De dorstige hond

By Marianna Laarif

Op een dag vertelde de profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) zijn vrienden een verhaal over een man die op reis ging. De dag dat de man zijn huis verliet om een reis te beginnen was zeer heet. De zon was fel en blakerde aan de hemel. De aarde waarop de man liep was brandend heet. Er was geen zuchtje wind… De man had nog niet eens zo erg ver gelopen toen hij last kreeg van de hitte. En een dorst dat hij toen kreeg….Hij zei tegen zichzelf: “Ik moet drinken, ik moet water vinden. Mijn mond voelt droog aan. Als ik niet kan drinken ga ik dood.”

Hij begon naar water te zoeken en strompelde naar een put die daar in de buurt was. Maar er zat geen druppeltje water in die put, het was leeg. Hij liep verder, na een tijdje kwam hij bij een tweede put, hij keek erin. O, jee, ook deze put was helemaal uitgedroogd. De man was moe en dorstig, maar hij gaf het niet op, ergens moest nog een put zijn. De man begon het al warmer en warmer te krijgen, maar op het laatst vond hij een put die vol water was. “Alhamdulilah Allah zij geprezen”! zei de man. “ik heb eindelijk water gevonden. Nu kan ik drinken.

Toen dacht de man er aan dat hij geen touw of een emmer bij zich had. Hij zocht in de buurt van de put en keek in de put en zocht verder. Maar hij kon nergens een touw of emmer vinden. “Hoe kom ik dan bij het water?” dacht hij. Er was maar een manier. Hij moest in de put klimmen. Voorzichtig klom de man over de rand van de put en klom naar beneden. Hij was zo moe van de hitte, dat hij het erg moeilijk vond. Maar na een poosje voelde hij zich al wat beter want het was koel in de put. Eindelijk had de man het water bereikt. Hij stak zijn hand naar beneden en voelde het koele water tussen zijn vingers. Het was een geweldig gevoel. Hij dronk van het water tot zijn dorst gelest was.

Toen wreef hij het water over zijn gezicht en nek. Hij dipte de uiteinden van zijn mantel in het water zodat die hem nog een tijdje koel kon houden als hij uit de put was. De man voelde zich nu veel beter. “Water is de levensvloeistof,” dacht hij. “En Allah heeft ons het water gegeven. Lof zij Allah!” Toen de man klaar was, klom hij weer uit de put. Dat was moeilijk en kostte hem veel kracht. Maar tenslotte had de man de bovenkant van de put bereikt en klom er weer uit op de hete grond. Opeens hoorde hij een geluid Er was een hond aan het blaffen en janken. De man keek rond en zag dat de hond vlakbij was. Het arme dier had erge dorst. Zijn mond was open en hij hijgde. De hond snuffelde over de grond en de man kon zien dat hij moe en dorstig was. De hond kwam naar hem toe en begon de zoom van zijn natte mantel te likken. De man had veel medelijden met de hond. “Hij zal van de dorst sterven als hij geen water krijgt.” De man aaide de kop van de hond. De hond kwispelde met zijn staart. Hij was dankbaar voor het water dat hij uit de man zijn natte mantel had kunnen likken. “Wacht hier,” zei de man. “Ik haal wat water voor je.” De man bracht eerst zijn ene been over de rand van de put en toen het andere en begon weer naar beneden te klimmen. Omdat hij niet langer dorstig was, vond hij het klimmen nu veel gemakkelijker. Toen bereikte de man het water, hij bleef nu goed aan de kant van de put. Hij trok zijn leren sokken uit en dompelde die in bet water tot zij vol waren. Daarna nam hij de sokken stevig tussen zijn tanden. Toen begon hij weer naar boven te klimmen. Maar deze keer was bet erg moeilijk. De sokken waren vol water en erg zwaar, en zijn mond en tanden begonnen zeer te doen. Maar de man stopte niet. Toen hij de grond weer bereikt had, knielde hij neer en opende de eerste sok voor de hond zo dat deze zijn tong makkelijk naar binnen kon steken. De hond dronk al het water achter elkaar op. Toen opende de man de tweede sok en ook die dronk hij helemaal leeg. De hele tijd dat hij dronk, kwispelde de hond met zijn staart. De man glimlachte, “die hond is nu blij, zei hij. Hij zal niet van de dorst sterven, en ik ook niet!” Allah was erg tevreden met deze man die de dorstige hond zo vriendelijk behandeld had. Voor die vriendelijke daad vergaf Allah de man al zijn zonden die hij in zijn hele leven gepleegd had. Hier stopte de Profeet met zijn verhaal. Nadat hij uitgesproken was, zei een van de metgezellen: “O Boodschapper van Allah! Als we goed voor de dieren zijn, worden dan onze zonden vergeven?” “Ja” zei de profeet. “Jullie zullen beloond worden voor al het goede dat je voor de levende schepselen doet.” De man van het verhaal ging door zijn vriendelijke daad naar het paradijs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *