De afscheidspreek van de Profeet Mohammed

Dit was de laatste grote preek die de Profeet Mohammed (vzmh) hield. Het vond plaats tijdens zijn afscheidsbedevaart, op de vlakte van Arafat.

“Alle lof komt Allah toe. Wij prijzen Hem. Wij zoeken Zijn hulp en vergeving en wij wenden ons tot Hem. We zoeken onze toevlucht tot Allah van het kwaad in onszelf en van de kwade gevolgen van onze eigen daden. Niemand kan misleid worden als Allah hem leidt en er is niemand die goed geleid kan worden als Hij hem op een dwaalspoor zet. Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, zonder deelgenoot. Ik getuig dat Muhammad Zijn dienaar en Zijn boodschapper is.

Ik raad u aan, dienaren van Allah, om Hem te gedenken en ik spoor u aan om Hem te gehoorzamen.

O mensen, luister naar mij want ik heb een boodschap voor u, want ik weet niet wanneer ik weer de gelegenheid zal krijgen om u na dit jaar op deze plaats te ontmoeten.

O mensen, waarlijk jullie leven, jullie bezit en jullie eer zijn heilig en onschendbaar voor jullie tot jullie voor jullie Heer verschijnen, zoals deze dag, deze maand en deze stad heilig voor jullie zijn. Jullie zullen zeker jullie Heer ontmoeten en Hij zal jullie over jullie daden ondervragen. Heb ik de boodschap overgebracht? O Heer, wees mijn getuige!

Daarom moet ieder die wat in bewaring heeft gekregen het teruggeven aan degene, die het hem heeft toevertrouwd.

Weet, dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen misdaden. De zoon is niet verantwoordelijk voor de misdaden van zijn vader en de vader is niet verantwoordelijk voor de misdaden van zijn zoon.

O mensen, luister naar mijn woorden en zorg dat je ze goed begrijpt. Jullie moeten weten dat de Muslim de broeder is van de Muslim en dat de Muslims een broederschap vormen. Niets van zijn broeder is voor een Muslim toegestaan, behalve wat hij hem zelf toestaat. Daarom moeten jullie jezelf geen onrechtvaardigheid aandoen en jezelf niet onderdrukken. O Heer, heb ik de boodschap overgebracht?

Ziedaar, alle onwetendheid is onder mijn voeten neergelegd. Het bloed van de wraakacties van de (pre-Koranische) dagen van onwetendheid zijn kwijtgescholden.

O mensen, waarlijk de satan is teleurgesteld, omdat hij ooit in jullie land is aanbeden. Maar hij is gelukkig dat hij door jullie daden, die jullie als kleinigheden beschouwen, gehoor-zaamd wordt. Let daarom in jullie godsdienst op hem.

Waarlijk, ik heb bij u iets duidelijks achtergelaten en als jullie je daaraan vasthouden zullen jullie nooit verdwalen – dit is het Boek van Allah en het voorbeeld (de sunna) van Zijn boodschapper.

O mensen, wees jullie van Allah bewust. En zelfs als een verminkte Abessijnse slaaf jullie leider wordt, luister dan naar hem en gehoorzaam hem, zolang hij het Boek van Allah instelt en het uitvoert.

Luister naar mij. Aanbid uw Heer en Onderhouder, verricht uw vijf dagelijkse salaat. Vast jullie maand (de Ramadan). Maak de bedevaart naar jullie Huis (de Ka’bah) in Mekka.

Betaal gewillig van jullie bezit de zakaat en doe alles wat ik jullie beveel. Dan zullen jullie het Paradijs van jullie Heer en Onderhouder binnentreden.

Waarlijk, jullie zullen jullie Heer en Onderhouder ontmoeten en Hij zal jullie over jullie daden ondervragen. Dwaal niet op zo’n manier af, nadat ik ben weggegaan, dat sommigen de nekken van anderen omdraaien. Heb ik de boodschap overgebracht?

O mensen, waarlijk, jullie God en Onderhouder is één en jullie voorvader is één. Jullie stammen allemaal van Adam af en Adam is uit aarde gemaakt.

Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier; noch is de blanke man beter dan de zwarte of de zwarte beter dan de blanke man; behalve dan door het Godsbewustzijn (taqwa) dat hij verkregen heeft. Waarlijk, de edelste onder jullie is degene met de meeste Godsbewustzijn. Heb ik de boodschap overgebracht?”

“Ja, o Boodschapper van Allah,” antwoordden de metgezellen.

(www.ivisep.org / 04.02.2012)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *