Sluit je aan bij de karavaan!

By Marianna Laarif

Bismillâhi Rahmâni Rahîm, Alhamdulillâhi Rabbil ‘Âlamîn was-salâtu was-salâmu ‘alâ nabiyyinâ Muhammadin wa ‘alâ ahlihi wa ashâbihi aj’ma’în amma’ ba’d.

In de Naam van Allâh, de Erbarmer, de Meest Barmhartige.

As-salâm ‘alaykum warahmatullâhi wa barakâtuh beste broeder of zuster,

Inshâ’Allâh verkeer je in goede staat van gezondheid & imân. We vragen ons af of de vastende persoon na de Ramadân zal blijven zoals hij/zij tijdens de Ramadân was. We vragen ons af of degene die tijdens de Ramadân vastte, Qur’ân reciteerde, liefdadigheid spendeerde, ’s nachts bad en du’a verrichtte, dit ook na de Ramadân zal doen, of zal hij/zij een ander pad volgen? We bedoelen hiermee het pad van de shaytân, waardoor hij/zij zonden begaat en dingen doet die de Meest Barmhartige, Meest Genadevolle ontevreden stemmen.

Als een moslim het geduld bewaart om na de Ramadân goede daden te verrichten, dan is dit een teken dat zijn vasten geaccepteerd is door zijn Heer, de Verlener van zegeningen. Als men er niet in slaagt om na de Ramadân goede daden te verrichten, en hij de weg van de shaytân volgt, dan is dit een teken van vernedering, gebrekkigheid, lage status en beroofd zijn van de hulp van Allâh, zoals de geleerde al-Hasan al-Basrî heeft gezegd:

“Zij waren niet meer belangrijk voor Allâh, dus begingen zij zonden. Als zij iets betekend hadden voor Hem, dan zou Hij hen beschermd hebben. Wanneer iemand onbelangrijk wordt voor Allâh, zal Allâh hem niet langer eren.”

Allâh de Verhevene zegt hierover (interpretatie van de betekenis):

“En wie door Allâh vernederd wordt; voor hem zijn er dan geen eerbewijzers.” {Qs 22:18}

Het is verbazingwekkend dat je tijdens de Ramadân sommige mensen ziet die vasten en ’s nachts bidden en uitgeven in liefdadigheid en de Heer der Werelden vereren, en zodra de maand ten einde komt, verandert hun aard volledig en krijgen ze een slechte houding tegenover hun Heer, de Heerser, de Heilige, Degene die vrij is van alle tekortkomingen. Bij Allâh, hoe vreselijk is het wanneer mensen Allâh alleen in de Ramadân kennen.

De moslim zou van de Ramadân een kans moeten maken om een nieuwe bladzijde om te slaan door berouw te tonen, zich tot Allâh te richten, te volharden in het aanbidden van Allâh en zich altijd bewust te zijn van het feit dat Allâh te allen tijde toekijkt. Het doel waarvoor Allâh iedereen geschapen heeft, was ongetwijfeld om Hem Alléén te aanbidden, zonder partner of deelgenoot. Dit werd op de mooiste manier bereikt tijdens de Ramadân, toen we de mensen in groepen en individueel naar de Huizen van Allâh zagen gaan. We zagen hen ernaar streven om de verplichte gebeden op tijd uit te voeren en om liefdadigheid te geven, concurrerend met elkaar in het verrichten van goede daden.

De geleerden hebben gezegd:

“Onder de tekenen van aanvaarding (van goede daden) is dat Allâh een goede daad op laat volgen door een andere, want de goede daad zegt: “Mijn zuster, mijn zuster!” En de slechte daad zegt ook: “Mijn zuster, mijn zuster!” Als Allâh het vasten in de Ramadân van een persoon geaccepteerd heeft en hij/zij van deze periode van (spirituele)training geprofiteerd heeft en standvastig is gebleven in het gehoorzamen van Allâh, dan heeft hij/zij zich aangesloten bij de karavaan van degenen die standvastig zijn gebleven en geantwoord hebben aan Allâh.”

Allâh de Verhevene zegt hierover (interpretatie van de betekenissen):

“Voorwaar, degenen die zeggen: “Onze Heer is Allâh,” en die vervolgens standvastig zijn; over hen zullen de Engelen neerdalen (en zeggen): “Wees niet bevreesd en niet treurig, en wees verheugd met het Paradijs dat aan jullie is beloofd. Wij zijn jullie helpers tijdens het wereldse leven en in het Hiernamaals en voor jullie is daarin wat jullie zielen verlangen en voor jullie is daarin wat jullie vragen.” {Qs 41:30-31}

Dit standvastig zijn zou voort moeten duren van de ene Ramadân tot de volgende. Vanaf het moment dat de gelovige de vroegste leeftijd van beoordelingsvermogen bereikt, totdat hij zijn laatste adem uitblaast, zou hij zich aan moeten sluiten bij de karavaan van degenen die standvastig zijn en aan boord moeten gaan van het schip van verlossing. Hij zou in de schaduw van “Lâ ilâha ill-Allâh” moeten blijven, genietend van de zegeningen van Allâh.

Vergeet niet om voor deze goede daden en deze steun van Allâh te zorgen, en laat het niet uitgewist worden door slechte daden. Streef er dus naar om goedheid en geluk op jouw weg te zaaien en om degenen die standvastig blijven (in de islâm) gezelschap te houden en om Allâh en Zijn Boodschapper en het Huis van het Hiernamaals na te streven, waar tegen jou gezegd zal worden:

Ontvang blijde tijdingen van het Paradijs zo wijd als de hemelen en de aarde, voorbereid voor de godvrezende, omdat je geantwoord hebt aan de oproep van Allâh!”

We vragen Allâh, die ons heeft gezegend met de Islâm, bij Zijn Schone Namen en Verheven Eigenschappen om ons te zegenen met leiding, godvrezendheid en aanvaarding van onze goede daden. Moge Hij ons helpen om te volharden in het verrichten van goede daden en om standvastig te blijven. Volharding in het verrichten van goede daden is één van de beste manieren om dichter bij Allâh de Almachtige te komen.

Subh’ânaka Allâhumma wa bih’amdik, ash-hadu allâ illâha illâ anta, astaghfiruka wa atuba ilayk.

Wa ‘alaykum salâm warahmatullâh,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *