‘Hoofddoek is mijn vrijheid’

Joyce Van Op den bosch over haar ontslag bij Hema

GENK – Het ontslag bij de Genkse Hema-vestiging krijgt een gezicht. De 20-jarige Antwerpse Joyce Van Op den bosch steekt zich niet langer weg. ‘Ik ben het beu dat er leugens over mij worden verspreid.’

Joyce Van Op den bosch voelde zich goed bij Hema. Ze was er begin december als uitzendkracht beginnen te werken en het klikte heel goed met de collega’s. Ze deed haar werk graag.

‘Eén keer heb ik een vraag gekregen over mijn hoofddoek’, zegt de jonge vrouw. ‘Op mijn eerste werkdag vroegen ze of ik die wilde afzetten. Ik zei van niet. Daar werd niet verder op ingegaan, ze lieten me werken. Het was een drukke dag en ze konden alle hulp gebruiken. Dus kon ik blijven. De week daarop belden ze me opnieuw. Zo kreeg ik steeds meer uren. Ik deed het heel graag. Ik kon het zo goed met de collega’s vinden dat ze vorige maand nog naar mijn trouwfeest zijn gekomen.’

Echtgenoot gevolgd

Van Op den bosch voelde zich goed in haar nieuwe omgeving. Ze was nog maar net in Genk komen wonen, en haar verhuis was verteerd. De Antwerpse was haar man gevolgd, een Limburgse Marokkaan die ze via chatberichten op internet had leren kennen. ‘Moslima was ik al langer’, zegt ze. ‘Als tiener had ik veel moslimvrienden en zo was ik in de islam geïnteresseerd geraakt. Vijf jaar geleden ben ik beginnen te bidden, een hoofddoek te dragen en heb ik me bekeerd.’

Eén ding viel haar wel op in Genk. Haar hoofddoek wekte er meer weerstand op dan in Antwerpen. Ook daar had ze in winkels gewerkt, maar nooit negatieve reacties gekregen. ‘In de Hema in Genk heb ik twee keer een opmerking gekregen’, zegt ze. ‘Een eerste keer zei een vrouw me aan de kassa: “Ga toch terug naar je eigen land,. Ik zei: “Dit is hier mijn eigen land,, en ik ben vriendelijk gebleven. Wat moest ik anders doen? Als winkelbediende moet je altijd vriendelijk blijven.’

‘Een tweede keer zei een klant in de winkel: “Je bent hier niet in Antwerpen, hier wordt geen hoofddoek gedragen,. Ik ben er niet op ingegaan.’

Ondanks die opmerkingen bleef alles goed gaan. Joyce Van Op den bosch kreeg zelfs een speciale hoofddoek van Hema, met de kleuren en het logo van de winkelketen. ‘Mijn baas had die in Nederland besteld, bij het hoofdkantoor van Hema. Ik vond dat fijn’, zegt ze.

Maar achter de schermen begon het blijkbaar fout te gaan.

‘Ik vermoed dat er bij de directie nog meer klachten waren binnengekomen. Twee weken geleden kreeg ik te horen dat ik kans maakte op een vast contract bij Hema. Er was één voorwaarde: zonder hoofddoek. Als ik mijn hoofddoek zou ophouden, zou mijn interim-contract worden stopgezet. Ik weigerde.’

‘Vijf jaar geleden ben ik mijn hoofddoek beginnen te dragen omdat de islam voorschrijft dat alleen het gezicht en de handen van vrouwen onbedekt mogen blijven. Intussen is die hoofddoek een deel van mij geworden, ik ben mezelf niet als ik zonder hoofddoek zou buitenkomen.’

De jonge vrouw verzet zich tegen het idee dat de hoofddoek een symbool van onderdrukking is. ‘Integendeel, voor mij is dit een symbool van vrijheid. Het is een manier om mij te onderscheiden, om mij te uiten als moslima.’

Van Op den bosch windt zich op over de uitleg die Hema deze week over haar ontslag heeft gegeven. De Nederlandse woordvoerders zeiden in hun reactie dat de betrokken medewerkster in het begin geen hoofddoek droeg, en die