Samenhorigheid in deze tijd!

Ons geloof is een geloof van samenhorigheid. Wanneer we kijken naar de voorschriften en regelgevingen van de Islam, dan valt al gauw op hoe erg deze gericht zijn op het bevorderen van samenhorigheid en goed onderling contact.

De Islam beveelt goed contact met de ouders, familie, buren en de gelovigen in het algemeen.

Allah zegt:

“Voorwaar, de gelovigen zijn elkaars broeders, sticht daarom vrede tussen jouw broeders ..” [49:10]

Een ander vers:

“En houdt jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allah en weest niet verdeeld ..” [3:103]

In de volgende twee overleveringen vergelijkt de profeet salla allaho ‘alaihi wa sellam de samenhorigheid die hoort te zijn onder de gelovigen met twee onlosmakelijke gehelen; een gebouw en het lichaam.

1)      “De gelovige is voor de gelovige als een gebouw, het ene verstevigt het ander”. De profeet plaatste vervolgens de vingers van beide handen in elkaar. Om aan te tonen hoe stevig het contact en de relatie onderling hoort te zijn.

In de tweede overlevering:

2)      “De vergelijkenis van de gelovigen in hun wederzijdse liefde, barmhartigheid en medeleven is als de vergelijking van een lichaam. Als een ledemaat ziek is, heeft de rest van het lichaam last van slapeloosheid en koorts.” 

Deze samenhorigheid uit zich onder andere door het goede voor jouw medegelovigen te wensen, net zoals jij dat voor jezelf wenst:

“Niemand van jullie gelooft (volledig) totdat hij datgene wat hij voor zichzelf wenst (aan goeds) ook voor zijn broeder wenst.”

En in zes zaken die onze nobele profeet in één hadieth heeft genoemd:

“De moslim heeft zes rechten op zijn moslimbroeder: Wanneer je hem ontmoet, geef hem selaam. Wanneer hij je uitnodigt, beantwoordt (zijn uitnodiging). Wanneer hij je om advies vraagt, adviseer hem. Wanneer hij niest en alhamdolilah zegt, zeg dan yarhamokalaah. Wanneer hij ziek is, bezoek hem en wanneer hij sterft, volg dan zijn begrafenisstoet.”

Wij moeten ernaar streven om deze samenhorigheid ook te behouden, dit kan op verschillende manieren:

Door te glimlachen wanneer de broeder zijn broeder en de zuster haar zuster ontmoet:

“Het glimlachen in het gezicht van jouw broeder is sadaqah (aalmoes).”

Het geven van cadeau’s aan elkaar:

“Geef elkaar cadeau’s en jullie zullen van elkaar houden” 

Het verspreiden van de selaam:

“Zal ik jullie duiden op iets dat als jullie het in praktijk brengen jullie van elkaar zullen houden? Verspreidt de selaam onder elkaar.”

Elkaar laten weten dat we van elkaar houden omwille van Allah:

“Als iemand van jullie van zijn broeder houdt, laat hem dan weten dat hij van hem houdt.”

Vergeven, makkelijk zijn in de omgang en niet overal een probleem van maken:

Imam Ahmed – moge Allah hem genadig zijn – zei: “9/10 van de goede manieren bestaat uit dingen door de vingers zien.”

Wat de samenhorigheid ook heel sterk maakt is elkaar uitnodigen zo nu en dan. De profeet salla allaho ‘alaihi wa sellam werd gevraagd:

Wat is (een van) de beste (eigenschappen van de) Islam? Hij antwoordde: “Dat je te eten geeft en selaam geeft aan degene die je kent en die je niet kent.”

Verbazingwekkend is het om te zien hoe sommige van onze broeders en zusters al jaren een goede band hebben, maar nooit bij elkaar over de vloer komen.

De Islam motiveert vrijgevigheid en gastvrijheid. We moeten ons best doen om de vrome manieren van de islam te doen herleven.

Zoals de islam aanspoort tot al datgene wat leidt naar goed onderling contact, verbiedt het al datgene wat leidt naar geschillen.

Zoals het roddelen en slecht spreken over elkaar, het stoken tussen broeders en zusters, hebben van kwade (ongegronde) vermoedens, jaloezie en afgunst, spotten, kleineren en soortgelijke slechte eigenschappen.

De profeet salla allaho ‘alaihi wa sellam zegt :

“De (ware) moslim is degene van wie de moslims behoedt zijn van (het slechte van) zijn tong en hand” 

In een andere overlevering:

“Het bloed, bezittingen en eer van iedere moslim zijn verboden voor de andere moslim (om het te schaden).”

De echte samenhorigheid uit zich wanneer één van onze broeders of zusters een moeilijke tijd doormaakt. Dan wordt onze samenhorigheid op de proef gesteld. Zoals een Arabische gezegde luidt:

“Veel zijn jouw vrienden wanneer je ze opsomt, maar wanneer je in moeilijkheden verkeert zijn het er maar weinig.”

We moeten tijd maken voor onze broeders en zusters die hulp nodig hebben en hen bijstaan, gedenkende dat:

“Allah’s steun met de dienaar is zolang de dienaar zijn broeder steunt.”

En dat:

“Degene die verlichting brengt voor iemand die het moeilijk heeft, Allah deze persoon(beloont) met verlichting in dit wereldse leven en in het hiernamaals ..”

Beste broeders en zusters:

We leven in een tijd waarin samenhorigheid zich vaak beperkt tot het woordje ‘broeder’ en ‘zuster’. Niet erbij stilstaand dat deze woorden ook een betekenis hebben en dat onze broeders en zusters grote rechten op ons hebben.

Tekortkomingen hebben we allemaal, dat moge duidelijk zijn. Maar we moeten wel streven naar verbetering door het slechte in ons te overwinnen om vervolgens:

Het goede voor elkaar te wensen, afgunst en jaloezie te onderdrukken, klaar te staan voor elkaar, te glimlachen, elkaar te vergeven, niet slecht te spreken in elkaars afwezigheid, elkaars eer te verdedigen, niet bezig te zijn met geruchten en het verspreiden ervan, bezorgd te zijn om elkaars welzijn, te bemiddelen in conflicten, contact te houden, elkaar te motiveren en stimuleren, elkaar in alle kalmte te adviseren bij een misstap, geen kwade vermoedens te hebben maar uitgaan van het goede, elkaars zondes en tekortkomingen niet openbaar te maken en door Du’a voor elkaar te maken.

Wie zichzelf in deze eigenschappen herkent is zeer zeker begunstigd met een schoon hart.

Moge Allah de meeste Verhevene onze harten reinigen van al het slechte en onze samenhorigheid sterker maken.
Abulfadl, student aan de Universiteit van Medina. Saudi Arabië.

15 Ramadan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *