Hoofddoekverbod van Europees Hof is verkeerd besluit

Het Europese Hof van Justitie heeft uitspraak gedaan in twee zaken over het dragen van een hoofddoek; een was in de zaak van de Belgische Samira Achbita die haar ontslag kreeg van haar werkgever G4S en de tweede in de zaak van de Franse ICT-consultant Asma Bougnaoui, die van haar werkgever geen hoofddoek meer mocht dragen na een klacht van een klant.

Het Europese Hof heeft in haar uitspraak aangegeven dat een werkgever het neutraliteitsbeleid mag voeren ten aanzien van religieuze en politieke uitingen, mits de werkgever dit in het bedrijfsreglement heeft vastgelegd.

Advocaat Elsa van der Loo heeft aangegeven dat de uitspraak “onwenselijk is omdat dit een inperking van de vrijheid van godsdienst is en “ het mijn inziens juist wenselijk is dat bedrijven ook een afspiegeling van de samenleving zijn.” (commentaar via LinkedIN).

In de Volkskrant komt Jeroen Temperman, hoofddocent internationaal publiekrecht aan de Erasmus Universiteit en specialist op het gebied van religie en mensenrechten, aan het woord. Deze docent geeft aan dat het Hof het neutraliteitsideaal van de staat nu ook toepast op bedrijven. Het is te rechtvaardigen dat de staat een neutraal imago heeft en handhaaft maar als persoon hoef je dat niet.

Afbeeldingsresultaat voor hoofddoek islam

Volgens mij kan het niet waar zijn dat je als je ‘s ochtends thuis de deur uitgaat, dat je je godsdienst aan de kapstok hangt en ‘s avonds als je thuis komt weer aantrekt.

De vraag blijft natuurlijk of een moslima de hoofddoek uit eigen vrije wil draagt en daar ga ik ook steeds van uit, daar een man een vrouw niet kan en mag dwingen.

Op het moment dat een moslima er voor kiest een hoofddoek te dragen, kiest ze dat bewust en zelf om haar geloof te volgen. Het kan daarna toch niet zo zijn dat een rechter beslist dat ze haar geloof niet mag volgen?  

Met deze uitspraak geeft het Europese Hof van Justitie een verkeerd signaal af. Door deze uitspraak wordt de moslima teruggeworpen in haar geloof. Juist het vrij en openlijk uitkomen voor je geloof – en zeker als moslima met een hoofddoek – is een bevrijding in de huidige maatschappij. De moslima laat zien dat ze zelf het besluit heeft genomen om een hoofddoek te dragen.

Een werkgever kan zo’n uitspraak vastleggen in de ‘voorschriften van het werk’; de zogenaamde “individuele instructie of instructies voor een groep, zoals gedragscodes , gedragsregels, kledingvoorschriften, protocol, huisregels over het gebruik van vreemde talen, etc.”  
Volgens de site Arbeidsrechter.nl moet een werkgever “er voor waken dat de voorschriften niet discrimineren. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen als hij voorschrijft dat werknemers alleen de Nederlandse taal mogen spreken of vrouwen geen hoofddoekjes mogen dragen.” Hier wordt dus aangegeven dat het discriminerend is als een werkgever tegen een moslima zegt dat ze haar hoofddoek niet mag dragen.

Afbeeldingsresultaat voor hoofddoekop het werk

Ik ben van mening dat als een werkgever aan een moslima meldt dat ze niet met een hoofddoek mag verschijnen, dat dit gezien kan worden als een aanval op het geloof van de moslima en dus een antireligieuze opmerking. De moslima kan dit zien als een aanval op haar geloof.

Ik hoop dat Ondernemingsraadsleden en leden van medezeggingsraden het zullen opnemen voor het geloof en in dit geval voor de moslima. Ben benieuwd, na weer een aanval op het geloof, op de Islam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *