Politieke partij Wil.Nu – ‘Zoveel mogelijk kinderen weer naar huis’

Jeugdzorg Dark horse in gesprek met Arjan Gelder, voorzitter en oprichter van de politieke partij Wil NU.
Jeugdzorg Dark Horse: In het interview op de Sociale Databank spreekt u over de zorg van nu en het verschil met hoe het vroeger was (persoonlijk contact tegenover managementcultuur). Ziet u een parallel hiermee in de jeugdzorg?

Arjan Gelder: Ja, want uiteindelijk moet het doel van jeugdzorg zijn dat er zoveel mogelijk kinderen weer naar huis komen. Dat betekent vanuit jeugdzorg, dat het noodzakelijk is dat ze de biologische ouders beter op de hoogte gaan houden van hoe het met hun kind gaat in het pleeggezin. Ouders horen ook te weinig over hoe het op school gaat en dat dient echt teruggekoppeld te worden. Want stel nou dat de kinderen wel na twee jaar weer naar huis gaan, dan is het voor die biologische ouders bijna onmogelijk om hun kinderen weer in een ander stramien te krijgen. Maar in de eerste plaats moeten ze er zorg voor dragen dat een uhp niet nodig is.

JDH: Omdat ze hun kinderen zo weinig gezien hebben, dat ze ze niet goed meer kennen? En vaak ook opgestookt worden tegen de ouders?

AG: Precies, omdat ze niet meer weten hoe de kinderen reageren; hoe het met ze gaat. Er zouden eigenlijk rapportages moeten komen. Een pleeggezin zou de plicht moeten hebben, om volgens bepaalde regels de ouders op de hoogte te houden over de ontwikkeling van hun kind. En er moet een verplichte goede screening komen voor pleegouders. Om overblijfmoeder op school te worden moet je aan voorwaarden voldoen, maar pleegouder kun je zo worden.

JDH: Ouders op de hoogte houden gebeurt op dit moment echt heel summier en het is ook de grootste klacht van ouders, dat ze hun kind maar één keer per maand of per twee weken, een paar uurtjes mogen zien. Dit heeft meer weg van het expres onthechten van het kind, terwijl er in het internationale verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) staat dat het kind terug moet naar zijn natuurlijke ouders als de situatie stabiel is. Want waarom zouden ouders hun best doen om hun levenssituatie te verbeteren, als ze weten dat ze hun kind toch nooit meer terug krijgen?

AG: Dat klopt helemaal en dat is wat WIL Nu betreft ook onaanvaardbaar. Het moet altijd het doel zijn dat het kind terug komt. Wanneer een kind uiteindelijk niet terug komt, dan moet dat eigenlijk al in een vroeg stadium duidelijk zijn, want dan hoef je niemand blij te maken met een dooie mus. Als er sprake is van huiselijk geweld, seksueel geweld..
JDH: Maar dan heeft u het over zeer ernstige zaken…
AG: Ja, maar wat bijvoorbeeld heel veel voorkomt: een moeder heeft een ‘burn out’, of is depressief. Dan is meteen al duidelijk dat zoiets niet een leven lang gaat duren. De genezing van die moeder kan zelfs bevorderd worden, als zij regelmatig contact houdt met haar kinderen en de pleegouders verplicht zijn om vaak met de kinderen langs komen om dat contact weer op te bouwen. En niet door het af te bouwen. Ik heb wel eens een dossier gelezen waarin stond: ‘Moeder is een perfecte moeder’. Het enige dat niet goed was, was het contact met jeugdzorg en het contact met de pleegouders, omdat die het kind bijna zagen als handelswaar. Jeugdzorg maakt dat kinderen gezien worden als handel en dat mag nooit het uitgangspunt zijn.

JDH: In het partijprogramma van Wil Nu, lees ik dat het kind veel meer centraal moet staan en dat uithuisplaatsing het laatste redmiddel moet zijn. Bent u van mening dat dat op dit moment niet zo is?

AG: Het is bijna de eerste maatregel waar ze naar grijpen. In feite is de maatschappij helemaal losgeslagen na het drama met het meisje Savanna. Als er maar iets is, bijvoorbeeld wanneer ik een buurkind heb dat nogal krijst, dan kan ik anoniem een melding doen en dan is zo’n kind al halverwege een uithuisplaatsing. Bij de onderzoeken die dan volgen wordt er al gauw gedacht ‘er zal wel iets aan de hand zijn’ en er wordt niet goed onderzocht wat dan precies. Op basis van geruchten kan een kind al bijna uit huis geplaatst worden en ik vindt dat echt onbegrijpelijk.

Ik heb eens van iemand een dossier bekeken en ben toen naar de Raad van de Kinderbescherming gegaan om te vragen wie dat dossier had gemaakt. Komt er een knul aan, net droog achter zijn oren, net van school af en die had voor de rechtbank dat hele verhaal gemaakt, wat ook klakkeloos door de rechter werd overgenomen en gehonoreerd. Ik vindt dat de eisen die ze aan zo iemand stellen omhoog moeten.

JDH: Vindt u het ook niet vreemd dat met de alternatief-stelling van artikel 35 UvB. Wjz, de gedragswetenschappers van BJZ en de Raad niet langer verplicht zijn om het kind zelf te onderzoeken, maar dat ze genoegen nemen met de ‘diagnostische beeldschetsing’ van gezinsvoogden?

AG: Er moet altijd professioneel naar gekeken worden. Wat je nu vaak ziet is dat een kind bijvoorbeeld in korte tijd vier gezinsvoogden heeft gehad. De ouders hebben op enig moment het geloof dat hun kind weer terug komt. Die denken halleluja, we werken ergens naar toe en dan komt er weer een nieuwe gezinsvoogd en die ziet dat anders…en dan begint het weer van voren af aan.

JDH: Dus u vindt dat een lijdensweg voor ouders?

AG: Het is een lijdensweg voor ouders – maar vaak nog erger voor de kinderen zelf – als kinderen uit huis geplaatst worden en dat ze daarbij niet serieus genomen worden. Zo werd er een ouder getoetst of die wel in staat was om kinderen op te voeden en dat bleek zo te zijn, maar dat werd dan weer niet overgenomen door de gezinsvoogd, die vond dat onzin. Een gezinsvoogd zou zich daar aan moeten houden. Die moet uitgaan van het oordeel van de professionals. En een gezinsvoogd is veelal geen professional, want die heeft voor dat soort beoordeling niet de juiste opleiding. En wie worden daarvan de dupe? Dat zijn de biologische ouders en het kind. Want een kind wordt vaak beschadigd door een uithuisplaatsing. Waar ze vaak over spreken is de hechting. Waar niet over wordt gesproken, is hechtingsproblemen als het kind van het ene pleeggezin naar het andere pleeggezin gaat. Dat wordt amper gezien als een beschadiging.

JDH: In uw programma lees ik ook dat er een onafhankelijk commissie zou moeten komen, waar ouders kunnen aankloppen wanneer hun kind uit huis geplaatst wordt. Bedoelt u dat er zodra er een kind uit huis geplaatst is, dat er dan onmiddellijk een onafhankelijk onderzoek moet komen?

AG: Ja, maar dan ook écht onafhankelijk. Dat is vaak ook het probleem, want dat ken ik uit de ouderenzorg, dan houden ze elkaar weer de hand boven het hoofd. Ik had nog hoop op de kinderombudsman, maar die houdt zich meer bezig met bij wijze van spreken asielkinderen, dan dat hij zich hier mee bezig houdt. Als je hem benadert reageert hij nauwelijks. Ik krijg het idee dat hij er meer zit in opdracht van Jeugdzorg, dan voor de kinderen. Er zou eigenlijk specifiek voor jeugdzorgzaken een kinderombudsman moeten komen, waar de ouders dan kunnen aankloppen.

JDH: Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie, zegt dat kinderbeschermingszaken niet onder het strafrecht kunnen vallen, omdat wanneer een kind in acuut gevaar is, je niet eerst moet kunnen bewijzen of het kind wel daadwerkelijk mishandeld wordt. Wij van Jeugdzorg Dark Horse vinden dat jeugdzorg hiervan behoorlijk misbruik maakt, maar wat vindt u daarvan. Hoe moet jeugdzorg handelen als een kind direct in gevaar is?

AG: Het hoeft niet meteen onder het strafrecht te vallen, het kan ook onder het jeugdrecht als het maar volgens dezelfde principes gebeurd. Er moet wel aan waarheidsvinding worden gedaan. Ze moeten wel kijken of iets echt gebeurd is.

JDH: Een optie zou kunnen zijn dat je een kind uit huis plaatst en dat je meteen een dag daarna, in het belang van het kind en de ouders, de hele zaak met politie en mensen die gespecialiseerd zijn, onderzoekt. En dat maximaal binnen vier weken duidelijk moet zijn, of de waarheid gesproken is of niet. Dus dat je een kind wel uit huis plaatst als er ernstig gevaar lijkt te zijn, maar dat je het onmiddellijk daarna onderzoekt. Maar daar gaat het vaak mis. Een kind wordt uit huis geplaatst, ze stoppen het in een instelling of in een pleeggezin. Voor de rest doen ze niets, want ze verdienen er aan.

AG: Ja, het is handel.

JDH: Het is handel en het is inspanningsverzuim.

AG: Waar wij ons ook enorm voor gaan inzetten, is bijvoorbeeld die William Schrikker Jeugdbescherming (voorheen WSG), waarin nooit of te nimmer echt onderzoek is gedaan naar hoe het er nu intern uit ziet. Er zijn losse flodders op losgelaten, maar er is niet gekeken hoe, wat, waar. Er is ook niet gekeken naar hoeveel van de kinderen die daar geplaatst worden, uiteindelijk weer naar huis komen. Want als nu blijkt – de percentages ken ik niet, maar dat zal onderzocht moeten worden – dat het percentage kinderen dat weer thuis komt praktisch nihil is, dan zal je je als overheid ook moeten afvragen wat daar fout gaat. Er wordt door alle politieke partijen aan symptoombestrijding gedaan en er wordt niet aan waarheidsvinding gedaan. Kinderen die uit huis geplaatst worden, blijven vaak uit huis geplaatst. Wij moeten ons als land toch schamen, dat wij de meeste uithuisplaatsingen ter wereld hebben?

JDH: Terwijl wij ook de gelukkigste kinderen ter wereld hebben. Hoe willen ze dat rijmen?

AG: Er was laatst zo’n idee voor een programma van John de Mol over het vinden van pleegouders. Laten ze nu eens een programma maken over uithuisplaatsingen, om te zien hoe dat nu in zijn werk gaat. Dat zou ik nog wel eens willen aanzwengelen bij ze.

JDH: Bent u een voorstander van een parlementaire enquête naar Jeugdzorg?

AG: Natuurlijk, dat had al lang al gebeurd moeten zijn. Ik vindt politici kamerbreed geen knip voor de neus waard. Ik heb de afgelopen vier jaar uitgetest hoe Kamerleden dingen oppakken. Op het moment dat ik iets heb en een Kamerlid daarover benader, dan wil zo’n Kamerlid dat ook nog wel even in de media brengen en laten blijken het allemaal ‘erg sneu’ en ‘heel erg’ te vinden. Vervolgens wordt er dan nog wat gevraagd aan de minister en de minister komt na een aantal maanden met een antwoord. En of dat nu een positief of negatief antwoord is, daar gaat het niet eens om, want daarna gaat het in de la. Men zit alleen in de Kamer om aan de toekomstige wetgeving te werken, maar daar is iemand om wie het gaat niet mee geholpen. Nu heeft men het er ook over in de politiek dat ze minder Kamerleden willen hebben. Kijk, je kan in heel veel dingen snijden, maar het begrip volksvertegenwoordiger wordt hiermee uitgehold. De volksvertegenwoordigers zitten in Den Haag, maar ze hebben geen contact met de bevolking; ze weten amper wat zich in het land afspeelt. Ze zouden de tijd die ze hebben, veel meer moeten besteden om het land in te gaan. Nu zijn de verkiezingen en nu zie je ze overal. Ze moeten in feite vier jaar lang zichtbaar zijn voor de burgers.

JDH: Wanneer gaat uw partij meedoen met de verkiezingen?

AG: Het doel is nu de gemeenteverkiezingen van 2014. Wat je nu veel hoort, het nieuwe modewoord, is ‘decentralisatie’. Alles gaat naar de gemeenten toe en dat is allemaal prima, als daar mensen zitten die ‘know how’ hebben. Maar dat hebben ze vaak niet en er valt niet te controleren wat er met dat geld gebeurd. Dat is ook één van onze speerpunten. We werken samen met registeraccountant Leo Verhoef. Die heeft een paar honderd gemeenten en provincies onderzocht en daaruit blijkt dat er voor miljarden aan boekhoudfraude plaats vindt. Onze stelregel in deze is ook: ‘Bezuinigen, No Way! Overheid, eerst zorgen dat je je eigen zaakjes op orde hebt’.

(jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl / 08.09.2012)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *