Reisverslag olijvenplukreis Palestina 12 tot 21 oktober 2012

De vicieuze cirkel
De Duitsers deden het de Joden aan. De Joden doen het de Palestijnen al meer dan 66 jaar aan. Sommige Palestijnen beginnen het nu elkaar aan te doen. En zo gaat alle pijn, al het lijden, al het negatieve rond. Gaat lekker zo. Met dank aan de voormalige slachtoffers die de vicieuze cirkel van onderdrukking niet stoppen.

´Sir can you tell me how to get to Jerusalem
‘Cause I have kinda lost my way
Sir will you help me get there as fast as I can
Tomorrow might be too late.´
– Anouk

Proloog
Omdat ik het verschrikkelijk vind dat de Palestijnen langzaam maar zeker uit hun eigen land worden verdreven, omdat ik het een ramp vind dat we in ons tijdperk een nieuwe muur gebouwd zien worden toen we net de muur in Berlijn hadden zien vallen en omdat ik het treurig vind dat de wereld niet langer lijkt te geven om wat de Zionistische klootzakken met de Palestijnen doen, dacht ik dat het een goed idee zou zijn om naar Palestina te gaan en daar zelf te zien hoe de situatie is. De organisatoren gaven een presentatie in Amsterdam en ze leken mij goed genoeg georganiseerd om hen het kleine bedrag van $650,- te betalen en 11 dagen onder hun bezielende leiding olijven te gaan plukken in het land dat zij beloofden. Zelf de bezetting eens te ervaren met de veiligheid van een Nederlands paspoort op zak. Dat wel.

´This is not just a war over stolen land,
Why do you think little boys are throwing stones at tanks?
We will never really know how many people are dead,
They drop bombs on little girls
while they sleep in their beds,
Don’t get offended by facts, just try and listen,
Nothing is more anti-Semitic than Zionism.´
– Lowkey
Voorbereiding
Zelfs als je alleen maar zegt dat je van plan bent naar Palestina te gaan geeft uitgesproken reacties. Mensen durven amper verder te vragen. Men schrikt ervan. Plotseling zien ze je in gedachten stenen gooien, in een bus stappen met een gordel met explosieven om, raketten afschieten naar Joodse kindjes. Mensen hier hebben het rare idee dat Palestina onveilig is En dat is het zeker niet. Ik heb gereisd in Noord Amerika, door heel Europa, uitgebreid in India, ik woon in Amsterdam en Palestina is niet gevaarlijker dan die landen. Het is vervelend om door checkpoints te moeten gaan en te zien hoe de autochtone bevolking wordt gesard terwijl jij als tourist door mag lopen. Het is schandalig om te zien dat er olijfbomen dood zijn om de simpele reden dat de boer niet toegelaten wordt tot zijn boomgaard of omdat bezetters geprobeerd hebben een gestolen olijfboom van honderden jaren te herplanten op hun gebied. Wat betreft de beeldvorming van de Palestijnen: meer Palestijnen worden vermoord door Israëliërs dan omgekeerd. Ik maak geen grapje. Deze cijfrs komen van de organisatie B’Tselem:

29 september 2000 t/m 28 februari 2011 In de bezette Palestijnse gebieden In Israël
Palestijnen gedood door Israelische leger/politie 6.338 69
Palestijnen gedood door Israelische burgers 50 3
Israelische burgers gedood door Palestijnen 246 497
Israelische leger/politie gedood door Palestijnen 252 90

´Oh Jerusalem Getting tired of you doing this to me I’m gonna hit you if you say that to me One more time.´ – Sinead O´Conner


Dag I: aankomst: Vrijdag 12 oktober 2012 
Ik kwam aan met de goedkoopste vlucht die ik had kunnen vinden. Pegasus bedankt. Er was een mooie zonsondergang toen we een tussenstop hadden in Istanboel. 5 andere deelnemers zaten op dezelfde vlucht. Ik deed net alsof ik ze niet kende, vooral de 3 Marokkaanse meiden die vast en zeker uitgezet zouden worden bij aankomst in Tel Aviv. Natuurlijk bleken juist die 3 geweldig te zijn en ik hoop vrienden voor het leven met ze te blijven. Ik had hoge verwachtingen van de Israelische beveiliging: de Mossad zou toch wel weten met wie ik in Nederland in contact sta. Maar blijkbaar geven ze niet om nobodies zoals mij. Ze wisten niet eens dat ik in 1990 al in Israel was geweest met mijn vader. Ik werd anderhalf uur opgehouden in Gen Gurion omdat ik een delftsblauwe vaas vol pepernoten had meegenomen las cadeautje voor mijn gastgezin. De idioten die de scanner op het vliegveld bedienden legden geen verband tussen het feit dat ik 101 cadeautjes bij mij had en mijn verklaring dat ik geen mensen ken in Israël. Dombo´s. Ze testten mijn vaas op drugs en waren tevreden met het resultaat. De douanebeambte vond de klompjes met koelkastmagneetjes zelfs ´cute´. Met David uit het Verenigd Koninkrijk en Heleen uit Haarlem werden we naar Beit Sahour gereden, een dorpje nast Bethlehem. We kwamen langs de beruchte Ofer gevangenis, waar zo veel Palestijnse gevangenen worden vastgehouden zonder aanklacht en zonder rechtelijke bijstand. Waar in onze geschiedenis hebben we eerder van dat soort misdaden gehoord, Israel? De nachtelijke hemel was zwart als de toekomst eruit ziet voor de palestijnen. Alleen was het een stuk warmer dan de behandeling die de Palestijnen krijgen van de Israëliërs. En de sterren waren zichtbaar. Zeker op de stukken weg waar de straatverlichting uit was. Israël is half zo groot als Nederland. Je bent zo aan de andere kant van het land.


Day II: settelen: zaterdag 13 oktober 2012 
Ik werd wakker in een klein eenpersoonskamertje in Hotel Sahara. Ik nam een korte douche omdat water zo verdomde schaars is in het bezette Palestina. Als je poept in Palestina, moet je de prullenbak gebruiken voor je w.c.-papier omdat de riolen geen w.c.-papier aan kunnen. Nou ja, ik ben vakanties gewend in een land zonder w.c.-papier, dus kom maar op!
Pas in de ochtend liepen de drie meisjes uit Amsterdam binnen. Ze waren op Ben Gurion voor vijf en een half uur vastgehouden. De reden? Ze zijn Moslim. Een leuk gebaar van een staat die gesticht is vanwege de vervolging om een geloof. Ze waren ondervraagd over hun familie, email en doel van hun komst.
Een klein ontbijt en een tijd gedraal in de hotellobby waar een grote groep Franse bedevaartsgangers zich ophield. Beit Sahour is een populaire bestemming voor de christenen omdat daar volgens het grote sprookjesboek De Bijbel het veld zou zijn waar de herdertjes de aankondiging kregen van het kindeke Jezus. In de praktijk zijn er 3 velden met deze claim in het dorp. Ik doorkruiste het dorpje met David, die mijn kamergenoot voor de komende anderhalve week bleek te zijn. Aan het einde van de dag werden we beiden naar dezelfde familie gebracht. De familie ontving het geld dat anders naar een hotel zou zijn gegaan.
De familie was aardig. Moeder des huizes werkt in een kliniek als een verpleegster. Van de drie kinderen woonde de jongste nog thuis. Die studeerde psychiatrische verpleegkunde. David en ik verbleven in de kamer die ooit van de oudste zoon was geweest. We kregen een maaltijd van de moeder zelf. Ze was een behoorlijke kookgek. Was erg trots op haar recepten. Ze wilde niet eens Coca Cola thuis hebben: maakte liever d´r eigen sapjes. Ze liet mij zuivelculturen zien die ze in de koelkast brouwde. Er stond altijd wel een pannetje linzen of bonen te wellen op het aanrecht. Of ze was aubergines aan het frituren voor ons ontbijt. Ze vond mijn pepernoten, chocoladeletters en taai-taai echter verrukkelijk. Ik schat dat ze zo´n 2 kilo aankwam ervan.
Omdat de olijfplukgroep uit meer dan 100 mensen bestond warden we in twee groepen gesplitst. Deelnemers uit Japan, Frankrijk, Zweden, Nederland, de Verenigde Staten, België, Australië, Canada. Mijn groep was met name bij particulieren gehuisvest. De andere groep verbleef in hotels. Het aantal van 105 was een nieuw record. Vorig jaar waren er weliswaar 3 groepen, maar het totale aantal deelnemers was lager. Nadat we voorgesteld waren aan elkaar en het programma door hadden genomen gingen de liefhebbers door naar De Tent. Een cool café-restaurant om te ontspannen. ´s Nachts ontdekte ik dat mijn kamergenoot zwaarder snurkte dan ik kon trok.


Day III: zondag 14 oktober 2012
Na het ontbijt, dat er voor mij uit bestond dat ik jam op pita brood at met water en dat voor de meer avontuurlijke disgenoten gebakken courgettes, vlees, olijven en zatar betekende (een mix van kruiden en zout om je brood in te dopen nadat je het in olie hebt gedoopt), gingen we naar de bus. Onze bus vertrok dagelijks om 8.00 AM om ons weg te brengen naar plekken. Deze zondag, terwijl de kerkklokken van Seit Sahoer klonken, gingen we naar Beit Jala om olijven te plukken. Het veld lag midden in het dorp. Een militaire post maakte dat het voor de boer onmogelijk was zijn werk er op een normale manier te doen. Het was kicken om weer eens boompje te klimmen. We lunchten bij het huis van de boer, een stuk verderop. Heerlijke rijst, appels en kippenboutjes voor de carnivoren. En in de middag gingen we naar Bethlehem waar ik de muur voor het eerst zag. Het enige waar de muur goed voor is is voor street art. De Britse kunstenaar Bankski maakte een aantal geweldige werken erop. Hij protesteerde ermee tegen de manier waarop de Israëliërs de Palestijnen behandelen. De slimme Palestijnen hadden direct een winkeltje met reproducties van zijn werk geopend. Maar de muur blijft hoog. 4,4 meter hoger dan de toch al hoge Berlijnse muur. En ik ben bij beide muren geweest. We liepen met de groep door het vluchtelingenkamp. Toen de paus het bezocht, hebben de Israëliërs het beoogde huis en de bewoners erin geterroriseerddoor te dreigen vergunninghen in te nemen en de bewoners te arresteren om maar het huis aan de overkant van de straat te krijgen als huis voor de paus om te bezoeken. Dit omdat op die manier er geen foto´s van de paus bij de muur zouden komen. Omdat de Palestijnen er al zo lang wonen zijn de tenten in echte huizen omgebouwd. Omdat men er alleen voor goed weg mag gaan maar geen recht heeft om terug te komen, wordt er steeds meer in de hoogte gebouwd. Men was bezig om een kunststof watertank omhoog te krijgen naar het dak toen onze groep voorbij kwam. De Israëliërs geven minimaal water aan de Palestijnen terwijl ze het wel onder de Westbank vandaan pompen. Ze verkopen het de Palestijnen voor 3x de prijs die Israëliërs betalen. Israëlische huizen hebben dan ook geen watertank op het dak staan.
Bovendien wordt vuilnis in Palestina niet opgehaald. Wel voor Israëliërs, maar niet voor Palestijnen. Je bent dus wel een Palestijn als het om plichten gaat als vergunningen, pasjes en ontheffingen gaat, maar niet als het om rechten als onderwijs, gezondheidszorg en nutsvoorzieningen gaat. En dus is de boel een zwijnenstal. Overal hopen vuilnis waar straatkatten op zoek zijn naar een smakelijk hapje. In de oude stad had ik een cola op het Pleintje van de Heilige Kribbe (nu een parkeerplaats) terwijl anderen aar de kerk van de geboorte van onze lieve heer gingen. We aren met ons gastgezin. ´s Avonds was er een lazing in de YMCA. Iets met indianen en cowboys. Daarna gingen we naar de Grotto, een bar als een tent met tafels en waterpijpen.


Dag IV: maandag 15 oktober 2012
Na het ontbijt gingen we naar de bus. De bus bracht ons naar Jerusalem waar we de oude stad bezichtigden. Helaas was er niet genoeg tijd voor de Klaagmuur of de Al Aqsa moskee, maar we bezochten wel de gescheiden wijken van de Joden, de Armeniers, de Moslims. Na de lunch kregen we uitleg van Angela, die ons naar een Joodse settlement meenam om ons te laten zien hoe daar het water gebruikt wordt en om ons de treurige verschuiving te tonen van de grens van Israël naar het oosten door de jaren heen. Terwijl we in een Joodse oase stonden met irrigatie voor de bomen en planten, in eenm land dat feitelijk een woestijn is, merkte ik op dat de buschauffeur olijven stond te plukken. Ik begon hem te helpen. En goeie hemel wat waren dat dikke, overrijpe olijven die zwaar in trossen dik aan de taken van de boom hingenTotaal verschillend van de olijven die we gister hadden geplukt. Toen we dachten dat we alles wel zo´n beetje geziern hadden nam Angela ons met haar Duitse assistente mee naar een groep Jahalin Bedoeïenen. De uitzichtloze armoede waarin die mensen leefden raakte een zenuw. Er waren mensen in onze groep die huilden. Ooit de trotse eigenaren van kamelen, nu afhankelijk van de U.N. en van giften van buitenlandse toeristen. We haalden wat geld op in de groep, maar naar mijn mening was dat niet genoeg. Ze hadden hun beesten moeten verkopen in de loop van de tijd om de resterende beesten nog te kunnen voeden. Hun kinderen werden aangevallen door het Israëlische leger dat graag rondjes rijdt in een jeep om de kinderen heebn om ze zo te intimideren. De miniltairen gooiden vanaf de snelweg ook wel zonnebrillen en speelgoed naar de kinderen dat geboobytrapt was. Daardoor hadden al verschillende kinderen ledematen of ogen verloren en sommigen hun leven. Ze moesten mijlen ver lopen om aan water te komen. Ze hadden geen toegang tot de Israëlische snelweg die langs hun armoedige kampement loopt. Ze hadden geen toestemming huizen te bouwen. De school die met buitenlandse hulp was gebouwd wordt regelmatig kapot gemaakt door Joodse colonisten van verderop. Ik heb dit sort uitzichtloze armoede zelfs in India niet gezien. Tuurlijk, in India is er ook armoede, maar dat is volgens castes en niet op religieuze of etnische gronden. Op de een of andere manier maakt dat India superieur aan Israël.


Dag V: dinsdag 16 oktober 2012
Het ochtendprogramma was een bezoek aan een olijvenbomgaard in Beit Jala. We moesten aan de Palestijnse kant het gebied betreden en we werden geacht er aan de Israëlische kant weer af te gaan. Omdat dat blijkbaar door de Hartenkoningin zo besloten was. De valley waar de boer zijn land had werd overschaduwd door hellingen waarop aan de ene kant een klooster lag en aan de andere kant een Joodse settlement. Hoewel de boer genoeg bomen had om weken lang te kunnen plukken, werd het hem niet toegestaan door de Israëliërs om hulp in te roepen van Palestijnse zijde. Blijkbaar zijn Palestijnse plukkers zeer gevaarlijk met hun ladders, lakens, emmers en, uh, hun vingers en zo. Toen we het land opliepen vanaf de bus warden de mongooltjes in hun wachtpost wakker en zagen ze ons lopen. Ze liepen daarom naar de laatste van onze groep, een Britse oma, die ze te verstaan gaf dat ze een wandeling ging maken. De boer was zeer bepaald in hoe hij zijn olijven geplukt wilde hebben. Hij had wat mij betreft direct voor de Palestijnse Autoriteiten kunnen gaan werken. We kregen een lunch aangeboden op zijn boerderij met maftoul, dat ik nooit eerder gegeten had, maar wat een grover soort couscous is. We aten het met kikkererwten onder een dak van wijnranken. De boer had eerder geprobeerd om iets beters tegen de zon te bouwen, maar hem was te verstaan gegeven dat hij dat weer moest afbreken of hij zou zo´n grote boete krijgen dat hij die nooit zou kunnen opbrengen. Het geweldige Israëlische leger en de rechtelijke macht van dat rechtschapen volk. Na de lunch liepen we naar de uitgang van zijn boerderij. De boer had sleutels van de poort die gelijk liep met de Groene Lijn: een volgende illegale, wederrechtelijke, UN-lik-me-reet grens die door Israël bedacht is. Toen we bij de poort kwamen was er een hand vol oudere deelnemers gepasseerd, maar de Israëlische honden hadden besloten dat dat wel genoeg was en hadden het hek gesloten en bewaakten het nu. Een oploopje ontstond en onze boer werd bijna met peperspray tegen de grond gewerkt omdat hij ons probeerde een doorgang te verlenen van zijjn grond af. Na 15 minuten mochten we echter toch door. Free at last – free at last. We voelden ons als overwinnaars. Stel je vor dat je je dagelijks deze shit moet onderwerpen. Ik zou mijzelf nog liever ombrengen, bij voorkeur met een gordel explosieven om mijn middle temidden van mijn vijanden. We gingen naar de stiching Badil verder waar een zeer overtuigende Amerikaans-Palestijnse vrouw over de geschiedenis en de diaspora van de Palestijnen sprak. Ze bracht niet veel hoop naar voren in haar lazing. Dit tot verdriet van de lieve naïvelingen in onze groep die toch echt dachten dat met een zwembad bij de YMCA en een paar dagen olijven plukken er wel hoop gloort voor de Palestijnen. Er zal een verandering komen. Het westen begint stukje bij beetje in te zien dat Israël niet gevestigd is in 1947 in een gebied zonder bewoners. En dat de autochtone Palestijnen ook rechten hebben. Maar er komt nog veel naars richting de Palestijnen voor er iets verandert. Van Ben Gurion tot Netanyahu hebben de Joodse leiders er geen misverstand over laten bestaan dat de Palestijnen zullen moeten ophoepelen. Ophoepelen uit hun eigen land om plaats te maken voor Afrikaanse, Russische en Amerikaanse Joden.
Na Badil gingen we huiswaarts om te eten. ´s Avonds woonde ik het politieke café bij waar een zoveelste hoopvol initiatief werd gepresenteerd. Je gaat jezelf toch afvragen: hoeveel stichtingen, clubjes en organisaties zijn er nodig om een verandering te krijgen. Vooral omdat al die stichtingen, organisaties en clubjes vooral voor eigen parochie preken.


Dag VI: woensdag 17 oktober 2012
De deelnemers van ons groepje van 45 man kwam samen bij het kantoor van ATG. Allemaal uit verschillende huizen van gastvrije Christelijke Palestijnse families. We gingen op weg naar ons veld waar deze keer ook lokale families aan het plukken waren. Het plaatsje heet Husan. Een school in de omgeving van settlers draaide hard Joodse muziek om het half uur. Na de lunch gingen we naar Arij. Deze organisatie verzamelt feiten over de bezetting. Aantallen slachtoffers, aantallen bomen die sneuvelen, aantallen dorpjes die van de kaart worden geveegd omdat Israël stelt dat de dorpjes niet bestaan. Daarna gingen we naar een coöperatie die een olijvenpers heft. De boeren brengen er hun olijven heen om er olie uit te winnen. Van de resterende pulp maken ze blokken waarmee te kan stoken. Een olijfboom kan 6 kg olijven in een seizoen voortbrengen. En daar kan je dan 2 liter olie van maken. Stel je eens voor hoeveel olijfbomen je nodig hebt om een fatsoenlijk bestaan op te kunnen bouwen. In de tuin van de cooperatie hingen grote granaatappels. We aten thuis. Het was 5 minuten lopen van het ATG kantoor. Ons tijdelijke thuis staat in de Arafatstraat. Te gek.


Dag VII: donderdag 18 oktober 2012
We hadden een dag vrij. En hoewel ik blij was om er in mijn eentje op uit te kunnen trekken, eindigde ik met Samina, Khadija en Sharon. Wat kan een mens daartegen doen? Het bleek een te gekke dag te worden. WE namen een mini-busje van Bethlehem naar de onofficiële hoofdstad van Palestina. Ramallah is een drukke stad. Ik zag er weinig dat oud was. Hetgeen ik na het plukken van olijven het liefste wilde realiseren in Palestina kon ik hier van mijn wenselijstje afkruisen: een bezoek aan Yasser Arafat´s tombe. Vanwege de twee schattige Moslima´s die er bij waren kregen we toegang tot voorbij de hekken. Te gek. Ik bewonder Yaser Arafat zoals ik Malcolm X bewonder: een charismatische persoonlijkheid die in zijn levensloop een transitie doormaakte van activist naar pacifist. Toen Palestina nog niet gereed was voor een democratie leidde hij de weg voor zijn volk. Jammer dat de Israëliërs hem vermoordden met nucleaire deeltjes. We gingen naar een moskee en een kerk. Daarna hadden ewe lunch in het beste restaurant van de stad. Dat was een leuke afwisseling. Het was traditioneel Palestijns eten, maar dan in een estaurant met knikkende obers die eerder Richard Gere, Roseanna Arquette, Tony Blair en George Bush hadden bediend. Toen we terug reden per taxi was het verkeer weer ontstellend druk. De grote maan stond lag, raakte bijna de horizon. We bezochten ´s avonds de lazing van Kristel en Baha´ over de vreedzame acties tegen Palestina zoals het planten van olijfbomen en het organiseren van flash mobs om Israël te laten zien voor wat het is.


Dag VIII: vrijdag 19 oktober 2012
Deze vrijdag was een special dag: een hele dag olijven plukken in Beit Ishkaria. Maar de bus was een uur te laat enwe stoptem om 16.00 uur. Dat is in mijn boekje geen hele dag. Om naar de boomgaard te komen die dicht bij de muur was, moisten we door een checkpoint lopen (het beruchte checkpoint 300). Zodra het Israëlische leger zag date r Westerlingen door het checkpoint kwamen mochten we doorlopen. Geen reden meer tot controle van onze identiteit of controle van wat we bij ons hadden. De bomen in de boomgaard waren erg dicht begroeid en hadden een snoeibeurt nodig. Ik viel er uit een toen ik eruit klom en schramde mijn armen. We gebruikten deze vrijdag material van de boer, terwijl we op andere dagen onze eigen ladders, doeken en emmers gebruikten. Er waren geiten in het veld die probeerden de olijven te eten die we plukten. Ze waren echter wel zeer fotogyniek. We kregen thee, lekker zoete thee. Ik dronk de mijne wer in de boom. De familie bracht ons een lunch.


Dag IX: zaterdag 20 oktober 2012
We gingen naar Hebron. Een stad die een slechte reputatie had in de groep: mensen van de andere groep waren met stenen bekogeld door kinderen. En de toerleider zei dat ze ook wat grof bejegend werd door de lokale bevolking. Voor mij was het precies het tegendeel. Het is een prachtige oude stad en hoewel de stad op een vreselijke manier verdeeld is tussen een Joodse minderheid van zo´n 500 man en duizenden Palestijnen heeft het de charme van een Bijbelse stad. Dit dankzij de rnovaties die de Palestijnen hebben uitgevoerd. Ze hebben er huizen gemaakt van ruïnes om daarmee Palestijnen terug te lokken naar de stad en te voorkomen dat de stad Joods werd. Ik kende Hebron al van de films en tv-fragmenten waarbij de kleine steegjes met gaas overdekt zijn om de zooi die Joodse kolonisten naar beneden gooien weg te houden. Mensen uit onze groep die al vaker in Hebron waren hadden nog nooit zoveel toeristen in Hebron gezien. Da´s een goede zaak voor de Palestijnen. Ik wist nog niet dat er zoveel winkels door de Israëlische autoriteiten gesloten waren, verzegeld en dichtgelast. Een grove schande. Maar ik kon desalniettemin een Yasser Arafat koelkastmagneet kopen. De Spanjaarden hebben geholpen deze stad weer op te bouwen met banen, ambachten, trots en ruimte om te leven tot gevolg. We kregen er een presentatie over met indrukwekkende foto´s voor en na de renovatie. Als Westerlingen werden we ook toegelaten tot de straten die door de Israëliërs leeg zijn gemaakt. Het is een macaber gezicht: al die bewaakte, dichte huizen. Een bushokje zonder busdienst en zelfs een Palestijnse begraafplaats waar de familieleden niet meer mogen komen, zogenaamd vanwege de veiligheid. De Israëlische uitleg stond groot aangegeven: na de 2e Intifada zouden de straten afgesloten zijn geworden. Daarna lunchten we in een woonhuis van Palestijnen. Omdat het vrijdag was konden we de synagogue niet bezoeken. Maar in de moskee konden we terecht. Hij heet de Ibrahimi Moskee. Er hing een prachtige sfeer, ondanks dat er 27 mannen en jongens zijn vermoord en 100 bezoekers zijn verwond tijdens de Ramadan door een Amerikaanse Joodse gek. De bus nam ons mee naar een weverij van arafatsjaaltjes die keffiyeh heten. Ik kocht er een voor mijn zus en een voor mijzelf. Ze verkochten ze in elke denkbare kleur. Toen gingen we naar een pottenbakkerij: de Hebron glas en aardwerk fabriek. Ze waren er snuisterijtjes aan het blazen. Ik kocht er niets want mjn uitzet is nog een tijdje weg. Toen we bij het vertrekpunt waren afgezet in Beit Sahour kwam ik mijn pleegouers tegen. Ze hadden net gestemd. 8 partijen waren er, waarvan er 3 gekozen warden. Er was een familielid van hen kandidaat. Ik heb nog nooit lokale verkiezingen zo uitbundigd gevierd zien worden met posters, vlaggetjes en barbecuen tot na middernacht. Ze toonden mij trots hun met inkt gekleurde vinger als bewijs van het feit dat ze net gestemd hadden. We aten thuis. Vis voor David en geperste bananen voor allemaal. Om half 8 bij de YMCA was er een film van een Joodse onderzoekster die heeft gekeken hoe Palestijnen worden weergegeven in schoolboeken van Israëliërs. Dit omdat haar eigen dochter bij een zelfmoordaanslag het loodje legde. De Palestinen blijken te ontbreken in de boeken. Of ze worden als stereotypen weergegeven. Nou, vertel eens: waar in onze geschiedenis gebeurde dat eerder met een groep mensen van een bepaald geloof: ze als een lastige, vieze, achterlijke groep wegzetten?


Dag X: zondag 21 oktober 2012
De laatste dag. We gingen olijven plukken in Jab´a terwijl onze foster parents ouders naar de lokale Grieks-Orthodoxe kerk gingen. Voor de bus vertrok postte ik mijn ansichtkaarten. Het waren ansichtkaarten met een politiek gevoelige afbeeling, dus ik wilde ze niet uit Jeruzalem of Tel Aviv versturen. De bus stopte zo´n 300 meter vanaf het heckpoint en wij renden de snelweg over met onze ladders, doeken en emmers om in de boomgaard te komen. Daar warden we opgeslitst om 3 verschillende boeren te helpen met hun magere oogst. Ons veld had witte schorpioenen. De kinderen van de boer stampten er een dood toen ze hem zagen. De moeder van het gezin waar ik bij verbleef zei dat haar kliniek wekelijks mensen doorstuurt naar het ziekenhuis waneer ze door een witte schorpioen zijn gestoken. Op weg terug naar Bethlehem begon het eindelijk te regenen. Voor het eerst in 10 dagen. Na 5 minuten was het echter droog en zou het weer droog blijven. Met zo´n klimaat kan ik wat. Ik liep naar huis. Veel mensen uit de groep stuurden die middag spullen naar huis op: geheugenkaartjes van camera´s, aantekeningen, boeken, sjaals, t-shirt en andere zooi om er niet mee door de douane te hoeven gaan. Ik geloof echter dt het waarde heeft om dat soort spullen te laten zien bij de douane. Om 19.00 uur was er een afscheidsbijeenkomst bij de YMCA met een paar woordem, veel thee en live muziek van 4 Palestijnse mannen. Natuurlijk waren het de Nederlandse meiden die begonnen met dansen. Het vult je Hollandse hart met trots. We drunken onze laatste drankjes in de bar ´Memories´ en gingen om 23.00 uur alweer op huis aan: ´moeders´ heeft niet graag dat we laat thuis komen.


Dag XI: maandag 22 oktober 2012
Ik ging mee met David via Jeruzalem naar Bethlehem. Daar gingen we uit elkaar: ik nam de light rail naar het busstation, hij ging de laatste inkopen doen in de oude stad. Per bus ging ik naar Tel Aviv waar ik mijn zinnen had gezet op het Museum of Art waar ze een geweldige collectie hebben. Ik ging erheen voor de Pollocks, maar ze hebben er ook Van Goghs (2 uit zijn laatste levensjaar), Bruegel, De Kooning, Warhol, Rembrandt, Dali, Henry Moore, Lichtenstein, Chagall, Rothko, Picasso, Chagall, Tanguy, Kandinski, noem het maar op en ze hebben het. Klassiek, modern en hedendaags. Ik had waarschijnlijk beter niet kunnen gaan, mnaar ik wilde het zien. Een culturele boycot zou beter zijn geweest, dat besef ik mij. Maar het was dé plek om mijn gedachten te laten gaan over de afgelopen 10 dagen. Ik at mijn latste broodje falafel, lekker pittig. Ik liep uren over het strand van Tel Aviv. Met de trein ging ik van Tel Aviv naar het vliegveld. Daar moest ik nog zo´n 8 uur wachten voor ik kon inchecken. Terug naar de mensheid, weg van Israël. Hoewel: de politieke consequenties van wat er in Israël gebeurt hebben een mondiaal effect: de Israëliërs verkopen hun producten hier ook. Je moet het maar net willen zien.


De Non-realiteit die Israël heet
Met Palestina gaat het slecht onder Israëlisch gezag. Het is een gestoorde bende. Kafkaësk, als in een roman van Camus if Sartre. Alsbezoeker wordt je vervreemd van je omgeving zoals op weinig andere plekken. Het is surreëel met de incidentele Zionistische moslim, met uitzonderlijke Rabbies die de bezetting van Palestina bekritiseren, met Joden die gouden capes dragen op sabbath en die vinden dat de Israëlische staat er pas mag komen als de zoon van God op aarde is gekomen (dat geloven ze zo sterk dat een van hen zelfs adviseur van Arafat werd op Joodse aangelegenheden). Met buitenlandse Joden die vrijwillig dienst komen doen in een leger dat aan alle kanten internationale wetgeving zoals de conventie van Geneve en U.N. besluiten overtreedt. Met incomplete muren die niemand beschermen en iedereen intimideren. Met verschillende locaties voorcheck points dag in dag uit. Waar de Israëlische regering betaalt voor bewapende privé-bewaking om bezetters te beschermen. Waar arme sympathisanten van de Joodse zaak gelokt worden om zich in bezet gebied te komen vestigen met een baan, goedkpe behuizing en bescherming. Waar christelijke Palestijnen worden mishandeld door Zionistische Joden net als Islamitische Palestijnen of zoals de Joden in Duitsland weleer in de Kristallnacht. Met dagelijks wisselende regels voor Palestijnen. Waar Palestijnen het recht hebben te stemmen als ze in Israël wonen, maar het ze onmogelijk wordt gemaakt zich te kandideren. Met het recht weg te gaan van je geboortegrond maar niet het recht om terug te keren. Met bezet Palestijns gebied waar geen Jood mag komen tenzij hij of zij een kolonie wil starten. Het is zo´n gestoorde, irrationele bende, mijn ex zou er kunnen wonen.

´We are not asking for the moon.´
– Yasser Arafat

Zionistische veganisten
De vlucht terug maakte een tussenstop in Istanboel. Een coole gast aan de andere kant van het gangpad droeg een riem met daarop ´Meat is murder´´Meat is murder´. Ik was blij een mede-veganist te ontmoeten. Ik vroeg mij af waar hij die riem vandaan had. Ik vroeg het hem toen we door de slurf uit het vliegtuig liepen. We raakten aan de praat. Hij wist dat de riem zeldzaam was. Hij had hem uit Yoegoslavië. Hij zei hoe geweldig Israël wel niet was voor veganisten als wij. Ik erkende dat, vertelde dat ik bij een familie had gelogeerd en dat het eten makkelijk veganistisch was en zeer gevarieerd. Ik zei dat het eten in Israël fantastisch is, maar dat de rest klote is. Hij veronderstelde dat ik bij een Joods gezin had gelogeerd en zei dat gedurende de feestdagen begin oktober de keuze nog groter zou zijn geweest. Ik zei dat ik dat niet zou weten: ik had bij een Christelijke Palestijnse familie verbleven. Daarna zei hij opeens geen woord meer. Dus blijkbaar zijn de veganisten ook verdeeld over deze strijd. Geweldig: kan ik voortaan Zionistische veganisten scheiden van goeie veganisten.


Nonclusie
Wat te doen? Ik denk dat ik nog wel wat meer geld zou kunnen uitgeven aan olijfbomen om de bomen die Israël verbrandt, ontworteld en afzaagt om de Palestijnen van hun eigen land af te krijgen. Ik denk dat ik nog wel wat pro-Palestijnse shirts kan kopen. Ik denk dat ik volgend jaar de Gaza-strook zou kunnen bezoeken. Maar ik krijg het gevoel dat het een verloren strijd is. De kanker die Israël is heeft al 100% van het land Palestina opgegeten terwijl de wereld weg kijkt van wat er daar gebeurt. Ik houd niet van verloren strijd. Als ik voor verloren strijd was dan vocht ik wel voor een vrije Zuid-Molukse staat, dan vocht ik wel in Tibet tegen de Chinesen of dan vond ik wel at de Koerden een eigen land verdienden.

´Ik denk dat een heleboel Joodse mensen uit Nederland hier [in Palestina] eens een kijkje zouden moeten nemen.
Dat zou ze de ogen openen.´ – Gretta Duisenberg

Links

(Persoonlijk verhaal van de persoon die de reis heeft gemaakt / 28.10.2012)

One thought on “Reisverslag olijvenplukreis Palestina 12 tot 21 oktober 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *