Arabische liga en Rusland kritisch voor internationale interventie

Amr Moussa, de secretaris-generaal van de Arabische Liga, heeft de bombardementen van de internationale coalitie op Libië bekritiseerd. Ook Rusland is niet te spreken over de gang van zaken.

Volgens Moussa wijken die bombardementen af van het “doel om een no-flyzone in te stellen”. “Wat we willen, is de bescherming van de burgers en niet het bombarderen van andere burgers”, aldus de chef van de Arabische Liga tegenover journalisten.

Rusland wil einde ‘niet-selectief geweld’

Rusland heeft zondag de internationale coalitie opgeroepen te stoppen “niet-selectief geweld” te gebruiken en op die manier burgerslachtoffers te maken in Libië.

Zaterdag liet Rusland al weten dat het de buitenlandse militaire interventie in Libië betreurt. Woordvoerder Aleksandr Loekatsjevitsj van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat het VN-besluit om interventie toe te staan ‘te haastig’ is genomen.

China niet, Japan wel akkoord met interventie

China betreurt de bombardement door de internationale coalitie op Libië, meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken zondag in een persbericht. Peking herhaalt dat het tegen het gebruik van geweld in internationale relaties gekant is.

Japan schaarde zich zondag wel achter de aanvallen tegen de troepen van kolonel Moammar Kadhafi.

Afikaanse Unie wil einde vijandelijkheden

Het comité over Libië van de Afrikaanse Unie heeft zondag opgeroepen om “alle vijandelijkheden onmiddellijk stop te zetten” in het land.

Het comité vraagt ook dat de Libische autoriteiten zouden helpen om humanitaire hulp gemakkelijker bij de bevolking in nood te krijgen.

Het comité bestaat uit Afrikaanse staatshoofden. Het zegt dat het van de internationale gemeenschap niet de toelating heeft gekregen om naar Libië te gaan.

Obama: ‘Libische volk moet beschermd worden’

De Amerikaanse president Barack Obama heeft de vastbeslotenheid van de internationale gemeenschap voor een ingrijpen in Libië bekrachtigd.

“Het Libische volk moet beschermd worden”, zei het Amerikaanse staatshoofd zaterdag na een ontmoeting met zijn Braziliaanse collega Dilma Rousseff in Brasília. Als het geweld tegen de burgerbevolking niet snel stopt, is de coalitie bereid dringend te handelen.”

Hij heeft zelf gezegd een beperkte militaire actie tegen Libië te hebben toegestaan om eerbiediging van resolutie 1973 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties af te dwingen. Van het inzetten van grondtroepen is echter geen sprake, aldus de president.

Clinton: ‘Met één stem gesproken’

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton heeft volgens BBC gezegd dat de internationale gemeenschap “met één stem” spreekt. De geweldcampagne van de Libische leider Moammar Kadhafi moet stoppen. “Er moet meteen een wapenstilstand komen. Dit betekent dat alle aanvallen tegen burgers dienen te stoppen. Troepen mogen niet verder oprukken naar Benghazi.”

Clinton zei dat het voor de internationale gemeenschap tijd is om actie te ondernemen ter bescherming van de Libische burgers. “Onze inschatting is dat de agressieve acties van de strijdkrachten van Kadhafi op veel plaatsen in het land blijven doorgaan. Wij hebben van de kant van de troepen van Kadhafi geen inspanning gezien om zich neer te leggen bij een wapenstilstand, ondanks alle retoriek.”

Als de internationale gemeenschap geloofwaardigheid wil bij het stemmen van een vliegverbod boven Libië, dan is er actie nodig, zo zei Clinton.

De bewindsvrouw voegde eraan toe dat overal in Libië de water-, elektriciteits- en gasbevoorrading moet opengesteld worden. “Humanitaire hulp moet de Libische bevolking kunnen bereiken.”

Nederland bekijkt deelname

Nederland is bereid de internationale militaire actie in Libië te ondersteunen. Of Den Haag ook echt militairen en materieel zal bijdragen, moet echter nog blijken.

De Nederlandse premier Mark Rutte wilde zaterdag in Parijs na afloop van topoverleg met negentien andere landen niet speculeren over de eigen bijdrage. Nederland zal er volgens hem wel op aandringen dat de NAVO nog dit weekend afspraken maakt over wat het militaire bondgenootschap kan bijdragen aan het vervolg van de “eerste grote stap” die Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben gezet.

Spanje doet mee vanaf vandaag

Spanje neemt vanaf zondag deel aan de militaire interventie tegen Libië. Het land zet daarbij vier F-18-jachtvliegtuigen, een tankvliegtuig en een maritiem observatievliegtuig in, alsook een fregat en een onderzeeër.

Op de top in Parijs had de Spaanse premier Jose Luis Rodriguez Zapatero al militaire steun toegezegd. Daarbij was sprake van vier F-18’s en een tankvliegtuig. Die vijf toestellen zijn reeds toegekomen op de basis Decimomannu, in het zuiden van het Italiaanse eiland Sardinië.

Ongeveer 500 Spaanse militairen betrokken zullen zijn bij de operaties. Vrijdag had Spanje al aangegeven dat het de legerbasissen van Rota en Moron de la Frontera, beiden in Zuid-Spanje, ter beschikking stelt.

(www.destandaard.be / 20.03.2011)

Kadhafi: ‘Jullie zullen vallen zoals Hitler viel’

Kadhafi deelt wapens uit aan miljoen mensen

De Libische leider Moammar Kadhafi heeft zondag een ‘lange oorlog’ voorspeld. ‘Alle Libiërs zijn nu bewapend’, zei hij zondagvoormiddag in een audioboodschap die op de Libische staatstelevisie uitgezonden werd. Kadhafi stelde ook dat hij zal ‘zegevieren’.

Volgens de Libische leider zal zijn land nooit toelaten dat de ‘kruisvaarders’ – de internationale coalitie dus – bezit nemen van de Libische olie en die gaan exploiteren.

‘Verraders worden afgemaakt’

Kadhafi dreigde ermee elke ‘verrader of collaborateur’ met de internationale coalitie af te maken. Hij omschreef de westerse naties nog als ‘monsters en criminelen’. ‘Jullie zullen vallen net zoals Hitler viel’, luidde het. ‘Alle tirannen vallen.’

Het was de tweede boodschap van Kadhafi sinds het begin van de militaire operatie tegen Libië.

Kadhafi deelt wapens uit

Zondagmiddag is de Libische leider ook gestart met het uitdelen van wapens aan meer dan een miljoen mensen, zegt de Arabische nieuwszender Al-Jazeera.

Waarnemers achten het overdreven dat een miljoen inwoners wapens krijgen. Maar anderzijds achten die analisten het niet onwaarschijnlijk dat Kadhafi hem gunstig gezinde burgers bewapent om een burgeroorlog te ontketenen en het land te destabiliseren.

Libië vraagt spoedzitting Veiligheidsraad

Zaterdag vroeg Libië een spoedzitting van de VN-Veiligheidsraad. Ook liet het Libische regime zaterdag weten dat het VN-resolutie 1973 – die onder meer de no-flyzone oplegt – als nietig beschouwt nu de militaire campagne tegen het land gestart is. Het land zegt ‘het recht te hebben om vliegtuigen in te zetten’.

Bovendien laat het land weten dat het niet meer met Europa zal samenwerken inzake immigratie, zo meldt de Libische staatstelevisie op gezag van een hoge verantwoordelijke. ‘Libië acht zich niet meer verantwoordelijk voor de clandestiene immigratie naar Europa.’

Eerder deze maand had Kadhafi al gedreigd de samenwerking met de EU in de strijd tegen illegale immigratie stop te zetten.

(www.destandaard.be / 20.03.2011)

De Islam Veroordeelt het Terrorisme

En Allah roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het rechte pad
(Koran, 10: 25)

OORLOG IN DE KORAN

Volgens de Koran vertegenwoordigt “oorlog” een “ongewenste verplichting”, die onder strikte naleving van bepaalde humanitaire en morele voorschriften uitgevoerd moet worden en er geen oorlog gevoerd mag worden, tenzij het absoluut onvermijdelijk is.

In een vers wordt uitgelegd dat het de ongelovigen zijn die beginnen met oorlog en dat God oorlogen niet goedkeurt:

Telkens wanneer zij het oorlogsvuur ontsteken, dooft Allah het en zij pogen wanorde te scheppen op aarde en Allah heeft de onruststokers niet lief. (Koran 5: 64)

Ingeval van een conflict moeten de gelovigen wachten met strijden totdat het noodzakelijk wordt. Het is de gelovigen alleen dan toegestaan om te vechten, wanneer de andere partij aanvalt en er geen andere alternatief dan oorlog overblijft:

Maar als zij ophouden, dan is Allah zeker Vergevensgezind, Genadevol. (Koran 2: 192)


Een blik van de huidige Medina, de stad waarnaar de Profeet Mohammed en de moslims emigreerden en hun eigen maatschappijorde vestigden.

Een nadere beschouwing van het leven van de Profeet Mohammed (vzmh) laat zien dat oorlog een middel was dat gebruikt werd voor defensieve doeleinden in onvermijdbare situaties.

De Koran werd door God aan de Profeet Mohammed (vzmh) geopenbaard gedurende een tijdsbestek van 23 jaar. Gedurende de eerste 13 jaar van deze periode, leefden moslims als een minderheid in een heidense maatschappelijke orde in Mekka en werden vaak onderdrukt. Veel moslims werden lastig gevallen, mishandeld, gefolterd, en zelfs vermoord en hun huizen en bezittingen geplunderd. Ondanks dit leidden de moslims hun leven zonder enige vorm van geweld aan te grijpen en riepen de heidenen op tot vrede.

Toen de onderdrukking van de heidenen ondragelijk werd voor de moslims, emigreerden de moslims naar de stad Yathrib, dat later Medina genoemd zou worden, waar ze hun eigen maatschappelijke orde in een (meer) vrijere en vriendelijkere omgeving konden vestigen. Zelfs nadat ze hun eigen politieke systeem hadden gevestigd, liet men zich niet meeslepen om de wapens tegen de agressieve heidenen uit Mekka op te nemen. Alleen na de volgende openbaring gaf de Profeet (vzmh) het bevel zich voor te bereiden tot oorlog:

Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie gevochten wordt, omdat hun onrecht is aangedaan, voorzeker Allah heeft de macht hen bij te staan. Degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven alleen omdat zij zeiden: “Onze Heer is Allah.” … (Koran 22: 39-40)

Kortom, het werd de moslims toegestaan om oorlog te voeren, omdat ze onderdrukt werden en bloot stonden aan gewelddadigheden. God stond oorlog dus alleen toe voor defensieve doeleinden. In andere verzen worden moslims gewaarschuwd voor onnodige provocatie of gewelddadigheden:

En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen, die tegen u strijden, maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief. (Koran 2: 190)

Na de openbaring van deze verzen, vonden verscheidene oorlogen tussen moslims en heidense Arabieren plaats. In geen van deze oorlogen waren de moslims de opstokende partij. Verder vestigde de Profeet Mohammed (vzmh) een veilige en vredesvolle sociale omgeving voor de moslims en heidenen door het vredespact van Hadaybija te aanvaarden, waarin aan de meeste eisen van de heidenen werd toegegeven. Wederom waren het de heidenen, die de afspraken van het pact schonden en zo ontstond er weer een nieuwe situatie voor een oorlog. Doordat het aantal van de moslims fors was gestegen, beschikten de moslims over een strijdmacht die te sterk zou zijn tegen de heidense Arabieren. Maar toch veroverde de Profeet Mohammed (vzmh) Mekka zonder bloedvergieten. Als hij het zou wensen had Mohammed (vzmh) wraak kunnen nemen op de heidense leiders in de stad, maar in plaats daarvan pijnigde hij géén van hen, vergaf hen en behandelde hij ze met uiterste tolerantie. John Esposito, die in het Westen als een expert op het gebied van de Islam geldt, gaf bericht van de situatie in de volgende woorden: ” De Profeet (vzmh) vermeed wraak en plundering na zijn zege en accepteerde een akkoord, dat aan zijn vroegere vijanden amnestie verleende, in plaats van het zwaard tegen ze te verheffen.” 2

Heidenen, die zich later uit vrije wil tot de Islam bekeerden, konden er niet omheen, het edele karakter van de Profeet (vzmh) te bewonderen.

Niet alleen tijdens de verovering van Mekka, maar ook in het verloop van alle veldslagen en veroveringen, die plaatsvonden in de tijd van de Profeet Mohammed (vzmh), werden de rechten van onschuldige en weerloze mensen zorgvuldig beschermd. De Profeet Mohammed (vzmh) herinnerde de gelovigen vele malen aan deze verplichting en door zijn eigen gedrag werd hij een goed voorbeeld voor anderen. Hij zei de volgende woorden aan de gelovigen die naar het front gingen: “Wanneer men op oorlogspad gaat, ga dan met de religie van God. Raak de ouderen, vrouwen en kinderen niet aan. Verlicht altijd hun toestand en wees vriendelijk voor hen. God heeft hen lief die oprecht zijn.”3 De boodschapper van God legde ook de gedragsregels vast die de moslims moeten volgen, zelfs wanneer ze zich midden in het gevecht bevinden:

Doodt geen kinderen. Vermijdt het, om mensen in de kerken aan te tasten die zich hebben toegewijd aan bidden! Doodt nooit vrouwen en ouderen. Steek de bomen niet in de brand en hak ze ook niet om. Verwoest nooit huizen!4

De islamitische grondbeginselen, die God in de Koran heeft beschreven, verklaren deze vredesvolle en gematigde politiek van de Profeet Mohammed (vzmh). God beveelt de gelovigen in de Koran, om de mensen die geen moslim zijn vriendelijk en rechtvaardig te behandelen:

Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief. Maar Allah verbiedt u vriendschap te betonen aan degenen, die tegen u gevochten hebben om de godsdienst, en die u uit uw huizen hebben verdreven of geholpen hebben u te verdrijven…(Koran 60: 8-9)

De bovenstaande verzen omvat de houding die moslims tegenover niet-moslims zouden moeten aannemen: een moslim zou iedere niet-moslim vriendelijk moeten behandelen. Men zou alleen moeten vermeiden om vriendschap te sluiten met degenen die de Islam vijandig zijn gesteld. In een toestand waar deze vijandigheid tot uiting komt met gewelddadige aanvallen tegen moslims, en deze de oorzaak zijn tot een oorlog, dan zouden de moslims toch weer op een rechtvaardige wijze moeten reageren door rekening te houden met de menselijke dimensies van de situatie. Alle vormen van barbaarsheid, onnodige gewelddadigheden en onrechtmatige agressie zijn verboden in de Islam. In een ander vers waarschuwt God de moslims hiervoor en spoort hen aan om niet onrechtmatig te handelen indien men een volk haat (vijandig is gesteld):

O, gij die gelooft, wees oprecht voor Allah en getuig met rechtvaardigheid. En laat de vijandschap van een volk u niet aansporen, om onrechtvaardig te handelen. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij de vroomheid en vreest Allah, voorzeker, Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet. (Koran 5: 8)

De betekenis van het begrip “Djihad”

Het woord Djihad staat letterlijk in de Koran voor persoonlijke inspanning tegen slechte gedachten, verlangens en driften. Wat dus niets te maken heeft met de zogenaamde Heilige Oorlog. Djihad is meer een mentale strijd tegen het kwaad.

In de Islam zijn er twee soorten Djihads te onderscheiden: de kleine en de grote djihad.

De kleine Djihad is de naar buiten gerichte strijd. Dit mag echter geen aanval zijn, maar dus alleen verdediging. Tevens mag het ook niet als een middel tot “dwangbekering” gevoerd worden. Dit wordt in het volgende vers uitgelegd:

Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend, Alwetend. (Koran 2: 256)

De aanslagen zijn in geen geval met de Islam te verenigen.

De grote Djihad is de strijd van een individu tegen zijn slechte gedachten, verlangens, zwakten, eigenschappen en driften.

In de beeldvorming door de pers worden moslims helaas over één kam geschoren. Gewoonten en rituelen worden uitvergroot, verkeerd uitgelegd en belachelijk gemaakt. Zo ontstaat er een kloof tussen bevolkingsgroepen, terwijl het helemaal niet zo hoeft te zijn.

Zelfmoord is verboden in de Islam


Een van de voornaamste doelen van de terroristische bomaanslagen, brandstichtingen en andere van zulke afschuwelijke handelingen is om angst, bezorgdheid, onveiligheid en paniek te veroorzaken bij mensen.

Een ander belangrijke bijzaak dat is ontstaan als gevolg van de laatste terroristische aanslagen tegen de Verenigde Staten zijn de zelfmoordaanslagen. Sommige mensen die niet goed geïnformeerd zijn over de Islam, hebben volledig onjuiste verklaringen gegeven, dat deze religie van vrede zelfmoordaanslagen toestaat, terwijl zelfmoord en het doden van andere mensen ten strengste verboden is. Met de woorden “En pleeg geen zelfmoord…” (Koran 4:29) heeft God zelfmoord tot een zonde verklaard. In de Islam is het verboden voor iemand om zelfmoord te plegen om wat voor reden dan ook.

De Profeet (vzmh) maakte kenbaar dat zelfmoord een zonde is. Volgens een overlevering van Abu Huraira, verklaarde hij dat ieder die zichzelf van het leven berooft in de hel terechtkomt, waar hij in eeuwigheid verblijven zal.5

Hier komt duidelijk naar voren, dat zelfmoord en dus ook het plegen van zelfmoordaanslagen, die de dood van duizenden onschuldige mensen veroorzaken, een totale schending van het islamitische moreel is. God zegt in de Koran dat het een zonde is om zelf je eigen leven te beëindigen. Om deze reden is het onmogelijk voor iemand die in God gelooft en volgens de Koran leeft, om zoiets te doen. Alleen mensen die een volkomen verkeerd denkbeeld over de religie hebben, die geen besef hebben van het ware moreel van de Koran, falen bij het gebruik van hun verstand en geweten, die onder invloed staan van atheïstische ideologieën en mensen die zijn gehersenspoeld met emoties van haat en wraak kunnen zoiets gruwelijks doen. Iedereen moet zulke acties belemmeren.

En pleeg geen zelfmoord. Voorzeker, Allah is u Genadevol.
(Koran 4:29)

Barmhartigheid, tolerantie en menselijkheid in de geschiedenis van de Islam

Als we de feiten samenvatten die we tot nu toe hebben gezien, kunnen we zeggen dat de politieke doctrine van de Islam ( met andere woorden, de islamitische regels en principes) uiterst gematigd en vredelievend is. Deze waarheid is geaccepteerd door vele niet-islamitische historici en theologen. Eén van deze is de historici Karen Armstrong, een voormalig non en expert van de geschiedenis van het Midden-Oosten. In haar boek “Holy War” (Heilige Oorlog), waarin ze de historie van de drie monotheïstisch religiën onderzoekt, geeft ze de volgende commentaar:

.Het woord “Islam” komt van hetzelfde Arabische stamwoord als van het woord “vrede” en de Koran veroordeelt oorlog als een abnormale situatie dat tegen de wil van God indruist.Islam rechtvaardigt geen totale destructieve oorlog met het doel om de vijand uit te roeien.Islam erkent dat oorlog onvermijdbaar is en in sommige situaties zelfs als een positieve plicht om onderdrukking en lijden te beëindigen. De Koran onderwijst dat oorlog begrensd moet zijn en zoveel mogelijk in een humanitaire wijze gevoerd moet worden. Mohammed (vzmh) moest niet alleen tegen de Mekkanen strijden, maar ook tegen joodse stammen in de omgeving en tegen christelijke stammen in Syrië, die een offensief tegen Mohammed (vzmh) hadden gepland in samenwerking met de joden. Toch leidde dit niet tot de veroordeling van de “mensen van het Boek” (joden en christenen) door Mohammed (vzmh) . Zijn moslims waren genoodzaakt om zichzelf te verdedigen, maar zij waren niet bezig om een “heilige oorlog” tegen de religies van hun vijanden te voeren. Wanneer Mohammed (vzmh) een islamitisch leger onder leiding van de vrijgelaten slaaf Zaid tegen de christenen zond, vertelde hij hen om dapper maar humanitair te strijden voor de zaak van God. Ze mochten priesters, monniken en nonnen niet molesteren, maar ook niet de zwakkeren en hulpeloze mensen die niet in staat waren om te vechten. Er mocht geen bloedbad plaatsvinden, noch mocht men een enkele boom neerhalen of een gebouw afbreken.6

Na de dood van de Profeet (vzmh) letten ook de kaliefen, die na hem regeerden, uiterst zorgvuldig op het naleven van gerechtigheid. In de veroverde landen konden zowel de inheemse bewoners als de nieuwkomelingen hun leven in vrede en veiligheid leven. Abu Bakr, de eerste kalief, verlangde van zijn mensen een rechtvaardig en tolerant gedrag in het bestuur van deze landen, in overeenstemming met de waarden van de Koran. Abu Bakr gaf het volgende bevel aan zijn leger voor de eerste Syrische veldslag:

Stop, o mensen zodat ik u 10 regels kan geven die jullie in het hart moet nemen: oefent geen verraad, en wijk niet af van het rechte pad. Verwondt en doodt geen kinderen, ouderen en vrouwen. Verwoest geen dadelbomen, en steek het ook niet in brand en hak geen vruchtvolle bomen neer. Doodt ook geen vee, kuddes of kamelen. U kunt mensen treffen die hun hele leven toegewijd hebben aan kloosterdiensten. Laat ze met rust en doorgaan met deze diensten. U kunt mensen treffen die u een maaltijd aanbieden kunnen. U kunt daarvan eten; maar vergeet niet de naam van God te herdenken.7


In de landen rondom Jeruzalem, die voor lange tijd onder het bewind stonden van moslims, is vrede en tolerantie nu vervangen door oorlog en conflicten.

Omar ibn al-Khattab, die Abu Bakr opvolgde, was beroemd voor de manier waarop hij gerechtigheid uitoefende en de verdragen die hij maakte met de inheemse bewoners van de veroverde landen. Elk van deze verdragen bewees een voorbeeld te zijn van tolerantie en rechtvaardigheid. Bijvoorbeeld in zijn verklaring, waarin hij bescherming bood aan christenen in Jeruzalem en Lod, verzekerde hij dat de kerken niet verwoest zouden worden en garandeerde hij dat moslims in de kerk geen gebeden zouden verrichten. Omar verleende dezelfde rechten aan de christenen in Bethlehem. Tijdens de verovering van Medain, gaf het beschermingsverdrag, dat aan de Nestoriaanse Patriarch Yeshuyab III was gegeven, wederom de garantie dat kerken niet verwoest zouden worden en dat geen enkel gebouw geconverteerd zou worden tot een huis of een moskee. De brief die na de verovering door de Patriarch aan de bisschop van Fars (Perzië) was geschreven, is uiterst betekenisvol, het getuigt namelijk van de tolerantie en barmhartigheid door de moslims voor de mensen van het Boek, met de woorden van een christen:

De Arabieren aan wie God in deze tijd de heerschappij van de wereld had gegeven…zij hebben ons nooit lastiggevallen. Zij respecteerden ons, onze godsdienst, priesters, heiligen, kerken en kloosters.8

Dit zijn allemaal zeer duidelijke voorbeelden die getuigen van de rechtvaardigheid en tolerantie van de ware gelovigen. In het volgende vers beveelt God het volgende:

Voorwaar, Allah gebiedt u het u toevertrouwde over te geven aan hen die er recht op hebben en dat, wanneer gij tussen mensen richt, gij rechtvaardig handelt. En waarlijk, voortreffelijk is datgene, waartoe Allah u maant. Voorzeker, Allah is de Alhorende, de Alziende.(Koran, 4: 58)

Canon Taylor, één van de missie leiders van de Anglicaanse Kerk, betuigt van de schoonheid die het islamitische moreel heeft geopenbaard, in één van zijn speeches als volgt:

Het (islam) bracht de fundamentele Dogma’s van de religie – de eenheid en grootheid van God, dat Hij genadevol en rechtvaardig is, dat Hij gehoorzaamheid aan Zijn wil, trouw en geloof eist. Het kondigde de verantwoordelijkheid van de mens, een leven na de dood, een Dag des Oordeels, en een zware afstraffing die de boosdoeners ten deel valt; Hij verkondigde de gebedsplicht, armenbelasting, het vasten en grootmoedigheid. Het schafte de kunstelijke deugden af, de religieuze oplichterij en dwaasheden, perverse immorele gevoelens en de verbale beloften van theologische disputanten die zich niet hielden aan hun woord. Het gaf hoop aan de slaven, broederschap aan de mensheid, en erkenning aan de fundamentele feiten van de oorsprong van de menselijke aard.9

De valse bewering, dat de bewoners van de veroverde landen onder bedreiging tot de Islam waren toegetreden, wordt ook door de westerse onderzoekers tegengesproken en de rechtvaardige en tolerante houding van de moslims bevestigd. L. Browne, een westerse onderzoeker, getuigt van deze situatie als volgt:

Deze welbekende feiten beroven overigens het in de christelijke geschriften zo wijdverspreide gerucht, dat de moslims, waarheen ze ook (naar) gingen, met het zwaard de mensen dwongen de Islam aan te nemen.10


Vele kruisvaarders waren zelfs op het slagveld verbaasd van de rechtvaardige, tolerante en barmhartige houding van de moslims. Later drukten ze hun bewondering in hun memoires uit. In de bovenstaande plaatje zien we de tweede Kruisvaart door Louis VII.

In zijn boek “the prospects of Islam”, verklaart Browne verder dat achter het ware motief voor de veroveringen van de moslims, de broederschap van de Islam ligt. De ruime meerderheid van de islamitische heersers, die in de loop van de geschiedenis de islamitische landen regeerden, behandelden de leden van de andere religies doorgaans met uiterste tolerantie en respect. Binnen de grenzen van alle islamitische staten, leefden zowel de joden als de christenen in veiligheid en vrijheid.

John L. Esposito, professor in religiewetenschappen en internationale betrekkingen aan de Universiteit van Georgetown, beschrijft hoe joden en christenen, die onder het regeerschap van de islamitische staten kwamen, ruime tolerantie ervoeren:

Islamitische legers hebben bewezen formidabele veroveraars en effectieve heersers te zijn, ze waren eerder bouwers dan vernielers. Ze vervingen de inheemse heersers en legers van de veroverde gebieden, maar ze hielden veel van hun overheid en cultuur in stand. Voor vele mensen in de veroverde gebieden, was het niet meer dan een verwisseling van leiders, een leider die nu vrede bracht aan de mensen, die door verliezen aan levens en zware belastingen uit de lange jaren van de Byzantijnse-Perzische oorlog gedemoraliseerd en ontevreden waren geworden. Lokale gemeenschappen waren vrij om verder te gaan in hun eigen manier van leven in interne, binnenlandse zaken. In vele opzichten vonden de lokale populaties het islamitische heerschap flexibeler en toleranter dan die van Byzantium en Perzië. Religieuze gemeenschappen waren vrij hun geloof uit te oefenen- ze konden hun eigen rituelen en wetten naleven en hun religieuze leiders konden hun autoriteit in sociale domeinen handhaven zoals bij het huwelijk, echtscheiding en erfenis. In ruil daarvoor moesten ze een vorm van belasting betalen (jiyza), dat hen bescherming aanbood tegen aanvallen van buitenaf en ze waren hiermee tevens vrijgesteld van militaire plicht. Hierdoor noemde men ze “de beschermden” (dhimmmi). In de praktijk betekende dit dikwijls lagere belastingen, grotere lokale autonomie, heerschap door andere Semieten met wie nadere linguïstische en culturele verbondenheid bestond dan de Greko-Romeinse eliten van Byzantium, en grotere religieuze vrijheid voor joden en de inheemse christelijken. De meeste van de christelijke kerken, zoals die van de Nestoriaanse, Monophysitaanse, Jakobse, en de Coptse werden vervolgd door de orthodoxe kerk wegens ketterij en schismatiek. Om deze redenen steunden sommige joodse en christelijke gemeenschappen de oprukkende legers, ze beschouwden hen als minder onderdrukkend dan hun imperiale heersers. In vele manieren brachten de veroveringen een “Pax Islamica” aan de bezette gebieden.11


Het islamitische bewind in Spanje kwam tot een einde in 1492, toen Granada veroverd werd door de legers van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. In het plaatje hierboven is de capitulatie van de stad te zien.

Een ander “Pax Islamica” die door de Islam was gebracht, was ten gunste van de vrouwen, een deel van de maatschappij die enorm was mishandeld in de pre-islamitische tijden. Professor Bernard Lewis, die bekend staat als één van de grootste Westerse experts van het Midden-Oosten, geeft het volgende commentaar:

In het algemeen bracht de aanvang van de Islam een enorme verbetering in de positie van de vrouwen in het oude Arabië, die hen bezittingen en andere rechten bracht, en bescherming aanbood tegen slechte behandelingen van hun mannen of bezitters. Het vermoorden van vrouwelijke nieuwgeborenen, dat gebruikelijk was in het oude Arabië, werd door de Islam verboden.Maar de positie van de vrouw bleef schamel, en verslechterde,doordat de aanvankelijke boodschap van de Islam zijn drang verloor en onder invloed van al bestaande instellingen en gebruiken werd aangepast.12

De heerschappij van de Selcuk Turken en dat van het Ottomaanse Rijk was ook gekenmerkt door de rechtvaardige tolerante instelling van de Islam. In zijn boek, “The Spread of Islam in the World”, verklaart Sir Thomas Arnold, de Britse onderzoeker, de bereidheid van de christenen om onder het bewind van Selcuk te komen vanwege deze instelling:

Hetzelfde gevoel van veiligheid van het religieuze leven onder de islamitische heerschappij bewoog vele christenen van Klein-Azië (Anatolië), de Selcukse Turken als bevrijders hartelijk te verwelkomen.Tijdens de heerschappij van Michael VIII. (1261-1282), werden de Turken vaak uitgenodigd om bezit te nemen van de kleinere steden in het binnenste van Klein-Azië, zodat ze van de tirannie van het Byzantijnse Rijk gered konden worden; en zowel de rijken als de armen emigreerden vaak naar Turkse gebieden.13


Sultan Beyazid II was een toegewijde moslim. Hij verwelkomde de joden die van de Spaanse vervolging vluchtten, en waarborgde hun absolute religievrijheid.

 

Malik Shah, de heerser van de islamitische Selcukse Rijk tijdens de piek van haar periode, benaderde de bewoners van de veroverde landen met ruime tolerantie en barmhartigheid en werd dus zo herinnerd met respect en liefde. Zijn tolerantie veroverde ook de harten van de mensen van het Boek. Om deze reden kwamen de steden in vrije wil onder Malik Shahs bewind, wat ongeëvenaard is in de geschiedenis. Sir Thomas Arnolds spreekt ook over Odo de Diogilo, een monnik uit St. Denis, die deelnam aan de tweede Kruistocht als de persoonlijke veldprediker van Louis VII, en in zijn memoires over de gerechtigheid (wees), die door de moslims werd uitgeoefend, ongeacht iemands godsdienst:

De situatie van de overlevenden zou volkomen hopeloos zijn geweest, als de aanblik van hun ellende niet de harten van de Mohammedanen (moslims) tot medelijden zou bewegen. Ze verpleegden de zieken en verlichtten de armen en hongerigen met grootmoedige vriendelijkheid. Sommigen kochten zelfs het Franse geld, dat de Grieken van de pelgrims onder dwang en zwendel hadden verkregen en verdeelden het grootmoedig onder de behoeftigen. Het kontrast tussen de vriendelijke behandeling, die de pelgrims van de ongelovigen kregen en de wreedheden van hun medegelovigen, de Grieken die hun dwangarbeid oplegden, sloegen en van het weinige dat ze nog hadden beroofden, was zo groot dat ze vrijwillig het geloof van hun bevrijders aannamen. Zoals de oude kroniek (Odo de Diogilo) zegt: terwijl ze hun geloofsbroeders verliezen, die zo wreed tegen hen waren, vonden ze veiligheid bij de ongelovigen, die genade voor hen hadden en zoals we al hoorden sloten meer dan drieduizend zich bij de Turken aan toen ze wegtrokken.”14


De verovering van Istanbul door Sultan Mehmet de Veroveraar betekende vrijheid voor joden en heterodoxe christenen die eeuwenlang door Romeinse en Byzantijnse heersers werden onderdrukt.

Deze verklaringen door historici maken duidelijk, dat de islamitische heersers, die het ware moreel van de Islam verinnerlijkt hadden, altijd met tolerantie, barmhartigheid en rechtvaardigheid regeerden. Zo is ook de geschiedenis van de Ottomaanse Rijk, die eeuwenlang landen over drie continenten regeerden, rijk aan voorbeelden van tolerantie.

De manier waarop de joden zich vestigden in Ottomaanse landen tijdens de tijd van Sultan Beyazid II, na blootgesteld te zijn aan de bloedbaden en verbanningen in de katholieke koninkrijken van Spanje en Portugal, is een goed voorbeeld van de tolerantie die het islamitische moreel met zich mee brengt. De katholieke monarchen, die in die tijd over het grootste deel van Spanje heersten, onderdrukten de joden, die daarvoor in vrede onder de islamitische heerschappij in Andalusië hadden geleefd. Terwijl de moslims, christenen en joden in Andalusië in vrede met elkaar konden leven, probeerden de katholieke monarchen, heel het land tot het christelijke geloof (toe) te dwingen, waarbij ze de moslims de oorlog verklaarden en de joden onderdrukten. Als gevolg hiervan werd de laatste islamitische heerser, die in de Zuid-Spaanse provincie Grenada was gevestigd, in 1492 uitgeschakeld. Moslims werden gruwelijk afgeslacht en de joden die zich verzetten hun geloof te veranderen werden verbannen.

Een groep van deze joden zonder vaderland, zocht toevlucht in de Ottomaanse Rijk, en het Rijk stond hun dat toe. De Ottomaanse vloot, onder het bevel van Kemal Reis, bracht de verbannen joden en de moslims die de slachtpartij hadden overleefd, naar het land van de Ottomanen..


Sultan Mehmet de Veroveraar verleende de Patriarch vele concessies. Onder de Turkse heerschappij genoot de Patriarch voor de eerste keer in de geschiedenis volledige autonomie. In de afbeelding zien we Sultan Mehmet de Veroveraar die de Patriarch ontvangt.

Sultan Beyazid II is de geschiedenis ingegaan als een godvrezende heerser in het Ottomaanse Rijk, en in de lente van 1492 vestigde hij de joden aan wie onrecht was aangedaan en waren verbannen, in verschillende gebieden van zijn rijk, rond Edirne en Thessalonica in het hedendaagse Griekenland. Meer dan de 25,000 Turkse joden die in Turkije leven, zijn de nakomelingen van die Spaanse joden. Ze hebben hun religie en gebruiken, die ze 500 jaar geleden uit Spanje meebrachten, aangepast aan de condities in Turkije en leven nog steeds comfortabel met hun eigen scholen, ziekenhuizen, bejaardentehuizen, culturele verenigingen en dagbladen. In dezelfde manier zoals ze handelaren en zakenlui hebben, hebben ze ook vertegenwoordigers in verschillende beroepen, van technische vakgebieden tot aan de reclame, waarbij hun intellectuele kring bestaande uit wetenschappers en artiesten alsmaar groter wordt. Terwijl joodse gemeenschapen in vele landen in Europa bloot stonden aan antisemitische racistische aanvallen, leefden de joden in Turkije in vrede en veiligheid. Dit voorbeeld alleen is al genoeg, van de tolerantie en het ervaren van gerechtigheid dat de Islam met zich meebrengt.

De barmhartigheid en tolerantie die door Sultan Beyazid II uitgeoefend werd, was geldig voor alle Ottomaanse sultans. Toen Sultan Mehmet de Veroveraar, Constantinopel veroverde, stond hij toe dat de christenen en joden daar vrij mochten leven. Andre Miquel, die door zijn waardevolle werken bekend is, waarin hij de rechtvaardige en tolerante praktijken van de moslims en over de islamitische wereld schrijft, zegt het volgende:

Christenen leefden onder een zeer goed bestuurde overheid, die zij onmogelijk konden vinden in de tijd van Byzantium en Latijnse tijdperken. Ze zijn nooit onderwerp geweest van (een) systematische onderdrukking. In tegenstelling, het rijk, en met name Constantinopel werd een schuilplaats voor de Spaanse joden die waren gemarteld. Mensen werden nooit met geweld bekeerd; de voortgang van de islamitisering was een resultaat van een sociaal proces.(Geen enkele plek was onderhevig aan het sociale proces van “islamitisering”).15

Zoals uit deze feiten duidelijk naar voren komt, waren de moslims nooit in de geschiedenis onderdrukkend geweest. Integendeel, ze brachten vrede en veiligheid naar alle naties en religies waar ze heen gingen. Ze hebben zich aan Gods gebod gehouden, dat in het volgende vers naar voren komt: en aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn. Voorzeker, Allah heeft de pochers en de opscheppers niet lief. (Koran 4: 36) en behandelden iedereen goed.

Kortom vriendschap, broederschap, vrede en liefde zijn de fundamenten van het moreel in de Koran, en het is het doel van de moslims om deze verheven deugden te realiseren en in de wereld te verbreiden. (Voor nadere informatie, zie Harun Yahya’s “Rechtvaardigheid en Tolerantie in de Koran”)


Zij die geloven en hun geloof niet met onrechtvaardigheid vermengen – dezen zijn het, die vrede zullen hebben want zij zijn recht geleid.
(Koran 6:82)

(www.harunyahya.com / 20.03.2011)

Yemen opposition activists clash with police

Security forces open fire in southern city of Aden, a day after emergency was declared following a bloody crackdown.

Police have stormed a protest camp in southern Yemen where thousands are calling for the ouster of Ali Abdullah Saleh, the country’s longtime president.

Saturday’s raid was the latest attempt by security forces to quell growing unrest.

Protesters say police fired tear gas and live rounds in the southern port city of Aden, wounding three anti-government protesters.

Meanwhile, two prominent members of Yemen’s ruling party resigned on Saturday in protest against the killing of the anti-government protesters a day before.

“I find myself compelled to submit my resignation … after the heinous massacre in Sanaa yesterday,” Nasr Taha Mustafa, head of the state news agency and a leading ruling party member, said.

While, Mohamed Saleh Qara’a, another party member, told Reuters he had quit because of the “completely unacceptable” violence.

Saleh declared on Friday a nationwide state of emergency after a violent crackdown on anti-government protests left at least 52 people dead and scores more wounded in the capital, Sanaa.

He said that the decision to impose the state of emergency was made by the country’s National Security Council, but there was no immediate indication of how long it would last.

“The National Security Council announces a state of emergency across Yemen, and a curfew is set upon armed people in all Yemeni provinces. And the security forces with the army will take responsibility for stability,” he said.

He also expressed “sorrow for what happened in the university square” on Friday.

Sources told Al Jazeera the security forces opened fire in attempts to prevent protesters from marching out of the square where they were gathered. Medical sources said the death toll was likely to rise.

The attack came as thousands gathered across the country, continuing to demand that Saleh – the country’s ruler of 32 years – step down.

Al Jazeera correspondents in Sanaa reported that many protesters were shot in the head and neck; most of the injured were shot with live ammunition.

Medics at a nearby medical centre told Al Jazeera almost 200 people were injured; many were in critical condition. One medic called the attack a “massacre”.

Anti-government demonstrations were also held in other cities including Taiz, Ibb, Hodeidah, Aden, and Amran following Muslim midday prayers on Friday.

Government forces have previously used live fire, rubber bullets, and tear gas on anti-regime rallies, in the government’s increasingly violent crackdown on protests.

Yemen, the Arabian peninsula state neighbouring Saudi Arabia, has been hit by weeks of protests set in motion by uprisings in North Africa that toppled long-serving leaders in Tunisia and Egypt and spread to the Gulf states of Bahrain, Oman and Saudi Arabia.

Saleh has maintained a firm grip on power for over three decades and has scoffed at calls to step down, saying he will only do so when his current term of office expires in 2013.

Despite violence and threats, anti-government protesters refuse to cease demonstrating until Saleh’s removal.

(english.aljazeera.net / 19.03.2011)

Wraak Kadhafi hangt af van verouderd leger

TRIPOLI – De Libische leider Muammar Kadhafi zweert vergelding voor de internationale aanval op zijn land, die zaterdag is begonnen. In een televisietoespraak zaterdagavond laat dreigde hij met aanvallen op militaire en burgerdoelen in landen rond de Middellandse Zee. Zijn strijdkrachten zouden die wraak waarschijnlijk moeten toebrengen, maar hun kracht is onbekend.

Door internationale sancties heeft Kadhafi zijn strijdkrachten tientallen jaren lang niet op peil kunnen houden. Veel materiaal is verouderd en tijdens de opstand zijn militairen met wapens en al overgelopen naar de rebellen.

Een officieel leger heeft Kadhafi niet meer. Na couppogingen besloot hij de strijdkrachten op te heffen. Ideologische organisaties zoals de Revolutionaire Comités, de Revolutionaire en Republikeinse Garde en de Veiligheidsbrigades zijn sindsdien verantwoordelijk voor de veiligheid en verdediging van het land. Voor de opstand had Kadhafi ongeveer 100.000 militairen, ongeveer achthonderd tanks, enkele duizenden pantservoertuigen en meer dan vierhonderd luchtdoelraketten. Ook maakt hij gebruik van huurlingen.

Kadhafi had ooit de beschikking over massavernietigingswapens. Rond 2004 heeft de leider zijn voorraad chemische wapens grotendeels vernietigd, aldus de internationale Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). In die periode zocht hij toenadering tot het Westen. Kadhafi zou nog 9,5 ton mosterdgas bezitten, maar geen middelen hebben om die te gebruiken in de strijd.

Het succes van Kadhafi in de strijd tegen de opstand komt mede door de luchtmacht. Die drong de rebellen met bombardementen terug uit bolwerken als Ras Lanuf, Ajdabiyah en Brega. Kadhafi heeft naar schatting honderden gevechtsvliegtuigen, surveillancetoestellen, bommenwerpers, helikopters en transportvliegtuigen. Die zijn vooral van Russische makelij. Hoeveel vliegtuigen hij daadwerkelijk kan inzetten, is niet bekend.

(www.parool.nl / 19.03.2011)

Is Nederland klaar om in te burgeren ?

Volgens de overheid moeten immigranten die langdurig in Nederland komen wonen, de Nederlandse taal spreken en de Nederlandse samenleving kennen. Hiervoor worden door de gemeenten de inburgeraars actief opgezocht in de wijken en op het werk, waarna ze een inburgeringscursus aangeboden krijgen die passen bij hun mogelijkheden.

Maar is Nederland wel klaar om in te burgeren? Gaat het allemaal wel zo als de wet dit heeft vastgelegd in de Wet Inburgering van 2006?

Laten we de zaken eens op een rijtje zetten. Mevr. Verdonk heeft op 30 november 2006 een Wet Inburgering, houdende regels inzake inburgering in de Nederlandse samenleving, publiekelijk gemaakt. In deze wet wordt aangegeven dat de inburgeringsplichtige mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal verwerft en tevens kennis van de Nederlandse samenleving en dit binnen drieeneenhalf jaar.  In deze wet worden al een aantal belangrijke zaken genoemd, nl. inburgering, inburgeringsplichtige, vaardigheden en kennis. Op de website van de overheid wordt gesproken over immigranten die hier langdurig komen wonen, echter waar het meestal over gaat, zijn mensen van niet-westerse afkomst die hier mee te maken hebben.

Een immigrant die naar Nederland komt, moet in het thuisland (lees: land van herkomst) basiskennis van de Nederlandse taal en samenleving hebben opgedaan, vóór dat men naar Nederland komt. Hiervoor moet men het basisexamen inburgering hebben gedaan met goed gevolg. Hier zit voor de immigrant al een probleem: waar kan men de kennis opdoen (school) of waar haalt men de kennis van wat men moet doen (documenten)? Uit een gesprek met een dame uit Marokko is naar voren gekomen, dat dit niet echt makkelijk is en zeker niet met positief gevolg afgelegd kan worden, indien men geen actieve hulp krijgt uit Nederland, direct en via het internet. Indien het examen met positief resultaat is afgelegd, kan men verwachten dat men toestemming krijgt van de Nederlandse overheid en dat men naar Nederland mag.

In Nederland aangekomen, moet men zich houden aan de regels van de IND en zich melden binnen een aantal dagen na aankomst. In die dagen heeft men het hoofd niet bij inburgeren, maar hier zit dus de bekende adder onder het gras. Als men naar Nederland komt, is men verplicht om ‘weer’ een inburgeringcursus te volgen. Het kabinet heeft aangegeven dat meer immigranten moeten inburgeren én beter inburgeren. Inburgeren volgens het kabinet houdt hier in, dat de inburgeraar de Nederlandse taal leren en kennis nemen van de Nederlandse maatschappij. Belangrijk hierbij zijn twee dingen: het is een verplichting voor nieuwkomers en het examen moet binnen drieënhalfjaar met goed resultaat zijn afgelegd.

Dit laatste is niet algemeen bekend of (meestal) helemaal niet bekend. Bij navraag van de dame boven in dit verhaal, bleek dat het helemaal niet bekend was. Dan maar eens de gemeente gebeld. Bij navraag bij een gemeente, bleek het inderdaad zo te zijn, dat de immigrant die in Nederland aankomt, verplicht het inburgeringexamen binnen 3,5 jaar met goed gevolg moet afronden, sterker nog: de klok gaat tellen vanaf het moment dat de IND de papieren heeft goedgekeurd voor voorlopig verblijf. Ook dit laatste is algemeen onbekend bij de immigrant, sterker nog: het wordt ook aan niemand vertelt bij binnenkomst. Bij navraag bij een gemeente bleek dat dit bekend is, en dat zelf zo erg was, dat er immigranten bekend waren die nog een half jaar de tijd hadden om het examen te halen, terwijl voor de voorbereiding normaal anderhalf jaar staat. Even weer terug naar de dame in dit verhaal. De dame is in juni 2009 binnengekomen in Nederland en in november heeft een collega van haar de gemeente gebeld over een inburgeringcursus of Nederlands. De betreffende gemeente heeft geen antwoord gegeven, totdat de vrouw toevallig in voorjaar 2010 op gemeentehuis voor wat anders moest zijn en dat ze in gesprek kwam met een ambtenaar over het inburgeren. Die was pas begonnen, heeft de excuses van de gemeente aangeboden en gezorgd dat ze via een bepaald inburgeringbureau aan een cursus kon beginnen, echter dat was pas in najaar 2010. Ondertussen dus ook voor deze inburgeraar anderhalf jaar verloren, wegens het niet werken van de procedures van de gemeente, het onbekend zijn met de regels, omdat IND niets heeft verteld en het feit dat het inburgeringbureau geen docenten kon leveren. En wie is de dupe: de inburgeraar.

Echter, een groter probleem wordt door de meeste instanties over het hoofd gezien en dat is het Nederlands. In de Wet Inburgering staan de rechten en de plichten van de inburgeraar; deze zijn ook te vinden op de site ( http://www.hetbegintmettaal.nl/inburgeraars/wat-is-inburgeren.)  Op deze site staat het volgende te lezen: “Inburgeren is de Nederlandse taal leren begrijpen, spreken, schrijven en lezen én leren hoe we in Nederland wonen en werken. Waar je naartoe moet als je ziek bent bijvoorbeeld. Hoe je een baan kunt vinden. Wat de tradities zijn. En hoe we met elkaar omgaan in Nederland.”

Op het moment dat u de zin doorneemt, staat er geschreven dat inburgeren bestaat uit een deel over de taal (leren begrijpen, spreken, schrijven en lezen) en een deel over de gewoontes in Nederland. Belangrijk is het eerste deel en dat is de taal: hoe spreken we de zinnen uit in Nederland en hoe is de zinsopbouw. En hier draait het dus om; bij navraag bij een enkele gemeente of dit in de inburgeringcursus zit, werd er steevast gezegd, dat het niet zo is. Hoe kan iemand nu zich voorbereiden op het inburgeren als de basisprincipes niet worden uitgelegd?  Hoe kan de regering vragen dat nieuwkomers (maar geldt ook voor een aantal oudkomers) hier integreren en in een cursus gesprekken moeten voeren, zonder uitleg te geven over het Nederlands? Waar blijft de uitleg over de grammatica, zinsopbouw, vervoegingen, rijtjes leren? Is de regering alleen maar uit om zoveel mensen te laten slagen of te laten zakken? Nummertjes trekken?

Maar er gaan nog meer problemen komen: de regering is van plan te gaan bezuinigen op inburgeringcursussen, en wel met flinke bedragen: 2011: 100 miljoen euro minder, in 2012 175 miljoen minder en in 2013 235 miljoen euro. Vanaf 2014 gaat er structureel 333 miljoen euro op inburgering bezuinigd worden. Dit houdt gewoon in, dat nu nog een aantal nieuwkomers een aanbod krijgen van de gemeente, maar na een bepaalde tijd is dit over en moet men zelf gaan betalen. Tevens wil de regering dat gezinsimmigranten (dus de getrouwde vrouw, man of kinderen) die naar Nederland komen, beter voorbereid zijn. Hiervoor worden hogere eisen aan de taalvaardigheid in het buitenland gesteld bij het examen dat afgelegd wordt.

Wederom is hier sprake van: “We leggen wat op, maar we doen er niets aan”. In bepaalde landen zijn geen mogelijkheden voor zo’n cursus en het gaat meestal niet om Nederlands leren, maar hoe zit Nederland in elkaar.

Een advies aan de gemeente en de regering: als mensen moeten inburgeren, probeer dit voor iedereen te laten gelden, maak het mogelijk en begin bij de basis: Nederlands leren.

U.S., allies launch missiles against Gadhafi forces

More than 110 Tomahawk cruise missiles were fired from U.S and British ships and submarines, striking more than 20 integrated air defense systems and air defense facilities ashore, a Joint Chiefs of Staff official said Saturday.

The goals of Saturday’s strikes are to prevent further attacks on Libyan citizens and opposition groups and to degrade the capability of Moammar Gadhafi’s forces to resist a no-fly zone, Vice Admiral William E. Gortney Director said.

The strikes were carefully coordinated based on an assessment of whether the targets posed a direct threat to coalition pilots or to the people of Libya, he said.

“This is an international military operation urged by the Libyan and people and other Arab nations,” Gortney said.

“This is just the first phase of what will likely be a multi-phase designed to enforce the U.N. Security Council resolution.”

(news.blogs.cnn.com / 19.03.2011)

U.S. Launches Missile Strikes On Libya

The U.S. military attacked Moammar Gadhafi’s air defenses Saturday with strikes along the Libyan coast that were launched by Navy vessels in the Mediterranean.

A senior military official said the assault would unfold in stages and target air defense installations around Tripoli, the capital, and a coastal area south of Benghazi, the rebel stronghold under attack by Gadhafi’s forces.

Complete details were not immediately available.

The official spoke on condition of anonymity in order to discuss sensitive military operations.

Hours after Secretary of State Hillary Clinton attended an international conference in Paris that endorsed military action against Gadhafi, the U.S. kicked off its attacks on Libyan air defense missile and radar sites along the Mediterranean coast to protect no-fly zone pilots from the threat of getting shot down.

A U.S. official, speaking on condition of anonymity in order to discuss sensitive military operations, said the Obama administration intended to limit its involvement — at least in the initial stages — to helping protect French and other air missions.

At a news conference in Paris, Clinton said Gadhafi had left the world no choice but to intervene urgently and forcefully to protect further loss of civilian life.

“We have every reason to fear that left unchecked Gadhafi would commit unspeakable atrocities,” she told reporters.

Clinton said there was no evidence that Gadhafi’s forces were respecting an alleged cease-fire they proclaimed and the time for action was now.

“Our assessment is that the aggressive action by Gadhafi’s forces continues in many parts of the country,” she said. “We have seen no real effort on the part of the Gadhafi forces to abide by a cease-fire.”

President Barack Obama announced on Friday that he had given the go-ahead for U.S. forces to participate in operations designed to enforce the provisions of a U.N. Security Council resolution demanding that Gadhafi cease firing on civilians. At the outset of a visit to Brazil on Saturday, he spoke briefly about Libya, noting the Paris talks.

“Our consensus was strong and our resolve is clear,” Obama said. “The people of Libya must be protected and in the absence of an immediate end to the violence against civilians our coalition is prepared to act and to act with urgency.”

Among the U.S. Navy ships in the Mediterranean were two guided-missile destroyers, the USS Barry and USS Stout, as well as two amphibious warships, the USS Kearsarge and USS Ponce, and a command-and-control ship, the USS Mount Whitney. The submarine USS Providence was also in the Mediterranean.

Earlier Saturday, the rebel-held stronghold of Benghazi came under heavy bombardment by loyalist forces, despite Gadhafi’s claim that he was honoring a cease-fire. In response, French warplanes began attacking selected targets in Libya
French President Nicolas Sarkozy said the allied nations would use “all means necessary, particularly military” to enforce the U.N. mandate.

The French leader said the military action was being taken “to protect the civilian population” from the “deadly madness of a regime which, by killing its own people, has lost any legitimacy.”

He said that Gadhafi “still could avoid the worst” by complying with the requirements of the international community.

“The door of diplomacy will open when the fighting stops,” he said.

“The future of Libya belongs to the Libyans,” Sarkozy said, adding that the intervention was taking place because of “a universal conscience that cannot tolerate such crimes.”

Canadian, Italian, Danish and Norwegian planes were also participating in the operation, working out of military bases around the Mediterranean region. However, it was still unclear what role Arab nations would play.

U.N. Secretary General Ban Ki-moon said in a statement Saturday that it given the situation on the ground in Libya, “it is imperative that we continue to act with speed and decision.”

In an open letter read out hours before the announcement, Gadhafi had a warning: “You will regret it if you dare to intervene in our country.”

Fighting In Benghazi

Earlier Saturday, a plane was shot down over the outskirts of Benghazi, sending up a massive black cloud of smoke.

But it was not immediately clear whether the warplane belonged to loyalist or rebel forces.

“If it did indeed belong to the Libyan government … it would be another sign that [Gadhafi] is in open defiance of the world right now,” NPR’s David Greene said, reporting from Tripoli.

But rebels told NPR the plane was theirs and that it had been shot down by loyalist forces as it tried to defend the city. Opposition forces are known to have obtained at least some aircraft from pilots who defected from the Libyan air force in the opening days of the conflict.

Witnesses said Benghazi was hit by artillery and mortar fire and an explosion was reported near the rebel headquarters. The Red Cross and other aid groups said there was a sharp increase in the number of civilians trying to leave the city.
Rebel leaders fighting to push Gadhafi from power also said cities such as Misrata and Ajdabiya were still being shelled. A Pentagon official told NPR that the U.S. saw surveillance suggesting Libya’s military was still active, firing on areas around the eastern city.

Libya Denies Attacks

Government spokesman Ibrahim Musa denied that a government plane had gone down. He also denied government forces shelled any Libyan towns on Saturday, saying the rebels were the ones breaking the cease-fire by attacking military forces.

“Our armed forces continue to retreat and hide, but the rebels keep shelling us and provoking us,” Musa told The Associated Press.

Musa also said the planned U.N. Security Council embargo of Libya’s military airspace was “invalid” because, he said, “the Security Council is not authorized according to the U.N. Charter to intervene in the internal affairs of any country.”

“This is injustice, it’s a clear aggression and there’s an uncalculated risk for its consequences on the Mediterranean and for Europe,” Musa said.

A Quick End To Weeks Of Debate

In a joint statement to Gadhafi late Friday, the U.S., Britain and France — backed by unspecified Arab countries — said a cease-fire must begin “immediately” in Libya, the French presidential palace said.

The statement urged Gadhafi to end his troops’ advance toward Benghazi and pull them out of the cities of Misrata, Ajdabiya and Zawiya. It also called for the restoration of water, electricity and gas services in all areas, and said Libyans must be able to receive humanitarian aid or the “international community will make him suffer the consequences” with military action.

The statement followed a U.N. Security Council resolution offering protection to Libya’s citizens late Thursday with the backing of the United States, France and Britain — hours after Gadhafi vowed to launch a final assault and crush the nearly five-week-old rebellion against him.

Western powers faced pressure to act urgently after weeks spent deliberating over what to do about Gadhafi as his regime gained momentum.

“Things really came together quickly at the end,” said NPR’s Greene said. “There was a sense for days that this might never happen, the debate might continue.

“All sides said the support from the Arab League and potentially the willingness of Arab countries to take part in this lent that final needed support to push this through,” he said.

Rebel Forces Falling Back

The shift toward international action reflected dramatic change on the ground in Libya in the past week. The rebels, once confident, found themselves in danger of being crushed by an overpowering pro-Gadhafi force using rockets, artillery, tanks and warplanes. That force has advanced along the Mediterranean coast aiming to recapture the rebel-held eastern half of Libya.

The rebellion began Feb. 15 in Benghazi and spread east to Tripoli. Like other uprisings in North Africa and the Mideast, Libya’s protest started with popular demonstrations against its leader, rejecting Gadhafi’s four decades of despotic and often brutal rule. The tone quickly changed after the regime’s security in Tripoli forcefully put down the gatherings there.

Opposition forces began arming themselves and quickly seized control of the country’s east, basing themselves in Benghazi, which is Libya’s second-largest city and has a population of about 700,000. Some Libyan army units joined the rebels, providing them with needed firepower, but much less than Gadhafi’s remaining forces and, crucially, no air power.

There are no official death tolls. Rebels say more than 1,000 people have been killed in a month of fighting, while Gadhafi claims the toll is only 150.

With reporting from NPR’s Eric Westervelt in Tobruk, David Greene in Tripoli, Eleanor Beardsley in Paris and Phillip Reeve in London and Alan Greenblatt. Material from The Associated Press was used in this story.

(www.npr.org / 19.03.2011)

Egypte houdt referendum over grondwet

Veel Egyptenaren hebben vandaag hun stem uitgebracht in het referendum over de wijziging van de grondwet. Het referendum is een eerste resultaat na het vertrek van president Mubarak.
Voor de meeste Egyptenaren is het voor het eerst in hun leven dat ze in vrijheid hun stem kunnen uitbrengen.
Mohamed El Baradei, één van de oppositieleiders, werd in Caïro belaagd door een menigte toen hij wilde stemmen. Jongeren gooiden stenen naar zijn auto en schreeuwden: ,,Wij willen jou niet.” Volgens El Baradei gaan de wijzigingsvoorstellen niet ver genoeg. El Baradei heeft gezegd zich kandidaat te willen stellen voor het presidentschap.
Verkiezingen
Na de val van president Mubarak vorige maand is aanpassing van de grondwet nodig om de weg vrij te maken voor nieuwe verkiezingen aan het einde van de zomer.
Als het voorstel wordt aangenomen, mogen meer mensen dan voorheen zich kandidaat stellen en wordt de zittingsduur van de president beperkt. Het nieuwe parlement moet dan een nieuwe grondwet schrijven.
Kritisch
Leden van de oppositie zijn sceptisch en zeggen dat de voorgestelde wijzigingen cosmetische aanpassingen zijn. Vooral de gevestigde partijen zouden ervan profiteren. Daarmee doelen ze op de NDP, de partij van de verdreven president Mubarak, en de Moslimbroederschap.
Veel oppositieaanhangers willen liever meteen een compleet nieuwe grondwet.
Egypte wordt op dit moment geregeerd door een militaire raad. De militaire leiders hebben beloofd dat ze opstappen als de bevolking een nieuw parlement en een nieuwe president heeft gekozen.

(www.nos.nl / 19.03.2011)

Arab regimes need change: Analysts

Feb 13, 2011


Within less than a month, popular uprisings toppled the long-time presidents of Egypt and Tunisia, and revolts could spread to other Arab countries if they do not implement reforms quickly, analysts say.

Egyptian soldiers stand behind veiled women opposition supporters at Tahrir Square in Cairo February 13, 2011. Egypt's new military rulers, who have promised to hand power to civilians, faced impatient protesters on Sunday who want swift steps to prove their nation is set for democracy after Hosni Mubarak's overthrow.

Egyptian soldiers stand behind veiled women opposition supporters at Tahrir Square in Cairo February 13, 2011. Egypt’s new military rulers, who have promised to hand power to civilians, faced impatient protesters on Sunday who want swift steps to prove their nation is set for democracy after Hosni Mubarak’s overthrow.
“The Arab leaders are in a race against time: either they quickly adopt liberal changes, or they suffer the same fate as (the leaders) of Tunisia and Egypt,” said Anwar Eshki, the director of the Middle East Institute for Strategic Studies in Jeddah, Saudi Arabia.

Egypt’s president Hosni Mubarak, who resigned on Friday after being in power since 1981, and Tunisian president Zine El Abidine Ben Ali, who departed after ruling for 23 years on January 14, both bowed to unprecedented waves of popular protests.

Angered by injustice, unemployment and corruption, “the Arab citizen is not the same as he was two months ago” and “has proven he can bring down an Arab head of state after two or three weeks of demonstrations,” said Paul Salem, the director of the Carnegie Middle East Centre.

Various Arab leaders, some of whom, such as Libyan leader Moamer Kadhafi, have been in power for over 40 years while many of those who have ruled with an iron fist have suddenly announced social security measures and political reforms.

The popular uprisings in those two countries “will have repercussions throughout the region” and the United States, which encouraged change in Tunisia and Egypt, will try to do the same in other Arab countries, said Saleh al-Qallab, a former Jordanian information minister.

“Who is next? No one can predict,” he said, adding that this excludes Saudi Arabia, a rich oil state governed by the ultra-conservative Wahhabism doctrine, where “the process of reforms initiated by King Abdullah is moving slowly due to the weight of tradition and religion.”

Eshki echoed that assessment, saying that “the United States will seek to avoid sudden change in the Gulf monarchies that could disrupt oil supplies to the world economy,” but Washington “will advise them to engage in reforms and accelerate their implementation.”

But he added that “the winds of change will blow on these (Gulf) countries. And if the leaders do not take the initiative, their people will.”

The uprisings in Tunisia and Egypt, which were initiated and led by young people using the social networking site Facebook and micro-blogging site Twitter, have showed the limits of Islamist activism, which Arab regimes have used as a scarecrow to ward off calls for reform, Salem said.

“Without adhering to an ideology,” the uprisings have succeeded where Islamist movements have failed for decades, during which “they were presented or presented themselves as the only alternative to repressive Arab regimes,” he said.

Salem added however that Mubarak’s fall, in the eyes of Riyadh, “exacerbates the imbalance of power in the favour of Iran,” which wants “an Islamic Middle East,” and sees the departure of the Egyptian president as “the failure of the United States and Zionism in the region.”

“The alliance of the Arab countries and the United States will weaken in favour of a degree of autonomy on the Turkish model, but these countries have no choice but to remain in the American fold,” Salem said.

(www.timeslive.co.za / 19.03.2011)