Titel

Autem vel eum iriure dolor in hendrerit in vulputate velit esse molestie consequat, vel illum dolore eu feugiat nulla facilisis at vero eros et dolore feugait.

Tag archief

Women’s Boat to Gaza bedreigd

By Engelbert Luitsz                     ©                (www.alexandrina.nl/?p=4463)

Het genie van het zionistische discours zit hem in het vermogen het Palestijnse verzet tegen hun onteigening als Palestijnse agressie af te schilderen en de zionistische ijver om met geweld hun revolutionaire status quo af te dwingen als joodse zelfverdediging.

Walid Khalidi

womensboatgaza021016

De positie van het schip de Zaytouna-Oliva vanmorgen.

Opnieuw zullen twee schepen proberen de belegerde Gazastrook te bereiken om internationale aandacht te vragen voor de humanitaire ramp die zich daar voltrekt. Deze keer gaat het om een initiatief van uitsluitend vrouwen. De Zaytouna-Oliva en de Amal-Hope II zullen echter net als vorige pogingen niet hoeven te rekenen op enige medewerking vanuit Israël.

In 2010 voeren zes schepen richting de Gazastrook met meer dan 600 opvarenden uit 37 landen. Onder hen bevonden zich de bekende Zweedse schrijver Henning Mankell, nobelprijswinnares Mairead Corrigan uit Noord-Ierland en de Nederlandse antropologe Anne de Jong. Het schip de Mavi Marmara werd in het holst van de nacht geënterd door Israëlische militairen met speedboten en helikopters (in internationale wateren!). Daarbij werden negen activisten ter plekke vermoord, een tiende zou een paar jaar later alsnog bezwijken aan zijn verwondingen, en er vielen tientallen gewonden.

In 2015 probeerde een viertal schepen het opnieuw. Drie maakten rechtsomkeert toen de Israëlische marine in actie kwam, maar de onder Zweedse vlag varende Marianne werd naar een Israëlische haven geloodst, waarna de opvarenden werden vastgenomen. Dit gebeurde een jaar na de enorme verwoesting die Israël in de Gazastrook had aangericht, maar ook nu werd humanitaire hulp geweigerd door de bezetter. De Marianne was geen vrachtschip, het had een beperkte lading die voornamelijk bestond uit zonnepanelen en medische hulpgoederen.

wbg_logo_800

Women’s Boat to Gaza

The Palestinian Information Center (PIC) schrijft dat het Israëlische dagblad Maariv melding maakt van instructies aan de Israëlische marine om de twee schepen die nu onderweg zijn te onderscheppen en de opvarenden te arresteren. Die zouden pas worden vrijgelaten na het ondertekenen van een verklaring waarin ze beloven nooit meer terug te komen.

Het is een selecte groep deze keer, maar wel een die alleen al door de diversiteit een statement maakt. Velen van hen komen uit een land met een eigen geschiedenis vanbezetting of kolonialisme, zoals Noord-Ierland, Zuid-Afrika, Algerije, Australië en Nieuw-Zeeland.

Natuurlijk zal men proberen, net als bij vorige gelegenheden, het voor te stellen alsof deze actie tegen het land Israël gericht is, dat ze terreur verheerlijkt en dat er veel ergere dingen gebeuren in de wereld. Maar waar we stiekem op hopen is dat er nu eindelijk eens massaal door de joodse bevolking van Israël wordt geprotesteerd tegen de waanzin om deze mensen tegen te houden en daarmee de bevolking van de Gazastrook en de westerse wereld nog meer te vernederen.

Ik heb er alleen geen vertrouwen in dat dat ook kan gaan gebeuren. Wanneer bloedbaden onder Palestijnse burgers door meer dan 90% van de bevolking worden toegejuicht lijkt het tij niet meer te keren. Decennia van indoctrinatie hebben een gevaarlijke slachtoffercultuur gecreëerd, waarmee in principe elke misdaad kan worden goedgepraat. De Israëlische historica Idith Zertal merkte al eens op dat de talloze herdenkingen in Israël in feite een vorm van geheugenverlies zijn: “Ze gaan namelijk niet om het herinneren, maar om het bewerkstelligen van een politiek effect.” Alleen zo kan hulp aan de slachtoffers van Israëlische agressie worden voorgesteld als een aanval op Israël of zelfs op “de joden”.

Een van de schaarse roependen in de woestijn van het Beloofde Land, Gideon Levy, is niet bang de waarheid te zeggen, ook niet naar aanleiding van de dode en nu ten onrechte bejubelde Shimon Peres: “De hele wereld is tegen ons? Onzin! Het is Israël dat tegen de wereld is.” Die “antisemitische en Israël-hatende wereld die wij zelf hebben verzonnen.” Levy past daarmee in het rijtje critici van het zionisme waartoe ook Hannah Arendt behoorde. Toen zij door de joodse geleerde Gershom Scholem om die reden scherp werd aangevallen vanwege haar gebrek aan Ahabath Israel – “liefde voor het joodse volk”- was haar duidelijke antwoord dat zij nooit liefde voelde voor een collectief, niet voor Duitsers, niet voor joden, niet voor de arbeidersklasse – zij hield alleen van mensen.

En dat zal men in Israël ooit moeten gaan begrijpen, net als de joden in de “diaspora” die door Israël worden gegijzeld zullen moeten begrijpen dat kritiek is terug te voeren op door het zionisme aangericht menselijk leed, niet op abstracte religieus-politieke concepten. De missie van de Women’s Boat to Gaza is juist om de aandacht te vestigen op al die individuen die lijden in wat vaak eufemistisch de grootste openluchtgevangenis ter wereld wordt genoemd. Het zijn de gezichten van de kinderen, de vaders en moeders, de vissers, de boeren, de herders, de studenten en de arbeiders waarop het ongeloof na 70 jaar nog niet is verdwenen, die een nachtmerrie vormen voor de zionistische propaganda. Het gaat om mensen, niet om een “volk”, zo’n administratief gegeven dat een machiavellistische boekhouder onopgemerkt kan laten verdwijnen uit het grootboek der geschiedenis.

Lydda en Lidice

By Engelbert Luitsz             ©          (www.alexandrina.nl/?p=2670)

Artikel van 

lidice3

Ruïnes van Lidice, 1942

Lidice, een Tsjechisch dorp, werd in 1942 door de nazi’s volledig verwoest. De meeste mannen werden ter plekke doodgeschoten, de overigen, inclusief vrouwen en kinderen, werden op transport gezet naar Chelmno en Ravenbruck, waar ze werden vergast of door uitputting om het leven kwamen. Het dorp werd met behulp van bulldozers met de grond gelijk gemaakt. Een Duitse soldaat maakte er een – stomme – film van en mede om die reden werd Lidice apart opgenomen tijdens de Processen van Neurenberg. Het werd een symbool van het kwaad dat de nazi’s hadden aangericht.

Het ging uiteindelijk om “slechts” een paar honderd mensen en een vernietigd dorp, maar we zien wel vaker dat juist het kleinschalige leed meer impact heeft dan het hele grote dat niet te beseffen is. Iedereen kan zich nog wel identificeren met de bevolking van een klein dorpje. In de nacht van 8 op 9 april 1948, dus ruim een maand vóór het uitroepen van de staat Israël, vond het bloedbad van Deir Yassin plaats, waarbij tussen de 125 en 200 mensen werden vermoord. Deze gebeurtenis heeft geleid tot een reactievan onder anderen Albert Einstein en Hannah Arendt in The New York Times. Een groot aantal prominente joden beschuldigde de Partij van de Vrijheid van Menachem Begin (later premier van Israël en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede!) van fascistische praktijken. Ook hier ging het om een relatief kleine gebeurtenis in het licht van de etnische zuiveringen die gaande waren, maar de symbolische waarde was enorm.

Lydda_1948

Ruïnes van Lydda, 1948

De stad Lydda (tegenwoordig Lod) ligt niet ver van Tel Aviv. Gedurende 1948, toen Israël het ene dorp na het andere zuiverde van Palestijnse inwoners, vluchtten veel Palestijnen naar Lydda. Er waren op een gegeven moment zo’n 50.000 inwoners. Deze mensen werden op last van het Israëlische leger uit de stad verjaagd, slechts enkele honderden Palestijnen bleven achter. De vluchtelingen die in Lydda bescherming hadden gezocht moesten op de heetste dag van het jaar 17 kilometer lopen naar de frontlinie, daarbij kwamen honderden mensen door uitputting en uitdroging om het leven. Daarna werd de stad geplunderd door het Israëlische leger. De achtergebleven Palestijnen werden uit hun huizen verjaagd en de stad werd snel ingenomen door joodse immigranten.

Lydda is onderdeel van wat de Palestijnen de Nakba noemen, hun catastrofe. De Israëlische regering probeert de Nakba kost wat kost buiten de aandacht van het publiek te houden, onder andere door een verbod op onderwijs over de Nakba en door het aannemen van een speciale Nakba-wet, die herdenkingen probeert te blokkeren door middel van sancties. Het zal geen verbazing wekken dat juist door die maatregel de Nakba extra aandacht kreeg, iets wat bekend staat als het Streisandeffect.

Een artikel (fragment hier) van Ari Shavit in The New Yorker over Lydda riep dan ook gemengde gevoelens op. Shavit komt daarin tot de conclusie dat de gebeurtenissen in Lydda de kern vormen van het zionistische project. “Als het zionisme moest bestaan, kon Lydda niet bestaan. Als Lydda moest bestaan, kon het zionisme niet bestaan.” Sharit lijkt hier erg op de historicus Benny Morris, die als onvolprezen archivaris de misdaden van het zionisme in kaart heeft gebracht, maar die misdaden tegelijkertijd als een noodzakelijk kwaad ziet. Het zionisme en de joodse staat staan kennelijk boven de morele overwegingen die een normaal mens heeft. De immer scherpe journalist Yossi Gurvitz noemde Shavit al eens “de laatste kolonialist“. Dat was een paar jaar geleden, maar dit artikel geeft aan dat Gurvitz het goed zag.

Pamela Olson schrijft in een mooi artikel op Mondoweiss dat het een geweldige stap is dat de Nakba via Shavit in de main stream media belandt. Gezien de merkwaardige rationalisaties die verdedigers van het zionisme als Shavit er op nahouden is het een eerste stap, maar toch belangrijk. Na decennia van absolute ontkenning van hun misdaden, alsmede de Nakba-wet en propaganda is het de zionisten niet gelukt hun verleden te doen verdwijnen. Als Shavit beweert: “Wij hebben geen ander thuis en er was geen andere manier”, vergelijkt Olson hem met een alcoholicus die wel snapt dat ie een probleem heeft, maar niet inziet dat hij de fles moet laten staan om daar een eind aan te maken.

Dat de nazi’s of de zionisten geen keuze zouden hebben of hebben gehad in hun manier om het land te ontdoen van ongewenste elementen, is natuurlijk te zot voor woorden. En zelfs al zouden er verzachtende omstandigheden bestaan hebben in 1948, dan hebben de afgelopen 65 jaar wel bewezen dat het zionisme nooit en te nimmer van zins is geweest zich te gedragen naar de morele maatstaven die ze pretenderen te hebben.

De kans dat de Palestijnen eindelijk hun eigen Processen van Neurenberg zullen krijgen lijkt minimaal. Aan de laatste ronde “vredesbesprekingen” waren maanden van overleg voorafgegaan, de situatie was dus volkomen duidelijk voor de Israëlische regering. En toch is de constructie van nederzettingen in bezet gebied dit jaar met 70% toegenomenvergeleken met vorig jaar. Een duidelijker teken dat het Israël nooit ernst was is er niet zou je zeggen. Daarnaast zijn de agressie en repressie zowel in de Gazastrook als op de Westelijke Jordaanoever dit jaar ook toegenomen. Pessimistische geluiden zeggen dat Israël aanstuurt op een nieuw grootschalig conflict, zodat ze wat ze nu dagelijks mondjesmaat doen, in één keer groots kunnen aanpakken.

Pamela Olson heeft het over haar Palestijnse vrienden van wie velen nooit toestemming kregen hun thuisland te bezoeken, maar die glunderen bij de verhalen van hun grootouders over de schoonheid en het intellectuele klimaat van Jaffa, waar ze elke steen en boom kenden. Ondanks alles blijken de Palestijnen over het algemeen zeer vergevingsgezind te zijn, ze willen vooral in vrede en veiligheid leven, geen overdreven wens zou je denken.

Dat maakt het des te schrijnender dat ze tegenover een steeds radicaler en racistischer Israël staan, waarin zelfs linkse intellectuelen niet de moed hebben hun eigen geschiedenis onder ogen te zien en daar de consequenties uit te trekken.

De Nakba die maar niet eindigt

By Engelbert Luitsz                  ©             (www.alexandrina.nl/?p=4436)

 

Wij hebben één droom
Een droom te vinden die ons draagt
zoals een ster de doden draagt!

Mahmoud Darwish

ismael_schilderij2

Een aquarel van Ismail Shammout uit de jaren vijftig.

 

De Palestijnse kunstenaar en kunsthistoricus Ismail Shammout werd in 1930 geboren in Lydda, een Palestijns stadje op zo’n twintig kilometer van Tel Aviv. Hij was dus nog een jongen toen hij in juli 1948 samen met duizenden anderen uit de stad verdreven werd door zionistische milities. Er werden bloedbaden aangericht onder de bevolking, waarna er enkele tienduizenden mensen op een dodenmars werden gestuurd, waarbij talloze ongelukkigen het leven lieten. Ismail overleefde de helse tocht en wist naar de Gazastrook te vluchten. Daar vond hij onderdak in het vluchtelingenkamp Khan Younis (dat na 68 jaar nog steeds bestaat!). Enkele jaren lukte het hem naar Caïro te gaan om daar aan de kunstacademie te studeren. Maar hij nam geen afstand van Palestina. In 1953 hield hij als eerste Palestijnse kunstenaar ooit een expositie in Palestina, in Gaza Stad.

Ismail_Shammout's_Where_to_...

“Waarheen…?”
Een schilderij uit 1953 van Ismail Shammout, waarmee hij de dodenmars uit Lydda verbeeldt. Het wegkwijnende boompje was een bij Palestijnen gangbaar symbool voor het verlies van hun land en hun wortels. Dit werk was direct zeer geliefd.

 

Zijn levensloop illustreert de niet eindigende Palestijnse catastrofe – de Nakba. Ismail vertrok naar Beiroet in Libanon, maar werd daar in het begin van de jaren tachtig opnieuw verdreven door Israëlisch geweld. Hij vluchtte naar Koeweit. Tot de Golfoorlog, waarna hij naar Duitsland ging. Weer enkele jaren later vestigde hij zich in Jordanië. In 1997 ging hij nog een keer terug naar Lydda, om te constateren dat zijn geboortestad definitief onderdeel van de joodse staat was geworden (de stad is zeker 7000 jaar oud en bestond dus al lang voordat er sprake was van enige Hebreeuwse aanwezigheid in de regio).

Planmatige executies

verdeelplan_detail
Complete kaart van het verdeelplan.

Lydda behoorde tot de steden en dorpen die buiten het door de V.N. voorgestelde “verdeelplan” lagen, maar die om strategische en ideologische redenen door de zionisten werden veroverd, gezuiverd en vaak vernietigd. De Israëlische historicus Benny Morris telde in die periode meer dan twintig bloedbaden die door de zionisten waren aangericht, zodat de rest van de bevolking op de vlucht zou slaan (dat werden er zo’n 750.000).

De ergste gevallen waren Sahila (70-80 doden), Deir Yassin (100-110), Lod [Lydda] (250), Dawayima (honderden) en wellicht Abu Shusha (70). Er is geen onweerlegbaar bewijs van grootschalige slachtpartijen in Tantura, maar daar werden wel oorlogsmisdaden gepleegd. Er had een bloedbad in Jaffa plaatsgevonden waar tot nu toe niets over bekend was. Hetzelfde geldt voor Arab al Muwassi in het noorden. Ongeveer de helft van de bloedbaden waren onderdeel van Operatie Hiram (in oktober 1948, in het noorden): bij Safsaf, Saliha, Jish, Eilaboun, Arab al Muwasi, Deir al Asad, Majdal Krum, Sasa. Tijdens Operatie Hiram was er een opvallend groot aantal executies van mensen tegen een muur of bij een waterput, op een zeer geordende manier.

Dat kan geen toeval zijn.

Interview van Ari Shavit met Benny Morris in Haaretz in 2004

Het was ook na 15 mei 1948 duidelijk dat Israël verdere expansie beoogde en geenszins uit was op een fatsoenlijke overeenkomst met de verdreven bevolking. Toen er sprake was van een bestand zette men juist alles op alles om voor die tijd nog zoveel mogelijk buit te maken. De historicus Ilan Pappe beschrijft het in De etnische zuivering van Palestina zo:

Het nieuws van een ophanden zijnd tweede bestand dat op 18 juli 1948 moest ingaan kwam op een ongelukkig moment voor de operatie van etnische zuivering. Sommige operaties werden versneld uitgevoerd zodat ze voltooid waren voordat het bestand zou ingaan, zoals het geval was met de bezetting van de dorpen Qula en Khirbat Shaykh Meisar. Tegen die tijd hadden de Israëliërs twee steden, Lydda en Ramla, en nog eens 68 dorpen toegevoegd aan de 290 die ze al bezet en gezuiverd hadden.

Verwante zielen

schilderij_tamam

Een schilderij van Tamam Alakhal uit de jaren vijftig.

 

Tamam Alakhal was pas dertien jaar oud toen ze door de zionisten werd verdreven uit haar geboortestad Jaffa. Tamam kwam aanvankelijk in een vluchtelingenkamp in Libanon terecht, maar ook zij ging uiteindelijk naar Egypte, waar ze net als Ismail de kunstacademie bezocht. Daar ontmoetten ze elkaar. Samen vertrokken ze later naar Beiroet waar ze in 1959 trouwden. Voor beiden was kunst een integraal onderdeel van hun geschiedenis, hun strijd voor rechtvaardigheid en hun Palestijnse identiteit. Door de jaren heen hebben ze samen overal in de wereld geëxposeerd.

Ismail overleed in 2006, Tamam leeft nog voor zover ik weet. Zij zal het einde van de Nakba niet meer meemaken.

Tamam en Ismail hebben de verschrikkingen overleefd. Voor hun verhalen geen Hollywood kaskrakers, geen tranentrekkende bestsellers en geen musicals. Maar hun getuigenis blijft staan. Hun geschiedenis laat zien hoeveel moois en menselijks er is vernietigd en nog steeds vernietigd wordt in Palestina. Al die talenten, al die mensen die gewoon wilden leven, maar dat niet mochten van de bezetters. Meer dan ooit hebben de Palestijnen noodzaak aan een droom die hen draagt. Iets daarvan is te vinden in de kunst van hen die mochten overleven.

Israël executeert zwangere vrouw

By Engelbert Luitsz                    ©                   (www.alexandrina.nl/?p=4426)

Maram_Ibrahim-e1461800901749

Het is betrekkelijk rustig in Israël de laatste weken. Als we tenminste alleen naar de extreme vormen van geweld kijken. Een bewusteloze Palestijnse man die op straat lag werd door zijn hoofd geschoten. De dader wordt door een deel van de Israëlische bevolking als een held vereerd. Er kwam een 12-jarig meisje vrij dat 75 dagen lang had vastgezeten in een Israëlische gevangenis. Ik ben niet op zoek gegaan naar een verslag van wat ze heeft meegemaakt, maar de lege blik in haar ogen zegt voldoende. Martelingen, ook van kinderen, en seksueel misbruik komen veel voor bij niet-joodse gevangenen.

gevangen_meisjeHet 12-jarige meisje Dima na haar vrijlating na 75 dagen in een Israëlische cel.

Een internationaal bekende Palestijnse astrofysicus werd opnieuw gearresteerd, om maar weer eens te laten zien dat men in Israël overal lak aan heeft. Een circusartiest, pedagoog en steun voor de getraumatiseerde Palestijnse kinderen zit nog steeds in hechtenis. Zonder aanklacht, zonder advocaat of proces.

En er werd een zwangere vrouw van 24, moeder van twee kinderen, met haar broer van 16 geëxecuteerd.

zwangere_moeder_vermoord_israel

Maram Salih Hassan Abu Ismail was op weg naar een ziekenhuis in Jeruzalem voor een test vanwege haar zwangerschap. Ze had een pasje ontvangen, want bewegingsvrijheid zit er niet in voor Palestijnen. Maar Maram was daar nieuw en liep op een weg waar ze niet behoorde te zijn volgens de bezetters. Bovendien sprak ze geen Hebreeuws, dus ze begreep niets van het geschreeuw van een paar soldaten. Ze werd daarop vanaf grote afstand neergeschoten. Toen haar broertje haar wilde helpen werd ook hij neergeschoten. Daarna kwamen de soldaten naderbij en vuurden volgens getuigen nog zo’n 15 kogels af op de twee hulpeloze mensen. Hier zullen de soldaten nog wel over berispt kunnen worden. Wanneer je iemand met kogels doorzeeft zijn de organen doorgaans niet meer verhandelbaar. De voorkeursprocedure is een schot door het hoofd, zodat de rest van het lichaam intact blijft. Maar wellicht waren dit beginnende fascisten die de executie als een oefening zagen.

377628C

Na de moorden werden er naar goed Israëlisch gebruik een paar messen neergelegd, waarmee de woordvoerder weer een passend verhaal kon maken. Dat er af en toe video’s opduiken die de leugens van de bezetter onderuit halen is geen belemmering om gewoon door te gaan met een beleid van liegen en bedriegen.

De arrogantie beperkt zich niet tot Palestina, ook in de Verenigde Staten en Engeland wordt iedereen die zich kritisch uitlaat over Israël belaagd en indien mogelijk uit zijn of haar functie gezet. En ook het plan van Frankrijk om opnieuw tot vredesbesprekingen te komen werd van de tafel geveegd. Maar ondertussen werd er wel weer meer geld geëist van de Amerikaanse belastingbetaler om precies die lobbygroepen in stand te houden die deze ellende mogelijk maken.

t-shirt israel twee voor de prijs van een

T-shirt van Israëlische sluipschutters met de opdruk “Twee voor de prijs van één”, met een afbeelding van een zwangere Palestijnse vrouw. Ze zijn er in ieder geval duidelijk over.

Er is al vaak gewaarschuwd voor het zionistische fascisme. De kiem van het ultra-nationalisme was al duidelijk geworden na het eerste Zionistische Congres in 1897, maar de ontwikkelingen in de 20e eeuw hebben het wezen van de beweging naar de achtergrond gedrongen, daarbij geholpen door een zeer efficiënte en machtige propagandamachine. Er is echter te weinig aandacht voor een simpel feit: wanneer iedereen het er uiteindelijk over eens is dat we hier met een vorm van fascisme te maken hebben is het veel te laat. Hoe langer er tijd wordt gerekt met semantische acrobatiek over wat termen als fascisme, Apartheid, bezetting, etnische zuivering, genocide, moord en oorlogsmisdaden precies betekenen, hoe kleiner de kans dat we nog kunnen terugkeren tot een menswaardige samenleving. Het menselijke vermogen tot het begaan van wreedheden is niet veranderd in de afgelopen duizenden jaren, de technologie van de dood echter wel.

Nationalistische mythen van het zionisme

By Engelbert Luitsz          ©           (www.alexandrina.nl/?p=4418)

Gaza 2014

1948 of 2014, de beelden zijn identiek. Palestijnen die hun schamele bezittingen oppakken, omdat ze geen woning meer hebben.

Het nationalisme

De wortels van het joods nationalisme in het moderne Israël liggen niet in het historische Israël of Judea, maar in Babylon. In de vijfde eeuw voor Christus werd een groot deel van de joden door de Babyloniërs naar Babylon overgebracht. In de mythologie wordt deze “ballingschap” als een zwarte bladzijde gezien, in werkelijkheid hadden de meeste joden het daar aanmerkelijk beter dan in het primitieve Jeruzalem. Sommigen kregen hoge posities binnen de regering en er was vrijheid van godsdienst. Ook de financiële wereld, hoe eenvoudig ook in die tijd, lag voor hen open. De Franse econoom Jacques Attali schrijft in zijn cultuurgeschiedenis van het joodse volk “De joden, de wereld en het geld” bijvoorbeeld:

In de archieven van een van de allereerste kredietinstellingen ter wereld – het “Huis Murashu” in Nippoer, dat via erg eenvoudige technieken van aandelen in de winst landbouw en handel financiert – heeft men de namen gevonden van zeventig joodse geldschieters en contracten die door evenveel joodse als Babylonische zakenlui zijn ondertekend.

Een kleine groep joden nam hier echter geen genoegen mee. De open en tolerante samenleving maakte het onmogelijk een exclusief joodse theocratie te stichten. Toen zo’n vijftig jaar later de Perzen Babylon veroverden en Cyrus II de Grote het de joden toestond terug te keren naar Judea, maakte die groep daar dankbaar gebruik van. Ondertussen hadden ze daar al veel van hun belangrijkste geschriften vervaardigd, zodat ze een basis hadden om in Judea te doen wat in Babylon niet mogelijk was geweest.

Maar waarom hield deze elite zo vast aan een identiteit die lang niet door alle joden werd gedeeld en ook niet een reactie was op discriminatie of vervolgingen? De filosoof Bertrand Russell legt in zijn “Geschiedenis der westerse filosofie” uit dat het te maken heeft met het monotheïstische geloof in een almachtige God. Als alles de wil van God is, kan een ballingschap niets anders zijn dan een straf voor verkeerd gedrag.

Als Jahwe almachtig was en de joden zijn eigen volk waren, kon hun lijden slechts worden verklaard uit hun slechtheid. Men ging uit van het idee van de vaderlijke kastijding: de joden moesten door straf worden gelouterd. Onder invloed van deze opvatting ontwikkelden zij tijdens de ballingschap een orthodoxie, die veel strenger en exclusief-nationalistischer was dan zij ooit hadden gekend toen zij nog onafhankelijk waren.

Het leven in een open samenleving maakte deze mensen dus juist fundamentalistisch, zoals we tegenwoordig zouden zeggen. De eerste slachtoffers van die nieuwe houding waren de joden die waren achtergebleven in Judea. Deze hadden een normaal contact met de buurvolken, er was handel, er werd getrouwd, kortom het leven zoals we dat graag zien. Hier maakten deze orthodoxe joden resoluut een eind aan. Gemengde huwelijken werden ontbonden en kinderen uit die huwelijken werden net als iedereen die niet als jood werd gezien, de stad uitgejaagd.

De nieuwe leer was in Babylon opgesteld, maar ze presenteerden zich tegenover de bevolking van Judea alsof zij de enige ware leer verkondigden en alsof die leer van godsverering altijd zo veeleisend was geweest. Zij maakten de achterblijvers wijs dat zij het waren die van het rechte pad waren afgedwaald. Historisch gezien klopte daar niets van, maar ze hadden de macht hun wil op te leggen aan de lokale bevolking. Het is een kwestie die vandaag de dag nog speelt in Israël (dat op historisch-ideologische gronden beter Judea zou kunnen heten). Ook Simon Schama ontkomt er niet aan om in zijn “De geschiedenis van de joden” deze cruciale ommekeer te benoemen.

Voor het eerst (maar niet voor het laatst) weerklonk het debat over ‘wie is een jood’, waarmee Ezra een grootscheepse en meedogenloze schifting lanceerde van degenen die beschouwd werden als besmet door ‘uitheemse’ cultussen.

Ook in 2016 is het in Israël niet mogelijk voor een jood om met een niet-jood te trouwen en ook nu wordt door sommige orthodoxe joden (met, als het zo uitkomt, steun van seculier rechts) jacht gemaakt op het Reformjodendom, de meer liberale joden (en uiteraard op alles wat seculier, multicultureel en “links” is). De ontwikkeling van het moderne Israël heeft gezorgd voor een soort mengvorm waarbij de staat met z’n symbolen voor een deel de functie van de religie heeft overgenomen. En dat noemen we (ultra)nationalisme.

De diaspora

De verspreiding van joden over de wereld was al aan de gang voordat het judaïsme een geformaliseerde religie werd. De volgende stap om het idee van een volk dat verbannen is in stand te houden werd mogelijk gemaakt door de Romeinen. Het waren ook hier niet “de joden” die verantwoordelijk waren voor de ontwikkelingen, maar met name een groep fanatici die bekend staan als de Zeloten. De naam zeloot is nog steeds bekend als iemand met een overdreven (geloofs)ijver, maar in die tijd leken ze meer op de moderne “rebellen” van IS. Zij waren het die opstanden tegen de Romeinen begonnen, wat in het jaar 70 leidde tot de val van Jeruzalem. De Zeloten keerden zich meedogenloos tegen joden die voorstander waren van diplomatie en onderhandeling. Ook dat zien we tweeduizend jaar later terug bij de zionistische terreurgroepen in Palestina die het vaak op joden gemunt hadden die in hun ogen te tolerant waren. De moord op Yitzhak Rabin in 1995 door een joodse extremist past ook in die traditie.

De diaspora of verstrooiing is een mythe. Er waren wel perioden waarin er op grote schaal door oorlog of opstand joden werden verdreven, maar nooit allemaal. Bovendien hadden talloze joden om uiteenlopende redenen zelf al besloten verder te kijken. Nieuwsgierigheid naar andere oorden, handel en onvrede met de orthodoxe terreur binnen het jodendom bijvoorbeeld. Daarnaast waren er perioden dat er buiten Palestina ook intensief nieuwe joden werden geworven (zie bijvoorbeeld Shlomo Sand: The Invention of the Jewish People). Toch worden de afstammelingen van deze mensen meegenomen in het begrip “ballingschap” dat nog steeds een belangrijk onderdeel is van de joodse identiteit. Anders zou Israël immers niet hoeven te bestaan.

Eind dit jaar verschijnt er eindelijk een Nederlandse vertaling van Oswald Spenglers klassieker “De ondergang van het Avondland“. Zijn organische visie op beschavingen die opkomen en weer ten onder gaan heeft hem het epitheton cultuurpessimist opgeleverd. Hij ontkende dat zelf, hij beschreef alleen processen, zonder daar een waardeoordeel aan te koppelen. De twee delen verschenen in 1918 en 1922, dus op het moment dat het politiek zionisme na de Balfour-declaratie van 1917 en dankzij de Britten vaste voet aan de grond kreeg in Palestina. Spengler heeft het ook kort over het zionisme:

De verwoesting van Jeruzalem had slechts betrekking op een zeer klein deel van de natie, een deel dat bovendien spiritueel en politiek het minst van belang was. Het is niet waar dat het joodse volk sinds die dag in de “diaspora” heeft geleefd, want het leefde al sinds eeuwen (net als de Perzen en anderen) op een manier die onafhankelijk was van een eigen land.

De toevoeging “Het is niet waar dat..” lijkt er op te duiden dat hij hier ingaat tegen een heersende opvatting. En ook al is er sindsdien door het werk van talloze historici en archeologen aangetoond dat Spengler hier volkomen gelijk heeft, als cultureel erfgoed blijft de mythe van de “diaspora” toch een rol spelen.

Het meest morele leger ter wereld

De documentaire Censored Voices gaat over getuigenissen van soldaten na de Juni-oorlog van 1967. Deze oorlog wordt ook wel de Zesdaagse Oorlog genoemd, een verwijzing naar het Bijbelse verhaal van de schepping. Op de zevende dag kunnen we uitrusten want dan is de klus geklaard. Iedereen weet dat het sindsdien alleen maar erger is geworden, maar dit religieuze concept trok veel orthodoxe twijfelaars over de streep. De opnames, die onder anderen door Amos Oz werden gemaakt, werden door de legerleiding gecensureerd. Vorig jaar werden ze dan eindelijk voor een groot publiek beschikbaar gesteld. De documentaire werd zelfs op het prestigieuze Sundance Festival getoond. In 1967 werden er nog eens meer dan 200.000 Palestijnen verdreven, slechts 20 jaar na de Nakba, dus voor velen was dit al de tweede keer in hun leven.

Het zal niemand verbazen dat de verhalen van de soldaten helemaal geen blijk geven van een bijzondere vorm van moraliteit. Het was al genoegzaam bekend hoe het Israëlische leger in 1948 had opgetreden, waarbij moorden, verkrachtingen, plunderingen en verwoestingen niet geschuwd werden. In 1949 had S. Yizhar de novelle “Khirbet Khizeh” gepubliceerd, waarin de ik-persoon, een Israëlische soldaat, verslag doet van de ontruiming van een Palestijns dorp. Het boekje beschrijft slechts een detail van de Palestijnse exodus, maar zo indringend geschreven dat het nog steeds indruk maakt. In Israël was het een bestseller, maar het duurde tot 2008 voordat er een Engelse vertaling kwam. Dat had ongetwijfeld te maken met de psychologie, de gewetenswroeging waarmee ook een schrijver als Amos Oz graag koketteert. Dan zeg je eigenlijk: ja, het is erg wat er is gebeurd, maar zo slecht zijn wij toch ook niet, want we worstelen ermee. Het probleem is natuurlijk dat het tot op de dag van vandaag doorgaat, dus hoe lang kun je je nog blijven verschuilen achter je geweten?

Het is juist om die reden dat men concepten als “het meest morele leger” of “de zuiverheid der wapenen” ging inzetten. Zoals we boven zagen bij de religieuze interpretatie van de verbanning naar Babylon zien we ook hier hoe een afwezigheid van universele ethiek leidt tot het “goedpraten” van dat wat er gebeurt. Alles is de wil van God, dus we hoeven ons alleen maar af te vragen waarom dit gebeurt, niet of het goed of slecht is. God wil dat het volk terugkeert naar zijn land. Dat is een nobel streven en dus heiligt het doel de middelen. Het is daarnaast ook van groot belang dat de soldaten zelf het gevoel hebben dat het goed was wat ze deden, zodat ze niet wakker liggen van de gruwelen die ze hebben aangericht. Die gruwelijke details die S. Yizhar bewust vermijdt kwamen later dankzij historici als Ilan Pappe en Benny Morris toch bij een groot publiek terecht en die kregen dan ook een veel minder enthousiast onthaal.

Het blijft schipperen. Wat kan men laten zien om de indruk te wekken dat we met een democratie te maken hebben, of dat er vrijheid van meningsuiting bestaat, zonder dat het joodse karakter van de staat wordt geschaad? Een interessant voorbeeld is een recent artikel van Amir Oren voor Haaretz, getiteld The truth about the Israel Defense Forces, ‘the world’s most moral army’. Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat de Engelse versie veel korter is dan de Hebreeuwse, tot wel 40%. Wat is er weggelaten en waarom? Het artikel is een reactie op de uitspraken van een hoge militair die het had over de menswaardigheid en de zuiverheid der wapenen binnen het Israëlische leger, gerelateerd aan de joodse erfenis. Niet alleen maakt Oren gehakt van die onzin, hij wijst er nog eens op dat we ons niet moeten beperken tot de bezetting om te begrijpen waar de steeds extremistischer houding ten opzichte van de Palestijnen vandaan komt.

In werkelijkheid was het de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948-49 waarmee de catalogus van moord, verkrachting, plundering, minachting voor menselijk leven – ook voor Israëlisch leven – werd gelanceerd, gevolgd door de oorlogen van 1956 en 1967. Er bestaat geen eenduidige “joodse moraal”. Er bestaat geen gruweldaad waar joden zich niet aan schuldig hebben gemaakt, ook al was het in mindere mate dan anderen qua aantallen en omvang.

Twee zaken komen voortdurend terug: de (militaire) censuur en het feit dat (oorlogs)misdadigers zelden serieus bestraft worden als ze joods zijn en het om daden gaat die gericht zijn tegen Palestijnen. Het gevaar van die censuur is onder andere dat soldaten soms op een missie worden gestuurd zonder te weten dat ze met mensen te maken krijgen die een diepe haat tegen hen koesteren vanwege iets wat een andere soldaat heeft gedaan. Daarmee zet Israël de levens van de eigen mensen op het spel. Het Israëlische leger is uiteraard “niet slechter en niet beter” dan welk ander leger dan ook. Maar mensen zullen dat wel aanvoelen en dan werkt een vaak agressieve propaganda om iedereen te doen geloven dat het Israëlische leger anders zou zijn juist averechts.

Richard Silverstein benoemt deze mythe over het leger ook in zijn uitvoerigebespreking van de documentaire Censored Voices.

Het neemt direct z’n toevlucht tot geweld en probeert meteen daarna de eigen daden als defensief en noodzakelijk voor het voortbestaan van de staat voor te stellen. Dat is de zionistische mythe van eeuwig slachtofferschap en existentiële noodzaak.

Samenleven

Een logisch gevolg van een nationalistische ideologie is dat je het volk moet wijsmaken dat samenleven met de “ander” niet mogelijk is. Het is dan ook niet prettig voor de hardliners onder de zionisten wanneer een Israëlische hoogleraar een boek schrijft over hoe joden en Arabieren het prima konden vinden totdat zionisme en Arabisch nationalisme roet in het eten gooiden. Het boek van de universiteitsdocent Menachem Klein, “Lives in Common: Arabs and Jews in Jerusalem, Jaffa and Hebron”, verscheen enkele jaren geleden in het Engels en nu is er ook een Hebreeuwse vertaling. Vandaar dat er een uitgebreide bespreking verscheen op de website van het bloggerscollectief +972 door de Israëlische activist Noam Rotem.

Het boek beschrijft een periode aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Citaten zijn uit Rotems recensie, niet uit het boek.

Toen het Ottomaanse Rijk, dat indertijd over Palestina heerste, tegen het eind van de 19e eeuw z’n macht begon te verliezen begon er een nieuwe, lokale identiteit te ontstaan uit de gedeelde levenservaringen van joden en Arabieren. Deze identiteit, die boven de religies stond, werd gedeeld door moslims, joden en christenen.

Het was een organische samenleving, niet gebaseerd op een overkoepelende ideologie of een duidelijk politiek programma. Bovendien was het een voornamelijk agrarische samenleving, zonder eigen leger of politiemacht en dus ook zonder ervaring met het afslaan van vijanden. De Europese, joodse kolonisten waren echter wel onderdeel van een politiek programma en begonnen zich ook al heel vroeg militair te organiseren. Onderwijs was een belangrijke factor, net als het introduceren van een nieuwe taal, het Nieuw Hebreeuws of Ivriet, die meteen een wig dreef tussen zionisten en Arabieren. Al in 1905 hadden de zionisten gezorgd voor een Hebreeuwse middelbare school, het Herzliya Hebreeuwse Gymnasium. Iemand van de eerste lichting was Moshe Menuhin, de vader van Yehudi, en hij herinnerde zich later vooral hoe de joodse kinderen op school geïndoctrineerd werden en elke dag ingestampt kregen dat het vaderland “goyim rein” moest worden, vrij van niet-joden dus. Het niet kunnen samenleven zoals dat wordt voorgesteld door de Israëlische nationalisten is dus niet het gevolg van een geconstateerd feit, doch integendeel het gevolg van een gerichte campagne. En dat is in al die jaren niet veranderd. Het boek van professor Nurit Peled, “Palestine in Israeli School Books” uit 2012 laat bijvoorbeeld zien hoe het onderwijs in Israël gericht is op het afzonderen en kleineren van de niet-joodse bevolking.

Noam Rotem verzucht dan ook bij het lezen van Kleins boek:

Het laat ons zien dat deze vorm van samenleven, ondanks alles wat ons is geleerd door het Israëlische onderwijssysteem, toch mogelijk is.

De nieuwe immigranten deden geen enkele poging zich aan te passen aan het leven en de gebruiken van het Midden-Oosten. Zij creëerden een beeld van de Hebreeuws sprekende tzabar (sabra) als authentieke jood, tegenover de Arabische jood.

De mythe van de tzabar werd gecreëerd door een cultuur van immigranten die zichzelf als oorspronkelijke bewoners wilden zien. Landkaarten werden opnieuw getekend en Arabische namen van plaatsen werden genegeerd of veranderd in Hebreeuwse namen. Dat gebeurde niet alleen met het oogmerk om de immigranten te veranderen in autochtonen, maar ook om aanspraak te kunnen maken op het land van hen die er eerder waren.

Tot slot

Het boek van Menachem Klein ontkracht opnieuw een van peilers van de zionistische propaganda, namelijk dat samenleven met Palestijnen niet mogelijk zou zijn. Vijf jaar geleden werd Klein een promotie onthouden, net als een collega van hem, Ariella Azoulay, die filosofie doceert. De historicus Ilan Pappe werd zelfs bedreigd en verliet Israël uiteindelijk. Nurit Peled wordt gezien als dé expert op haar vakgebied, maar wordt vaak niet uitgenodigd op congressen. En dan beperk ik me hier nog tot joodse Israëliërs. Dat is de prijs die je in Israël betaalt voor een kritische houding. Met kritisch bedoelen we in dit geval een poging om tot een fatsoenlijke samenleving te komen. Indien mythe de maatstaf blijft zullen meer en meer mensen van goede wil aan beide kanten het slachtoffer worden. De wetten om dat mogelijk te maken zijn al in de maak.

Het zionisme heeft een monster gebaard

By Engelbert Luitsz                  ©                      (www.alexandrina.nl/?p=4415)

heksen

Heksenverbranding in Amsterdam in de 16e eeuw. Roermond maakte na 400 jaarexcuses voor dergelijke praktijken in de 17e eeuw. Het begint altijd met bijgeloof en vooroordelen, dan volgt ontmenselijking. Heksen kregen tenminste nog een proces.

In zijn column van vandaag voor Haaretz beschrijft de Israëlische journalist Gideon Levy hoe de situatie in Israël dermate is verslechterd dat er volgens hem geen weg terug meer is. Niet dat het ooit echt goed was, maar alles wijst op een “nieuwe nationale identiteit“, een situatie die “evident onomkeerbaar” is. Er is nauwelijks een tegengeluid te horen wanneer er oorlogsmisdaden worden gepleegd, kinderen worden doodgeschoten of hele families van hun land worden gejaagd. Elk “incident” is een symptoom van een dieper liggend probleem dat verbonden is met het zionistische project. De kiem van wat we nu zien gebeuren werd al in de 19e eeuw gelegd en na de Juni-oorlog van 1967 kreeg Israël ook nog eens de steun van religieus rechts dat had gewacht op een goddelijke vingerwijzing. Die vonden ze in het door de zionistische propaganda bedachte “mirakel” van de overwinning.

Doordat er geen internationale druk word uitgeoefend wordt de bevolking nauwelijks geconfronteerd met de eigen medeplichtigheid. Het culturele aspect van tribale loyaliteit zal zeker ook meespelen. Nog steeds is het zo dat je niet één individuele jood aan de schandpaal kunt nagelen wegens ontoelaatbaar gedrag, zonder dat er direct mensen opstaan die doen of daarmee alle joden worden geviseerd. Over de historische oorzaken van dat groepsdenken gaat dit stukje niet, maar het gevolg is een grote zwijgende meerderheid. Zoals een bekend citaat van Albert Einstein luidt is de wereld niet een gevaarlijke plek vanwege de slechte mensen, maar vanwege de mensen die daar niets aan doen. 

En zo ziet Levy de situatie in Israël ook:

Niet dat alle Israëliërs monsters zijn geworden. De ergsten onder hen, zij die de soldaat die een Palestijn executeerde zien als een nationale held, vormen nog geen meerderheid. Zij die “dood aan de Arabieren” denken, die ervan overtuigd zijn dat niet-joden hier niet zouden mogen wonen; zij die weten dat ze het Uitverkoren Volk zijn en zij die zeker weten dat hun heerschappij gegarandeerd is door een goddelijke belofte; zij die denken dat Palestijnen geen rechten bezitten en zij die zeker weten dat het Israëlische leger het meest morele leger ter wereld is – worden sterker en nemen met angstaanjagende snelheid in aantal toe. En niemand komt in opstand.

En wat doet de regering? Zoals gewoonlijk: alles ontkennen. Onlangs vroeg de Zweedse minister Wallström om een onafhankelijk onderzoek naar het grote aantal gedode jonge Palestijnen. Zoals te verwachten kreeg ze de wind van voren. Maar nu rommelt het zelfs bij Israëls grote steun en toeverlaat de Verenigde Staten. Senator Patrick Leahy doet een beroep op een wet die zijn naam draagt en waarin wordt bepaald dat Amerikaanse steun kan worden ingetrokken wanneer er sprake is van mensenrechtenschendingen. Het gaat dan om specifieke militaire onderdelen, niet om landen. Ook Leahy vraagt om een onderzoek om te bepalen of er misbruik gemaakt wordt van die steun.

De reactie van premier Netanyahu was weer voorspelbaar: hij belde met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en verlangde dat Kerry publiekelijk zou verklaren dat Israël zich niet schuldig maakt aan buitengerechtelijke executies. Volgens hem is het natuurlijk net andersom: de executies zijn “zelfverdediging” en een jong Palestijns meisje met een schaar in haar hand is een “bloeddorstige terroriste”.

Geen onderzoek. Al het bewijsmateriaal negeren en via de V.S. proberen je wil door te drijven. Je vraagt je af hoe lang dat ze nog blijven pikken daar, maar dat vraagt men zich al zeventig jaar af. Terwijl in Israël extremistische groepen worden geprezen om hun principiële houding en mensenrechtenorganisaties als verraders worden gezien, blijft de landroof doorgaan, blijft de Gazastrook een concentratiekamp en zijn Palestijnse vissers, boeren en kinderen hun leven niet zeker. De Palestijnen hebben nog maar de beschikking over zo’n 15% van hun land volgens een recent rapport. Ook een kwart van de Gazastrook is volledig onder controle van Israël.

Ook zonder deze gefilmde executie was er meer dan genoeg reden om de exorbitante Amerikaanse steun in te trekken. De V.S. financieren hoe dan ook de bezetting en de verdrijving van het Palestijnse volk, dus ook al zou er niet een dodelijk slachtoffer zijn, dan nog is het immoreel dit regime financieel, militair en politiek de hand boven het hoofd te houden. Het is de optelsom van talloze grote en kleine misdaden die vanaf 1948 door de vingers werden gezien die uiteindelijk geleid heeft tot de arrogantie van een steeds extremistischer regime dat overal mee weg denkt te kunnen komen. En daarom, denkt ook Gideon Levy, is het nu onomkeerbaar.

Er zijn giftige zaden waarvan, als ze eenmaal geplant zijn, de ontkieming niet meer tegengegaan kan worden. Er zijn plagen die niet in toom gehouden kunnen worden. Daar zijn wij aanbeland. Wanneer de executie van een gewonde Palestijn een deugd wordt, verdwijnen alle andere deugden en vervliegt alle hoop. Er is een nieuw volk ontstaan, tussen de ultranationalisten en het rechts-religieuze kamp aan de ene kant en de onverschillige meerderheid aan de andere.

Een andere waardevolle medewerker van Haaretz, B. Michael, schreef onlangs ook een stukje over het ontluikend fascisme in Israël (In het hoofd van de ontluikende fascist). Hij beschrijft de twee “kritische stadia” die een maatschappij moet doormaken om tot “volledig, officieel fascisme” te komen.

Ten eerste is het noodzakelijk de “Ander” volledig te ontmenselijken. In het geval van de Palestijnen zien we dat dat proces al heel lang aan de gang is. Woorden als “kakkerlakken“, “beesten op twee poten“, “krokodillen” of “wilde beesten” zijn al ingeburgerd om die “Ander” te beschrijven. Alleen dan kun je iemand die hulpeloos op de grond ligt afmaken zonder gewetenswroeging. Met de punt van je laars of met een kogel uit een geweer. “Dat is het lot van de kakkerlak.

De tweede fase moet ervoor zorgen dat de slachtoffers niet als slachtoffers worden gezien, maar als legitieme doelwitten die bijna achteloos bestolen, verdreven of vermoord kunnen worden. Met superieure ironie schrijft B. Michael: “Vervelend genoeg moet ik voor het tweede stadium mijn toevlucht nemen tot een oud Duits woord: vogelfrei.

De enorme steun die de moordenaar krijgt (niet alleen van de bevolking, ook uit de hoogste kringen: de aanklacht is al gereduceerd tot doodslag!) is onderdeel van deze tweede fase. Door een held van deze man te maken wordt de deur wagenwijd opengezet naar nog meer executies en lynchpartijen. Alle Palestijnen worden zo vogelvrij verklaard en iedereen kan zich straffeloos op hen uitleven. Palestijnen worden niet langer door de wet beschermd en de daders hoeven niet bang te zijn voor “lastige vragen van de een of andere verraderlijke minderheid, wier dagen ook geteld zijn“.

Is het toeval dat ook Gideon Levy een paar Duitse woorden in zijn stukje gebruikt? Hij heeft het over “zeitgeist” en “ortgeist“, de geest van de tijd en de plaats, die maakt dat zelfs mensen die de extreme daden van het leger of kolonisten afkeuren, toch niet in staat zijn de ernst van de situatie goed in te schatten. De wereld is niet een gevaarlijke plek vanwege de slechte mensen, maar vanwege de mensen die daar niets aan doen.

Opnieuw jonge Palestijn geëxecuteerd

By Engelbert Luitsz               ©                  (www.alexandrina.nl/?p=4409)

“Soms moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.”
Johan Cruijff

executie_palestijnen

De Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem heeft een video openbaar gemaakt waarop is te zien hoe een Palestijnse man die gewond op straat ligt zonder enige aanleiding door zijn hoofd wordt geschoten.

Vanmorgen zouden twee jongemannen van 21 een Israëlische soldaat hebben aangevallen met een mes. Ramzi Aziz al-Qasrawi werd direct doodgeschoten en Abed al-Fattah Yusri al-Sharif werd zwaar gewond. Palestijnse medische hulp werd niet toegelaten en de soldaten bekommerden zich uitsluitend om de soldaat. Zoals op de video is te zien heeft de man hooguit een schrammetje. Hij werd echter volgens het slachtofferritueel weggevoerd alsof hij naar de intensive care moest. Niemand bekommerde zich om de gewonde Palestijn op straat.

Ondertussen ligt al-Sharif roerloos op de grond. Net voordat het busje linksonder in beeld optrekt, zie je een van de soldaten zijn geweer ontgrendelen. Hij doet een paar stappen naar voren, duwt nog even een collega opzij en schiet dan de op straat liggende jongeman door zijn hoofd (vanaf 1 minuut 40). Nadat het busje uit beeld is ligt al-Sharif plotseling met zijn hoofd in een plas bloed.

Executies van Palestijnen zijn geen uitzondering, maar slechts zelden lukt het zulke duidelijke beelden te tonen. In die zeldzame gevallen, wanneer Israël er echt niet meer onderuit kan, wordt dan gedaan of het niet past binnen de gedragscode van het leger. De soldaat zou op non-actief zijn gesteld en er zou een onderzoek komen. Of dat gaat gebeuren is maar de vraag. Als er al een onderzoek komt dan zal het gaan over het voorkomen van bewijsmateriaal, niet over de daad zelf.

In dit geval werd de video gemaakt door een lid van B’Tselem, een organisatie die net als veel andere niet-gouvernementele organisaties (NOG’s) in Israël onder vuur ligt. Vorig jaar publiceerde de rechts-extremistische organisatie Im Tirtzu nog een video waarin diverse mensenrechtenorganisaties als B’Tselem, het Public Committee Against Torture in Israel; Breaking the Silence en het Center for the Defense of the Individualwerden uitgemaakt voor “buitenlandse agenten” die steun aan terroristen verlenen. De ultra-nationalistische minister van Justitie Ayelet Shaked kwam in het voetspoor van Im Tirtzu met het voorstel om alle leden van NGO’s een herkenningsteken te laten dragen. Dit was zelfs voor het parlement te gortig. Niet het principe, maar het feit dat vergelijkingen met de joodse geschiedenis het imago van de joodse staat geen goed zouden doen. Wat wel bleef staan was de “transparantie”. Wanneer NGO’s die meer dan de helft van hun geld uit het buitenland krijgen overal moeten aangeven waar dat geld vandaan komt zal dat sommige donoren kunnen afschrikken.

Het is maar om aan te geven dat zelfs het registreren van de gebeurtenissen in Palestina een gevaarlijke zaak is. Palestijnen zijn al met de dood bedreigd, zijn camera’s, telefoons en laptops kwijtgeraakt omdat ze iets hadden vastgelegd dat de regering of het leger niet in de openbaarheid wilde hebben.

Onverschilligheid

Het vreemdste, bijna surrealistische aan de executie is de totale onverschilligheid van iedereen. Het lijkt bijna een filmset. Niemand lijkt zich iets aan te trekken van het feit dat voor hun ogen een koelbloedige moord is gepleegd. En dat is de griezelige kant van Israël zoals die de afgelopen jaren nog meer dan daarvoor naar buiten is gekomen. De ontmenselijking van de eigen bevolking is dermate geslaagd dat ze geen enkel gevoel meer kunnen opbrengen voor het lijden van een ander. We zien het bij ministers als Shaked, bij soldaten, kolonisten en sommige rabbijnen. Het onvermogen om zich in te leven in de situatie van de Palestijnse bevolking betekent dat ze zich zelfs van een nog grotere ramp dan de bloedbaden in de Gazastrook niets aan zullen trekken. De gewetenloze demagogen in de regering zullen daar dankbaar gebruik van maken.

Frans Timmermans maakte zijn dubieuze politiek meer dan goed met indrukwekkende speeches, het handelsmerk van de moderne politicus. Wat hij vorig jaar tijdens de Buchenwaldherdenking zei geeft goed aan hoe bang we moeten zijn voor de ontwikkelingen in de joodse staat. Deze laatste executie was slechts het zoveelste symptoom van een ernstige kwaal.

Onverschilligheid die ertoe leidt dat je de ander niet ziet, de ander te weinig ziet, de ander niet wil zien in haar of zijn eigenheid of eigen kijk op het leven, is ook de basis waarop totalitaire regimes kunnen groeien.

Laten we hopen dat er iets gebeurt waardoor er iets gebeurt. Nooit zal een regime dat machtig genoeg is om zichzelf in stand te houden uit zichzelf de morele onhoudbaarheid van z’n beleid erkennen en veranderen. Er moet iets gebeuren. Ofwel onder internationale druk, ofwel onder interne druk. De vanzelfsprekendheid waarmee een heel volk hier langzaam in een onleefbare situatie wordt gedreven is zo beangstigend dat je er het liefst niet over nadenkt. En ook dat weten de psychologen van het zionistische project.

Arnon Grunbergs zionisme

By Engelbert Luitsz                 ©                    (www.alexandrina.nl/?p=4403)

Palestinian_refugees

Palestijnse vluchtelingen in 1948. Hamas ontstond pas 40 jaar later.

Een curieuze Voetnoot vandaag in de Volkskrant. De populaire auteur Arnon Grunberg reageert op de aanslagen in Brussel met een anachronistisch beeld van het Palestijnse verzet. Hij volgt daarmee  de Israëlische premier Netanyahu die niets liever doet dan alle Palestijnen op een hoop gooien met IS, Al Qaida of Boko Haram. De Israëlische minister van Wetenschap Ofir Akunis maakte het nog bonter door te suggereren dat men zich in Europa zo druk maakt over het etiketteren van producten uit illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, dat men niet genoeg tijd overheeft om de veiligheid van de eigen bevolking te garanderen. De Israëlische minister van Veiligheid Israel Katz vindt vervolgens dat de Belgen hun tijd verdoen met het eten van chocola, in plaats van de strijd aan te binden met moslims.

Of is Grunberg verblind geraakt door de christelijke onschuld van terrorisme-expert Beatrice de Graaf? In haar lezing voor de schapen van De Wereld Draait Door bestond ze het de joodse terreurbewegingen Irgoen en Lehi, onderdeel van een vreemde macht die Palestina aan het koloniseren was, voor te stellen als een anti-koloniale beweging! En als je het zo voorstelt wordt het verzet tegen kolonisatie natuurlijk automatisch “terrorisme”.

Want wat zegt Grunberg?

Zoals Hamas en extreem-rechts in Israël elkaars stiekeme bondgenoten zijn, zo zijn de terroristen en extreem-rechts, van de PVV tot de FN, elkaars geheime kameraden.

De schrijver moet helemaal terug naar de Tweede Intifada (2000-2005) om zijn punt te maken. Wat hij niet vermeldt is dat de aanslagen door Palestijnen het gevolg waren van het meedogenloze optreden van het Israëlische leger tegen Palestijnse burgers (dát was terrorisme, Grunberg). Oorzaak en gevolg omdraaien om zo een fictie van daders versus slachtoffers te creëren is de standaard doctrine van de macht. Gelukkig is er nog een enkeling die beseft dat aanslagen niet in een vacuüm plaatsvinden, maar het officiële verhaal van regeringswege blijft toch wel dat het onbegrijpelijk is dat iemand een hekel kan hebben aan “onze normen en waarden” die wij door de eeuwen heen hebben geperfectioneerd dankzij slavernij, kolonialisme, imperialisme, kapitalisme en twee wereldoorlogen in de vorige eeuw.

Hamas

Vanaf 2002 kwam de leiding over de al-Qassam Brigades (de militante tak van Hamas) in handen van Mohammed al-Deif. Onder zijn leiding veranderde het beleid en werd er steeds meer afstand genomen van zelfmoordaanslagen. Hamas als geheel associëren met terrorisme is absurd. Het is een sociale (verzets)beweging die op religieuze leest is geschoeid, met diverse afdelingen, waaronder een militaire. In tegenstelling tot de Israëlische Mossad, die wereldwijd moordaanslagen pleegt, is, zeker onder al-Deif, het gewapende verzet gericht op militaire doelen1. En dat is ook de reden dat al-Deif al vijf moordaanslagen heeft overleefd. Israël wil geen militaire beweging zien die zich richt op de Israëlische soldaten, want dan valt hun eigen beleid van zoveel mogelijk burgerslachtoffers maken te veel op. De laatste aanslag op het leven van al-Deif was in 2014. Hij bleek wederom aan de dood ontsnapt te zijn, maar zijn vrouw, zoon en dochter werden gedood (ook dat is terrorisme, Grunberg).

Een nog betere illustratie is wellicht de moordaanslag op sjeik Yassin in 2004. Deze spirituele leider van Hamas was verlamd, bijna blind en zat in een rolstoel (hij leed aan tetraplegie, een verlamming van de ledematen). Toch vond Israël het nodig eenApache-helikopter in te zetten om hem uit de weg te ruimen. Daarbij kwamen, naast Yassin zelf, zijn twee bodyguards en negen andere personen om het leven. Onder de vele gewonden bevonden zich twee van zijn zoons. Zou het misschien kunnen dat iemand die zoiets heeft meegemaakt eens doordraait? Of kunnen we werkelijk niet ontsnappen aan het paradigma van “irrationele haat tegen joden”?

De Dahiya-doctrine

Het succes van de overwinning op een blinde en verlamde man in een rolstoel maakte de legerleiding in Israël overmoedig. Twee jaar later tijdens de aanval op Libanon werd het vermoorden van burgers een officiële doctrine: de Dahiya-doctrine. Dahiya was een deel van Beiroet waar Hezbollah veel politieke steun had. De redenering van de Israëlische strategen was eenvoudig: we maken zoveel slachtoffers onder de bevolking dat de militante groepen hun politieke steun onder die bevolking kwijtraken, aangezien zij daar een te hoge prijs voor moeten betalen (de definitie van terrorisme, Grunberg).

Uiteraard werkt dat niet zo. Je wakkert de haat alleen maar aan. En dat is ook de bedoeling. Dat kun je je veroorloven als je militair oppermachtig bent. Zonder verzet zit Israël met de handen in het haar, want je moet toch op z’n minst de schijn van vergelding kunnen ophouden als je je niet helemaal belachelijk wilt maken in de internationale arena.

Grunberg in Jeruzalem

Ik neem aan dat Grunberg kranten leest. Dat hij op de hoogte is van de beeldvorming rondom de Palestijnen (Nee dus. In 2012, een half jaar voordat Israël opnieuw een bloedbad in de Gazastrook zou aanrichten, was het “Israël krijgt tegenwoordig een ronduit verschrikkelijke pers.”). Zowel door zelfcensuur van journalisten als door druk die wordt uitgeoefend door clubs als het CIDI, Likoed Nederland, de Israëlische ambassade of vanuit de politiek krijgen we in kranten en op de televisie slechts zelden een beeld van de realiteit van de bezetting te zien. Waarom kiest hij dan uitgerekend het Palestijnse verzet om een verband met terreur te leggen? Wat denkt hij nu werkelijk van de situatie daar? De kop in de papieren krant is “Open samenleving“, op internet is het “Terroristen en extreem-rechts streven hetzelfde na“. Dat maakt het nog erger. Extreem-rechts wordt hier naast terrorisme gezet. Verwant misschien, maar toch niet hetzelfde. Extreem-rechts geweld komt van gekwelde blanken (mensen met een ziel en een geweten!), van lone wolfs, is een begrijpelijke reactie van bezorgde burgers. Het andere – terrorisme – is de irrationele haat, de jaloezie, de seksuele repressie en de schaarste van al die anderen die de Ander is (kort geleden heette een Zeeuw in Amsterdam nog een allochtoon, zo snel kan het gaan).

Enkele jaren geleden was Grunberg met een aantal andere schrijvers, waaronder Herman Koch, te gast op een literair festival in Jeruzalem. Ook Sayed Kashua, een Israëliër van Palestijnse afkomst die als schrijver zeer succesvol was in Israël, maar als Palestijn als tweederangs burger werd behandeld. Kashua is inmiddels gevlucht voor het racisme en het xenofobe geweld in Jeruzalem en woont nu in de Verenigde Staten. Grunberg noemt hem vreemd genoeg “die Arabische schrijver“. Palestijnen bestaan niet, toch? Jeroen Vullings deed verslag van het festival en praatte genoeg met Grunberg om een beeld te krijgen van diens visie op het “conflict”. En die is behoorlijk schokkend.

Het is soms alsof er een officiële woordvoerder van de regering aan het woord is die zijnhasbara spuit. Grunberg vindt wel dat Israël soms “rampzalige dingen” doet. Rampzalig is iets heel anders dan erg slecht of immoreel, het betekent iets wat slecht is voor Israël zelf, “maar tegelijk vinden de meeste Palestijnen dat Israël de facto moet verdwijnen“. Daar hebben we het weer: “de meeste Palestijnen…” “verdwijnen…” Is hij een zionist? Mijn zus, zegt hij, is “zionistischer dan ik.” Dus toch.

Eind jaren tachtig was hij al eens op de Westelijke Jordaanoever geweest. “Een en al viezigheid en armoede.” En dan gaat het verder met: “Je ziet daar duidelijk dat aan beide kanten van de grens mensen bezig zijn met hun slachtofferschap.” Een vreemd soort gelijkwaardigheid. Nergens blijkt dat we te maken hebben met een volk dat dan al tientallen jaren politiek en economisch wordt onderdrukt, tegenover een ander volk dat in diezelfde periode alleen maar rijker en machtiger is geworden.

Ramallah echter “is een bloeiende stad, met hotels, hippe coffeeshops, je kunt zien dat er veel geld is.” Ja, zo werkt dat in een koloniale setting. Er wordt een corrupte elite gecreëerd die zich mag verrijken en als politie voor de bezetter optreedt. Het is alsof je Esther Voet hoort: “Ramallah is booming!” Maar hoe zit dat met al die Palestijnse dorpen en steden die praktisch van de buitenwereld zijn afgesloten, de muur die boeren van hun land scheidt, de huizen de worden vernield, de kinderen die niet naar school kunnen? (Om te leren lezen en schrijven, zodat ze misschien ooit ook veel boeken kunnen verkopen.)

Duidelijker wordt het niet. Toen hij nog heel jong was doneerde hij geld aan het Israëlische leger, later werd hij aanmerkelijk genuanceerder, maar: “Laat ik het erop houden dat de Gretta Duisenberg-benadering mijlenver van mij af staat.

In Israël verkoopt hij goed. Tirza was een bestseller. Het duurde vele jaren voordat de boeken van Hannah Arendt in het Hebreeuws werden vertaald. Alice Walker wilde zelf niet dat haar bestseller over racisme The Color Purple in het Hebreeuws werd vertaald. Grunberg ziet het als zijn “vrijheid als schrijver” om naar elk land te gaan. Dat is natuurlijk zijn goed recht. Net als zijn mening over Gretta Duisenberg. Andere houdingen zijn echter mogelijk.

Het is zonneklaar dat steeds meer staten een repressief beleid voeren, maar geef je daarmee de terroristen hun zin?

De staat die open en betrekkelijk vrije samenlevingen in naam van terrorismebestrijding geleidelijk doet veranderen in politiestaten geeft de terroristen hun zin.

Is het niet – net als in Israël – in het belang van de staat om repressiever te worden? De enigen die er beter van worden zijn zij die verdienen aan het militair-industriële complex. De talloze gevangenissen in de Verenigde Staten zitten bomvol als gevolg van de privatisering van het gevangeniswezen, niet omdat er opeens meer misdaad was. Wanneer onder andere door de invloed van sociale media en het real time nieuws de propaganda minder goed werkt, wordt de knoet uit de kast gehaald.

Was het doel van bevrijdingsbewegingen in Zuid-Afrika, Ierland, India of Palestina om politiestaten te creëren, zodat zij “hun zin” zouden krijgen? Daarom was de vorm van deze Voetnoot bijzonder slecht gekozen.

Terrorisme. Waarom niet gewezen op de Amerikaanse bombardementen op deuniversiteit van Mosul met honderden burgerdoden en gewonden, of op een aanval van de Amerikaans-Saoedische coalitie in Jemen met meer dan honderd doden, waaronder 20 kinderen? Waarom moeten er tienduizenden Palestijnen collectief gestraft wordenomdat het een joodse feestdag is? Het is misschien lastig om de verantwoordelijkheid als intellectueel te combineren met de verkoop van boeken, maar zo worden opiniemakers en oorlogshitsers stiekeme bondgenoten. In een roman is een terrorist misschien gewoon een terrorist, maar in het echte leven schrijven politici geschiedenis.

Gelukkig in Gaza? Elektriciteit!

By Engelbert Luitsz                   ©                  (www.alexandrina.nl/?p=4396)

ashwan1

Gaza in duisternis gehuld door stroomuitval

Veel dingen die voor mensen elders vanzelfsprekend zijn, zijn voor ons in de Gazastrook bijzonder omdat we er zo moeilijk aan kunnen komen. Een van die dingen is elektriciteit. Wat de inwoners van de Gazastrook gelukkig maakt is samen te vatten als: één hele dag met elektriciteit.

Sinds 2007 heeft de Gazastrook te maken met stroomuitval, maar toen was ik nog te jong om het goed te beseffen. Op den duur begon ik te begrijpen wat het werkelijk betekent om 18 uur per dag zonder elektriciteit te zitten. Ik herinner me een keer een stormachtige en regenachtige dag toen ik 12 jaar was. Mijn familie zat in de woonkamer toen het balkon in brand vloog. Eerder op de dag was de stroom afgesloten en toen die weer terugkwam met een hoge stroomsterkte ontstond er een explosie op het balkon. Het was beangstigend. Mijn jonge familieleden huilden, maar mijn vader was aan het werk. Gelukkig kwamen de buren toegesneld om het vuur te doven, anders had het gevaarlijk voor ons kunnen worden.

Enkele weken na deze vreselijke dag, tijdens een rustige, donkere nacht, schrok de hele buurt wakker door geschreeuw. Het geluid kwam van het huis van een jong stel. De vrouw schreeuwde toen ze haar man bewusteloos op de grond zag liggen. Haar man was naar de generator gegaan om die aan te zetten toen de stroom uitviel, waarna hij was gestruikeld op de trap. Hij raakte gewond aan zijn hoofd en overleed enkele dagen later.

ashwan2

Mijn behoefte aan elektriciteit begon pas echt op de middelbare school toen ik moest studeren en werkstukken moest maken. Zes uur stroom was niet genoeg. Twee jaar geleden zat ik in het laatste jaar van de middelbare school, dat Tawjihi wordt genoemd. Het is het belangrijkste jaar van het Palestijnse schoolsysteem, dus alle leerlingen doen hun uiterste best om hoge cijfers te halen. Dat jaar studeerde ik vele uren per dag. Ik liet me niet ontmoedigen door het gebrek aan elektriciteit. Ik studeerde met behulp van kaarsen, olielampen of een zaklantaarn. Op een dag ging ik op het balkon zitten en keek uit over de straat. Het was pikdonker zonder elektriciteit. Het was een beangstigend gezicht. Ongeduldig wachtte ik op het ochtendgloren. Ik kon er niet meer tegen nog langer met behulp van een zaklantaarn te moeten studeren. De dagen gingen voorbij en ik haalde mijn diploma, maar ik had vaak last van hoofdpijn. Toen ik naar een oogarts ging om mijn ogen te laten testen bleek dat ik een bril nodig had. Het beperkte licht had mijn ogen geen goed gedaan.

Op de universiteit begon een nieuwe fase van problemen met elektriciteit. “Engels met technologie kan zorgen voor een gezond en voorspoedig leven“, vertelde een van onze professoren ons. Aan de Engelse faculteit probeerden de professoren de studie van de Engelse taal te combineren met technologie, door ons aan te moedigen onze werkstukken, onderzoeken en examens met behulp van het internet te doen. Ik zal nooit vergeten hoe vaak ik onder druk stond om een werkstuk in te leveren wanneer de stroom in mijn wijk was uitgevallen. Neem het afgelopen semester: ik had een opdracht, maar er was de hele dag geen stroom. Ik wachtte en wachtte, gaf het uiteindelijk op en probeerde wat te slapen. Maar ik werd om het uur wakker om te kijken of er al weer stroom was.

ashwan3

Kinderen protesteren tegen het gebrek aan elektriciteit

Om vier uur ‘s morgens opende ik mijn ogen. Er was licht! Ik droomde niet! Ik ging direct naar mijn laptop en werkte drie uur aan mijn opdracht. Ik was zo bang dat de stroom elk moment weer zou kunnen uitvallen. Ik was meer bezig met het voltooien van de opdracht voor de volgende stroomuitval dan met het beantwoorden van de vragen zelf. Uiteindelijk klikte ik op “Submit” om er vanaf te zijn. Daarna ging ik me voorbereiden om naar de universiteit te gaan, zonder die nacht geslapen te hebben. Al mijn vrienden viel het op hoe bleek ik was en hoe rood mijn ogen waren!

Zo’n situatie komt keer op keer terug. Als ik een presentatie moet voorbereiden voel ik voortdurend de druk om het op tijd af te krijgen, omdat mijn laptop na drie uur opgeladen moet worden. Het valt mijn familie op hoe dit afmattende leven mij nerveus en bezorgd maakt.

De Gazanen zijn zo arm dat alles ons blij kan maken. We vieren feest als er weer elektriciteit is! De laatste keer dat ik met mijn vriendin sprak hoorde ik hoe haar jonge broertjes en zusjes schreeuwden, zongen en lachten. De reden? Elektriciteit uiteraard. Dat gebeurt elke dag in elk huis in Gaza.

Zodra er elektriciteit is beginnen mijn zussen en ik direct onze laptops en telefoons op te laden en mijn moeder haast zich om in de komende zes uur huishoudelijke taken te doen: wassen, strijken en koken. Voordat we bij vrienden, familie of buren op bezoek gaan vragen we eerst of er elektriciteit is. Ik blijf liever thuis als er elektriciteit is, zodat ik ervan kan genieten.

Enkele maanden geleden was elektriciteit beperkt tot slechts drie uur per dag. Het was een vreselijk leven. Ik werd wakker zonder elektriciteit en ging naar bed zonder elektriciteit. Nu zitten we weer op zes uur. Alle Gazanen hielden op met klagen en dankten God voor zes uur! Ons werd geleerd dankbaar te zijn voor wat kruimels.

Aya Nashwan

(Vertaling Engelbert Luitsz)

Naschrift EL:

Het verhaal van Aya is een van de talloze persoonlijke verhalen van kinderen die te lijden hebben onder de blokkade van de Gazastrook. Ondanks alle tegenwerking van Israëlische kant proberen ze er toch het beste van te maken. Je kunt alleen maar respect hebben voor mensen die onder die omstandigheden nog in staat zijn een universitaire studie te volgen.

Aya beperkt zich hier tot wat het betekent om geen elektriciteit te hebben. Zeker als je studeert. Maar daarnaast heeft zij al drie grote aanvallen op de Gazastrook bewust meegemaakt. De dagelijkse dreiging van Israëlische drones die overvliegen, de regelmatige bombardementen, invallen en de schijnaanvallen om angst te zaaien vormen deel van het dagelijkse leven van kinderen die juist zo graag een normaal leven zouden leiden.

Aya Nashwan is een 19-jarige studente Engels aan de Islamitische Universiteit in Gaza. Ze schrijft: “Het is mijn droom ambassadrice van Palestina te worden om de waarheid over Palestina over de hele wereld uit te dragen.”

Aya Nashwan: What makes us happy in Gaza? Electricity!

Israël: wraak op Palestijnen via EU

By Engelbert Luitsz                 ©             (www.alexandrina.nl/?p=4383)

kusra_akkers1_small

Vrijwilligers helpen de boeren bij Kusra, hier georganiseerd door Rabbis for Human Rights.

Het Algemeen Dagblad kwam vandaag met een artikel van de hand van Jan Franke (janfranke.com) over “een golf van ontruimingen en landonteigeningen sinds begin 2016“. De Nederlandse steun van 10 miljoen euro verspreid over drie jaar om de Palestijnse boeren te helpen lijkt op deze manier weggegooid geld. Zoals zo vaak dienen de boeren het land dat Israël nu opeist leeg op te leveren, dat wil zeggen ontdaan van de gebouwtjes, anders krijgen ze daar ook nog eens de rekening voor gepresenteerd. Deze ontruimingen en onteigeningen spelen zich af in het zogenoemde Gebied C, dat geheel door Israël wordt gecontroleerd. Dat gebied beslaat zo’n 60% van de Westelijke Jordaanoever, dus als dat verdwijnt is de kans op een Palestijnse staat die die naam verdient volledig verkeken. Er wonen al meer dan 325.000 kolonisten in 125 nederzettingen en nog eens 100 outposts, kleine, vaak door jongeren ingenomen stukken land die officieel niet door Israël erkend worden, maar in de praktijk maar al te vaak “gelegaliseerd” worden.

Het is opvallend, schrijft Franke, hoe vaak de locaties die Israël in het vizier heeft voorzien zijn van hulpprojecten die met buitenlands geld zijn gefinancierd. Zo werd vorige week nog een lagere school in aanbouw, gefinancierd door Frankrijk, door Israëlische troepen verwoest.

Op het moment van schrijven kan ik het artikel niet vinden op de website van het AD. De kop ‘Wraak Israël tegen regels van EU’ is pittig voor het AD. Vanmorgen werd het besproken op radio 1, via Blendle is het te verkrijgen, dus is het niet een beetje laat om de schade te beperken, als dat de reden is van het niet online zetten? Maar goed, waarom wraak? Nou, omdat de EU vindt dat producten uit de illegale nederzettingen herkenbaar moeten zijn voor de consument, toch geen wereldschokkende maatregel. En dat vinden gelukkig ook een paar politici. Een reactie van Sjoerd Sjoerdsma (D66) bijvoorbeeld: “Dat bij ontruimingen ook Nederlandse hulpprojecten worden vernietigd, is onacceptabel.” Hoezo, Sjoerdsma? Zolang het maar geen Nederlands geld is, is het prima? De zoon van de veilingmeester heeft er in het geheel geen moreel oordeel over, minister Ploumen moet gewoon zorgen dat Israël de schade vergoedt. Raymond Knops (CDA) is er vorig jaar zelf geweest. Toen had Israël regenbuizen weggehaald die Nederland tegen betaling terug kon krijgen. “Dat je zogenaamd goede betrekkingen hebt, maar elkaar zo de voet dwars zet, dat kan niet“, aldus Knops. Wat hij precies bedoelt met “elkaar” is mij niet duidelijk. Het is toch altijd eenrichtingsverkeer. En zelfs Han ten Broeke (VVD), die altijd in de bres springt voor Israël, verspreekt zich hier. Hij vindt het beleid van de EU “dom“, maar de reacties van de Israëliërs “nog veel dommer“. (Wie is er dom? Op 4 juli 2014 had Ten Broeke er nog vertrouwen in dat de situatie zou de-escaleren, maar op 8 juli stortte Israël zich met operatie Machtige Klip meedogenloos op de burgers van de Gazastrook.)

Een bijzinnetje zegt veel over de beperkte informatie die tot ons komt. Er wordt een EU-diplomaat aangehaald “die niet bevoegd is om over de gevoelige kwestie met de media te praten“. Merkwaardig, want als er geen gevoelige kwestie was geweest, had die man of vrouw daar ook niet gezeten. Gewoon censuur dus, iets wat meer en meer mensen en organisaties in Israël treft.

De Netherlands Representative Office in Ramallah is echter minder terughoudend. In een lokale EU-verklaring over de situatie in Gebied C schrijven ze op hun Facebookpagina:

De EU-missies in Jeruzalem en Rammallah uiten hun diepe zorg over het ongekend hoge aantal vernielingen en onteigeningen van Palestijnse constructies in Gebied C in de afgelopen weken, inclusief met EU-geld gesteunde humanitaire hulpprojecten die geheel in lijn zijn met het internationale humanitaire recht. Voorbeelden hiervan zijn: het ontmantelen en in beslag nemen van de school in Abu Nwar op 21 februari die met Frans geld was opgezet en de enige school was van een Bedoeïenengemeenschap die ernstig in haar voortbestaan wordt bedreigd, en de praktisch volledige vernietiging op 15 februari van de gemeenschap van Ain Rashash, waar 60 mensen, waaronder 38 kinderen, hun huizen en overige constructies om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien kwijt raakten. Daarbij kwam nog een campagne van verwoesting tussen 9 en 11 februari op diverse locaties in de Jordaanvallei, waarbij 59 mensen, waaronder 28 minderjarigen, werden verdreven.
Sinds het begin van het jaar zijn al meer dan 480 mensen verdreven als gevolg van het vernielen van onderkomens.

Misschien was Jan Franke te zeer gericht op Kusra, waar de Nederlandse hulp teniet wordt gedaan, om zich te verdiepen in wat er verder allemaal gebeurt. Hij schrijft:

Bij dagelijkse steekpartijen, aanslagen met auto’s, rellen en arrestaties vielen sinds oktober vorig jaar aan beide zijden tientallen doden en gewonden.

Een vreemde voorstelling van zaken. Er zijn al bijna 200 Palestijnen doodgeschoten en duizenden gewond geraakt. Gericht en met scherp schieten – buitengerechtelijke executies volgens B’Tselem, Amnesty International, Human Rights Watch en anderen – vormt dus de hoofdoorzaak van de vele dodelijke slachtoffers. En dat wordt door Franke niet eens genoemd. Aan Israëlische kant zijn inderdaad enkele tientallen doden te betreuren, maar de formulering van Franke geeft een compleet verkeerd beeld van wat er zich daar sinds begin oktober afspeelt. Dat was het staartje van het artikel. Zou het echt zo droevig gesteld zijn met die krant dat ze na al die informatie die ze nu eenmaal niet konden veranderen zonder te gaan liegen, besloten om er dan maar een eind aan te verzinnen dat zo weinig mogelijk “anti-Israël” is?

De EU-landen zullen niet echt wakker liggen van de bedragen die hiermee gemoeid zijn. De Israëlische wraak richt zich zoals altijd in de eerste plaats tegen de Palestijnen, de weerlozen. De kolonisten zijn berucht om hun price tags, de “prijskaartjes”, een eufemisme voor vernielingen, intimidatie, brandstichting, moord, lynchpartijen en wat ze verder nog kunnen verzinnen om zich op de Palestijnen uit te leven. Wat Israël hier laat zien is dat de regering zelf zich schuldig maakt aan price tags, wanneer ze een volkomen legaal EU-besluit aanwenden om het leven der onderdrukten nog eens extra tot een hel te maken. En Lilianne Ploumen zal er ook niet wakker van liggen, ze is per slot van rekening minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, een gecombineerd ministerie dat naadloos aansluit bij het neo-kolonialisme dat onze relatie tot Palestina kenmerkt.