‘Mogelijk massagraven voor moslims uit Myanmar’
De woede is voelbaar in de straten van Rakhine, Myanmar. Een hoogopgeleide Rakhinese vrouw die Maungdaw bezoekt vanuit de VS, waar ze 20 jaar gewoond heeft, sprak verbitterde woorden, toen haar gevraagd werd of de mensenrechten waar zij van geniet ook de Rohingya zouden moeten worden vergund om zodoende de spanningen tussen beide gemeenschappen te verminderen. “Mensenrechten zijn alleen bedoeld voor mensen. Zijn Rohingya mensen dan?” Soldaten van het regeringsleger beweren dat ze een massagraf hebben gegraven nadat ze 300 Rohingya’s gedood hadden.
Een reis die onlangs plaatsvond naar het westen van Myanmar leidde naar een provinciehoofdstad die verdeeld is door haat. Duizenden mosliminwoners worden er geterroriseerd door wat een door de staat gesponsorde campagne genoemd wordt, met als doel de bevolking op te delen naar etnisch-sektarische richtlijnen.
Decenniaoude spanningen tussen de etnische Boeddhisten en Rohingya Moslims in de kustprovincie Rakhine ontvlamden in juni weer in alle hevigheid. Er vielen destijds 78 doden en tienduizenden mensen raakten dak- en thuisloos.
Een exclusieve reportage die ons vorige week bereikte vanuit het zeer beperkt toegankelijke gebied stelt, dat de aanhoudende spanningen die zijn ontstaan na het opgelaaide geweld op de lange termijn zelfs nog meer schade aan zouden kunnen richten dan het recente bloedvergieten.
De VN schat dat 80.000 mensen op de vlucht zijn geslagen rond de steden Sittwe en Maungdaw, terwijl internationale mensenrechtengroeperingen Myanmar veroordelen voor haar aandeel in het conflict.
Zoals het er nu voorstaat, ziet het er niet naar uit dat de plaatselijke Boeddhisten en Moslims zich op korte termijn zullen verzoenen.
Veel Rohingya zijn het gepolariseerde gebied ontvlucht uit vrees voor nog meer aanvallen en verergerende discriminatie. Hun status heeft internationale bezorgdheid en onenigheid teweeg gebracht.
Mensenrechtengroeperingen hebben het geweld veroordeeld. De regering van Myanmar heeft schuld ontkend, terwijl het buurland Bangladesh de groeiende stroom vluchtelingen weigert toe te laten en hen toegang tot hulpgoederen heeft ontzegd.
Voor de Rohingya die in dit conflict terecht kwamen wordt de situatie van dag tot dag nijpender.
Sociale isolatie
In Sittwe, de hoofdstad van de provincie Rakhine, zijn de littekens van het recente conflict overal zichtbaar.
Verbrande huizen, winkels en hele markten tekenen zich af in de door Boeddhisten gedomineerde stad van bijna 200.000 inwoners. Traditionele moslimbuurten, zoals Shwe Pyar, Nazi Konetan en Mawlike, zijn verlaten, afgesloten of de mensen leven er in het diepste geheim.
Op prominente moskeeën en gebouwen die tijdens de aanvallen in brand waren gestoken prijken nu borden die de gemeente daar heeft geplaatst: ‘Verboden toegang’. Inwoners van de plaats vertelden al Jazeera dat deze eigendommen in beslag zijn genomen door de overheid. In sommige wijken van Sittwe is de verwoesting door het geweld in juni te vergelijken met de orkaan Nargis, die Myanmar in 2008 trof.
Het meest opvallende tijdens de reis was de totale afwezigheid van de Rohingya bevolking, die ooit bijna een derde uitmaakte van de totale bevolking van Sittwe, dat voor het grootste deel uit arbeiders bestaat.
De invloed van het vertrek van de Rohingya is duidelijk zichtbaar. De Rohingya, die werkten als de altijd aanwezige Riksja-chauffeurs en dragers op de steigers en bij de supermarkten zijn verdwenen. Er is geen spoor te bekennen van moslims bij de luchthaven, op de veerboot die passagiers vervoert tussen de afgelegen eilanden en zelfs niet in de streekbussen tussen Buthidaung en Maungdaw, twee provincies die door Royingya moslims gedomineerd worden.
Lokale Hindoes en inwoners die van Indiase afkomst lijken, gebruiken hoofdbanden om hun voorhoofd om maar niet aangezien te worden voor Rohingya’s.
Een aantal interviews wees uit dat Boeddhistische inwoners uit Rakhine collectief hadden besloten om een niet-omgangsbeleid te voeren met de Rohingya’s. In praktische zin betekende dat dat zij hun mensen verboden zaken te doen met de Rohingya en dat zij hen ook de toegang tot voedsel, medicijnen, reizen en communicatie ontzegden.
Volgens lokale bronnen mochten Rohingya moslims niet langer de grootste markt van de stad binnenkomen of van stad naar stad reizen.
“De hongerdood in de ogen kijkend”
Buiten Sittwe, waar de vluchtende Royingya’s zich hadden verzameld, is de situatie zelfs nog slechter. De stad Bhumei, enkele kilometers naar het westen, werd overstroomd door vluchtelingen die zeiden dat ze gedwongen waren om uit de stad te vertrekken. Eerst door bendes, maar later ook door veiligheidstroepen.
Volgens lokale rapporten is dit kamp het grootste van het aantal kampen dat uit de grond gestampt is om de verjaagde stedelingen te huisvesten.
De vluchtelingen doorstonden de moessonregens in hun tenten met moddervloeren en leefden voornamelijk op zakken rijst van het Voedselprogramma van de VN. Er is geen ziekenhuis, geen geschikte badkamer of schoon water, zo getuigt Al Jazeera.
Het kamp wordt 24 uur per dag omgeven door veiligheidstroepen. Velen vragen zich af of de soldaten hier zijn om hen tegen aanvallen door de Rakhine-bevolking te beschermen of dat zij hen onder bewaking houden.
“Vele vluchtelingen die uit de stad komen zijn handwerkslieden en dagloners. We hebben grote moeite om de dag te overleven. We zijn bang wat er met ons zal gebeuren als we terug gaan naar de stad. We kunnen nog niet terugkeren. Degenen die het riskeerden om naar hun huizen en winkels terug te keren werden om veiligheidsredenen tegengehouden door de autoriteiten,” zei U She Maung, een Rohingya vluchteling in Bhumei.
“We delen voedsel met elkaar. We lijden nu honger, ondanks dat we voedsel gekregen hebben van het WFP. Het is niet genoeg voor een groot aantal mensen zoals dit,” voegde hij eraan toe.
De Rohingya moslims die gedwongen werden om in het Bhumei-kamp te verblijven maakten een wanhopige indruk. Een vrouw zat op straat te huilen met haar kinderen op haar schoot. Ze zei dat ze ziek waren en dat er geen ziekenhuis was om ze naartoe te brengen en dat er ook geen eten voor hen was.
‘Wij willen teruggaan naar huis als de overheid ons beschermt”, zei Mahmud Shiko, een Rohingya in Bhumei. “De politie vertelde me dat ik niets aan zou treffen als ik terugkeerde, maar ik wil nog steeds teruggaan.”
Het leger beschuldigd
De golf van geweld in juni begon na de vermeende verkrachting en moord op een Boeddhistische vrouw door drie moslimmannen in een dorp in Rakhine. Beide etnische groepen vielen in de dagen die erop volgden rivaliserende dorpen en buurten aan. Daarbij werden volgens een rapport van de Human Right Watch dat vorige week uit kwam huizen, bedrijven en heilige plaatsen vernield en in brand gestoken.
Het rapport van de HRW beschuldigt beide kanten van het laten escaleren van het probleem door wraakacties en schat in dat het dodental veel hoger is opgelopen dan het totaal van 78 waar de regering van Myanmar nog steeds over spreekt.
De HRW beschuldigt de veiligheidstroepen van Myanmar, die ingezet werden door de regering, er ook van dat zij stonden toe te kijken terwijl de Rakhine en Rohingya met elkaar de strijd aangingen. Toen de strijd escaleerde en duizenden Rohingya in opstand kwamen, vuurden de politie en paramilitaire groepen op de Rohingya-demonstranten, aldus het rapport.
In een afgelegen gebied schoten soldaten volgens het rapport op Royingya burgers terwijl zij probeerden te ontsnappen en plunderden zij hun huizen leeg, terwijl zij voedsel en waardevolle spullen meenamen.
Benjamin Zawacki, een onderzoeker van Amnesty International die in Bangkok is gesitueerd, beschreef het geweld als “voor het grootste deel eenzijdig, met voornamelijk moslims in het algemeen en de Rohingya specifiek als doelwit en slachtoffers.”
De HRW zegt dat honderden mannen en jongens tijdens massa-arrestaties werden samengedreven. Hun verblijfplaats is tot op heden onbekend. Informele schattingen door Rohingya van het aantal vermiste en gearresteerde personen lopen op tot in de duizenden.
In de verstilde straten van Sittwe en in het tentenkamp buiten Bhumei spreken de Rohingya van wreedheden door de troepen van Rakhine en Myanmar en van de vele geliefden die nog steeds vermist worden sinds het conflict begon.
Vijandigheid alom
Deze slachtoffers zijn niet de enigen die ons vertelden over het geweld. In een aantal interviews in bars en restaurants in Sittwe met veiligheidsofficieren die geen dienst hadden, ontstond een beeld over hoe sommige militairen en politieagenten uit Myanmar over Rohingya denken.
Een etnisch Rakhinese soldaat van het 352-ste Bataljon Lichte Infanterie beweerde dat hij en zijn kameraden in de nacht van 8 juni “300 Rohingya” uit het dorp Myothugyi ombrachten, nabij de regio van Drie Mijl tussen Buthidaung en Maundaw.
De soldaat, wiens naam achtergehouden wordt, legde uit dat de moorden plaatsvonden toen honderden moslims de vrachtwagen blokkeerden waarin zijn eenheid zich bevond en deze probeerden te overmeesteren. De slachtoffers waren zich niet bewust van het feit dat de vrachtwagen, een burgervoertuig dat gebruikt werd voor de wegenbouw, soldaten vervoerde.
“Ik zette de onderkant van mijn geweer hier op – en hij wijst naar de rechterkant van zijn zij – en schoot vele moslims neer, terwijl ik mijn linkerhand op mijn magazijn hield, zodat ik mijn kogels snel kon bijvullen,” pochte de soldaat, die nu in een dorp buiten Maungdaw gestationeerd is. “Er waren zoveel dode lichamen dat we er zelfs een bulldozer bij moesten halen om een massagraf te maken.”
Een andere etnisch Rakhinese soldaat schepte op dat hij en zijn troepen talloze Rohingya vermoord hadden in het dorp Nyaung Chaung op het platteland rond Maungdaw tijdens het hardhandige optreden begin juni. “We hebben dit zelfs geheim gehouden voor onze commandanten,” zei hij.
Het was onmogelijk om deze beweringen te checken. Toch laat de onverschillige houding die blijkt uit de verklaringen de vijandigheid zien, die sommige mensen die geweld gebruiken koesteren tegenover de Rohingya.
De ‘oplossing’ van de regering
De regering van Myanmar heeft beschuldigingen van mensenrechtengroeperingen dat zij de mensenrechten zouden schenden met klem ontkend. “De regering heeft zich optimaal ingespannen om de orde te herstellen in die specifieke gebieden,” liet zij in een maandag uitgegeven verklaring weten.
De regering heeft “de pogingen van sommige landen om de situatie te politiseren en internationaliseren als een religieuze kwestie verworpen”, zijdelings verwijzend naar de kritiek die uit moslimlanden als Indonesië en Saoedi-Arabië.
Aan de andere kant heeft de regering over de jaren heen stelselmatig ontkend dat er een Rohinyga probleem is. Zij hebben zelfs het bestaan van de Rohingya zelf ontkend.
Het voormalige militaire bewind van Myanmar en zijn door de staat gerunde media hebben het woord “Rohingya” altijd strict vermeden. In plaats daarvan noemden zij de groep “Bengaalse moslim”, hiermee implicerend dat het volk niet van origine Rohinya is en dat zij slechts enkele tientallen jaren in Myanmar gevestigd is. De minister van immigratie in Myanmar heeft herhaaldelijk gezegd dat er geen Rohingya zijn in Myanmar.
De afgelopen maand heeft president Thein Sein tijdens een vergadering met een Hoge Commissaris van de Vluchtelingen van de VN gezegd dat vluchtelingenkampen of deportatie de enige oplossing was voor de bijna 800.000 tot een miljoen Rohingya moslims.
“We zullen onze verantwoordelijkheid nemen voor onze etnische volkeren, maar het is onmogelijk om de illegaal binnengekomen Rohingya te accepteren, omdat ze niet tot onze etniciteit behoren,” vertelde hij het hoofd van de UNHCR, Antonio Guterres, aldus de officiële presidentiële website.
Een onzekere toekomst
De regering geeft de schuld aan de wrevel en de angst van de Rakhine ten opzichte van de Rohingya, dat zij mogelijk voor een bevolkingsexplosie zouden zorgen, waardoor de groep de macht zou kunnen grijpen. Buiten de hoofdstad bestaat Rakhine voor bijna twee derde deel uit Rohingya. De naburige steden Maungdaw en Buthidaung zijn al voor het merendeel Rohingya, volgens de autoriteiten.
De angst van de bevolking vindt zijn oorsprong in culturele stereotypen en zijn een onderwerp dat de 72-jarige Rohingya oude Sayyad Abdullah wel kan waarderen. Hij heeft vier vrouwen, 28 kinderen en, in zijn eigen woorden, “heel veel” kleinkinderen.
Afgelopen week riepen de autoriteiten Abdullah’s familie op en haalden hem tijdens persbijeenkomsten over de bevolkingsexplosie aan. Abdullah verwierp iedere wens voor een autonome staat en zei dat hij open stond voor maatregelen van de regering om Rohingya-families te beperken tot een vrouw en twee kinderen, maar niet ten koste van hun waardigheid. “Wij willen slechts dezelfde rechten als de Rakhine en de Birmezen en we willen niets anders dan een normaal leven,” zei hij tegen Al Jazeera.
Andere Rohingya leiders zeggen dat de beeldvorming over hun gemeenschap racistisch en verkeerd is. De meerderheid van de Rohingya bestaat uit verarmde boeren en arbeiders, maar er zijn ook Rohingya met een universitaire graad en eigenaars van vele zaken in Sittwe en Yangon.
Thein Zaw en Kyaw Hla, die nu toezien op de verdeling van water en voedselhulp in het vluchtelingenkamp van Bhumei, behoren tot de rijkste klasse van Sittwe. Ze beweren dat hun voorouders al 350 jaar in de provincie Rakhine wonen.
Toch wordt de meerderheid van de Rohingya het Myanmar staatsburgerschap ontzegd, kunnen zij geen bedrijven bezitten, trouwen of verhuizen. Het voorstel van de president om de Rohingyabevolking te verbannen naar de UNHCR-kampen lijkt ongegrond en vernederend.
Of dit slepende conflict zijn oorsprong nu vindt in ras, religie of bevolking is van gering belang voor de Rohingya die vast zitten in kampen als Bhumei, noch voor de Rakhine, die in de door Rohingya gedomineerde gebieden wonen en beweren in voortdurende angst voor aanvallen te leven.
Sommige geleerden, zoals de Myanmar expert Betil Linter, beweren dat de vijandigheden tussen de Rakhine en de Rohingya begonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Boeddhisten de Japanners steunden en de moslims de Britten. Andere deskundigen zeggen dat de problemen dateren van eeuwen daarvoor.
In beide gevallen ziet het ernaar uit dat het geweld en de discriminatie zonder ingrijpen van de regering of internationale machten zal voortduren.
(www.moslimvandaag.nl / 14.08.2012)




