Arabische Revolutie tot interviews met Rudi Vranckx en artikels van Robert Fisk, het was de voorbije maand al Midden-Oosten wat de klok sloeg. Maar nu er geen schot in de zaak komt, kijkt de media rustig weg zonder gewetenswroeging. Nieuws over Libië viel ver te zoeken in de krant en het tv-journaal de laatste dagen.

Weet al iemand wat er gebeurd is met de rebellen in de door Khadafi heroverde steden? Worden zij opgepakt en veroordeeld? Worden ze opgejaagd en geëxecuteerd of worden zij vergeven en terug ingelijfd? Het antwoord laat op zich wachten. Nu de meeste media zich uit Libië terugtrekken, bepaalt Khadafi zelf welk nieuws de krant haalt. En hij verdraait, zoals gewoonlijk, onbeschaamd de waarheid. Toen de Egyptische bevolking het Tahrirplein bezette, hield massale media-aandacht de Egyptische regering onder de knoet. De regering kon de betoging niet hardhandig neerslaan, want opgelet, de wereld kijkt mee. Live en met de neus op de feiten. Natuurlijk kwamen louche praktijken aan de oppervlakte en vielen er gewonden. Maar Egypte kon niet zomaar het hele plein leegvegen zonder te vrezen voor reacties van de internationale gemeenschap.

In Libië ligt de situatie helemaal anders. Khadafi trekt zich weinig aan van de internationale gemeenschap behalve toen hij ooit, uit schrik voor een Irakverhaal in Libië, zijn kernwapenproductie moest stoppen. Voor de rest schond hij jarenlang mensenrechten en vestigde hij een dictatuur waarbij hij aanmaningen van tafel veegde.

Maar als alle media-aandacht zo massaal op Bhengazi gericht zou zijn, zoals het op het Tahrirplein gericht was, zou Khadafi hoogstwaarschijnlijk een toontje lager zingen. Hij wil nog lang regeren en wenst geen persona non grata te worden waarmee niemand wil worden gezien.

Waakhond van de democratie

De media mogen niet weg uit Libië. Ze moeten druk uitoefenen op Khadafi en de buitenlandse politiek. Zonder media geen betrouwbare beelden van beschoten burgers of gevechtsvliegtuigen boven Bhengazi. Youtubefilmpjes kunnen helpen, maar zijn niet altijd te traceren. Beelden van erkende media kunnen niet genegeerd blijven door de buitenlandse regeringen, de Veiligheidsraad van de VN en de Europese Unie.

Ik hoop dat alle media zich volop richten op dat godvergeten land van moedige burgers en vrijheidsstrijders. Wat blijft er anders over van objectieve berichtgeving? Of mag een journalist geen neutrale beelden meer naar buiten sturen, laat staan de democratie bewaken?

(www.nieuws.be / 18.03.2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *