De Nakba die maar niet eindigt

By Engelbert Luitsz                  ©             (www.alexandrina.nl/?p=4436)

 

Wij hebben één droom
Een droom te vinden die ons draagt
zoals een ster de doden draagt!

Mahmoud Darwish

ismael_schilderij2

Een aquarel van Ismail Shammout uit de jaren vijftig.

 

De Palestijnse kunstenaar en kunsthistoricus Ismail Shammout werd in 1930 geboren in Lydda, een Palestijns stadje op zo’n twintig kilometer van Tel Aviv. Hij was dus nog een jongen toen hij in juli 1948 samen met duizenden anderen uit de stad verdreven werd door zionistische milities. Er werden bloedbaden aangericht onder de bevolking, waarna er enkele tienduizenden mensen op een dodenmars werden gestuurd, waarbij talloze ongelukkigen het leven lieten. Ismail overleefde de helse tocht en wist naar de Gazastrook te vluchten. Daar vond hij onderdak in het vluchtelingenkamp Khan Younis (dat na 68 jaar nog steeds bestaat!). Enkele jaren lukte het hem naar Caïro te gaan om daar aan de kunstacademie te studeren. Maar hij nam geen afstand van Palestina. In 1953 hield hij als eerste Palestijnse kunstenaar ooit een expositie in Palestina, in Gaza Stad.

Ismail_Shammout's_Where_to_...

“Waarheen…?”
Een schilderij uit 1953 van Ismail Shammout, waarmee hij de dodenmars uit Lydda verbeeldt. Het wegkwijnende boompje was een bij Palestijnen gangbaar symbool voor het verlies van hun land en hun wortels. Dit werk was direct zeer geliefd.

 

Zijn levensloop illustreert de niet eindigende Palestijnse catastrofe – de Nakba. Ismail vertrok naar Beiroet in Libanon, maar werd daar in het begin van de jaren tachtig opnieuw verdreven door Israëlisch geweld. Hij vluchtte naar Koeweit. Tot de Golfoorlog, waarna hij naar Duitsland ging. Weer enkele jaren later vestigde hij zich in Jordanië. In 1997 ging hij nog een keer terug naar Lydda, om te constateren dat zijn geboortestad definitief onderdeel van de joodse staat was geworden (de stad is zeker 7000 jaar oud en bestond dus al lang voordat er sprake was van enige Hebreeuwse aanwezigheid in de regio).

Planmatige executies

verdeelplan_detail
Complete kaart van het verdeelplan.

Lydda behoorde tot de steden en dorpen die buiten het door de V.N. voorgestelde “verdeelplan” lagen, maar die om strategische en ideologische redenen door de zionisten werden veroverd, gezuiverd en vaak vernietigd. De Israëlische historicus Benny Morris telde in die periode meer dan twintig bloedbaden die door de zionisten waren aangericht, zodat de rest van de bevolking op de vlucht zou slaan (dat werden er zo’n 750.000).

De ergste gevallen waren Sahila (70-80 doden), Deir Yassin (100-110), Lod [Lydda] (250), Dawayima (honderden) en wellicht Abu Shusha (70). Er is geen onweerlegbaar bewijs van grootschalige slachtpartijen in Tantura, maar daar werden wel oorlogsmisdaden gepleegd. Er had een bloedbad in Jaffa plaatsgevonden waar tot nu toe niets over bekend was. Hetzelfde geldt voor Arab al Muwassi in het noorden. Ongeveer de helft van de bloedbaden waren onderdeel van Operatie Hiram (in oktober 1948, in het noorden): bij Safsaf, Saliha, Jish, Eilaboun, Arab al Muwasi, Deir al Asad, Majdal Krum, Sasa. Tijdens Operatie Hiram was er een opvallend groot aantal executies van mensen tegen een muur of bij een waterput, op een zeer geordende manier.

Dat kan geen toeval zijn.

Interview van Ari Shavit met Benny Morris in Haaretz in 2004

Het was ook na 15 mei 1948 duidelijk dat Israël verdere expansie beoogde en geenszins uit was op een fatsoenlijke overeenkomst met de verdreven bevolking. Toen er sprake was van een bestand zette men juist alles op alles om voor die tijd nog zoveel mogelijk buit te maken. De historicus Ilan Pappe beschrijft het in De etnische zuivering van Palestina zo:

Het nieuws van een ophanden zijnd tweede bestand dat op 18 juli 1948 moest ingaan kwam op een ongelukkig moment voor de operatie van etnische zuivering. Sommige operaties werden versneld uitgevoerd zodat ze voltooid waren voordat het bestand zou ingaan, zoals het geval was met de bezetting van de dorpen Qula en Khirbat Shaykh Meisar. Tegen die tijd hadden de Israëliërs twee steden, Lydda en Ramla, en nog eens 68 dorpen toegevoegd aan de 290 die ze al bezet en gezuiverd hadden.

Verwante zielen

schilderij_tamam

Een schilderij van Tamam Alakhal uit de jaren vijftig.

 

Tamam Alakhal was pas dertien jaar oud toen ze door de zionisten werd verdreven uit haar geboortestad Jaffa. Tamam kwam aanvankelijk in een vluchtelingenkamp in Libanon terecht, maar ook zij ging uiteindelijk naar Egypte, waar ze net als Ismail de kunstacademie bezocht. Daar ontmoetten ze elkaar. Samen vertrokken ze later naar Beiroet waar ze in 1959 trouwden. Voor beiden was kunst een integraal onderdeel van hun geschiedenis, hun strijd voor rechtvaardigheid en hun Palestijnse identiteit. Door de jaren heen hebben ze samen overal in de wereld geëxposeerd.

Ismail overleed in 2006, Tamam leeft nog voor zover ik weet. Zij zal het einde van de Nakba niet meer meemaken.

Tamam en Ismail hebben de verschrikkingen overleefd. Voor hun verhalen geen Hollywood kaskrakers, geen tranentrekkende bestsellers en geen musicals. Maar hun getuigenis blijft staan. Hun geschiedenis laat zien hoeveel moois en menselijks er is vernietigd en nog steeds vernietigd wordt in Palestina. Al die talenten, al die mensen die gewoon wilden leven, maar dat niet mochten van de bezetters. Meer dan ooit hebben de Palestijnen noodzaak aan een droom die hen draagt. Iets daarvan is te vinden in de kunst van hen die mochten overleven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *