Achtergrond / BDS

Geschiedenis van Palestina

Voortschrijdende Nakba…. doorgaand verzet ! Een gesprek met Hazem Jamjoum

Hazem Jamjoum is de mediacoördinator van Badil – een Palestijnse organisatie die gevestigd is in Bethlehem en zich vooral toelegt op het behartigen van de belangen van de Palestijnse vluchtelingen.

Badil is één van de initiatiefnemers van het Boycott National Comitee (BNC). Als zijn woordvoerder speelt Jamjoum een belangrijke rol in het ondersteunen van activisten in Europa die bij de internationale BDS-campagne betrokken zijn [BDS staat voor Boycot, Desinvesteren & Sancties].

——————————————————————–

Israel als Apartheidstaat

Tegenwoordig wordt het woord Apartheid regelmatig gebruikt in relatie tot Israel. Vaak wordt er dan gedacht aan een vergelijking met Apartheid in Zuid-Afrika en bij sommige mensen roept dat weerstand op. Apartheid is evenwel een misdaad die binnen het internationaal recht wordt gedefinieerd als het op institutionele wijze in stand houden van dominantie van één groep mensen over een andere groep mensen door middel van systematische onderdrukking. Deze definitie van de misdaad van Apartheid is verwoord in een internationale conventie, die na de Soweto Opstand van 1976 is opgesteld (The International Convention on the Suppression and Punishment of the Crime of Apartheid). In 2002 is in het Rome Statute of the International Criminal Court de misdaad van Apartheid nogmaals expliciet genoemd als een misdaad tegen de menselijkheid, waarbij dezelfde definitie gehanteerd is als hierboven gegeven Israel schendt alle mensenrechten die in de beide teksten worden opgesomd.

In Zuid-Afrika was er naast institutionele Apartheid ook sprake van wat men wel de petty [kleine] Apartheid noemt, waarbij in het straatbeeld duidelijk was dat bepaalde plaatsen voor zwarten niet toegankelijk waren. In Israel zal je geen bordjes vinden waarop staat dat bepaalde locaties voor Palestijnen verboden zijn, terwijl in praktijk hele gebieden voor hen niet toegankelijk zijn. Er bestaan in Israel ook geen duidelijke wetten die een onderscheid maken tussen joodse en niet-joodse Israeli’s. Vaak wordt een combinatie van wetten gebruikt die samen tot gevolg hebben dat Palestijnen op, volgens de Israelische wetgeving, legale wijze een andere behandeling krijgen.

Een voorbeeld hiervan is het gebruik van militaire orders die Palestijnen verbieden hun grond te betreden, terwijl er vervolgens een oude Turks-Osmaanse wet wordt aangeroepen, op basis waarvan een stuk grond dat drie jaar lang niet is bewerkt, aan de Staat vervalt.

In Zuid-Afrika was het doel van de Apartheid om gebruik te maken van goedkope zwarte arbeidskracht in ondernemingen van de blanken. Hoewel in Israel eveneens gebruik wordt gemaakt van goedkope Palestijnse arbeidskracht, is dit niet het voornaamste doel. In Israel is Apartheid onderdeel van de zionistische ideologie.

Het politieke zionisme is aan het eind van de 19e eeuw in Europa opgekomen en kan niet los worden gezien van de eeuwenlange discriminatie en vervolging van de joodse minderheid daar. Daarop is door joden op verschillende manieren gereageerd. Sommigen van hen wilden volledig integreren in de samenleving waarin zij woonden. Anderen werden actief binnen revolutionaire bewegingen die zich inzetten voor ingrijpende politieke, sociale en economische veranderingen en daarmee streden tegen onderdrukking, uitbuiting en discriminatie door de heersende klasse.

De 19e eeuw is de eeuw van het nationalisme en het idee van de natie-staat als een nieuw concept. Onder invloed daarvan zetten joodse intellectuelen de joodse identiteit om van een religieuze in een nationale. Uitgangspunt van het politieke zionisme was om, als reactie op oplaaiend antisemitisme, een joodse staat te vestigen, die de veiligheid van joden zou waarborgen.

Onder zionistische joden bestond aanvankelijk verschil van opvatting over waar een dergelijke staat zou moeten komen. Er zijn diverse opties besproken – in Afrika en in Latijns-Amerika. Tijdens de Conferentie van de Zionistische Beweging in Basel in 1897 is besloten dat het Palestina moest worden. Om die staat te helpen verwezenlijken is de World Zionist Organization (WZO) in het leven geroepen. Bij dit alles is het zionisme een exclusivistische ideologie, die gericht is op het vestigen van een staat voor uitsluitend joden.

Met het streven een joodse staat in Palestina te vestigen stuitten de zionisten op een probleem, aangezien Palestina geen leeg land was, maar al eeuwenlang door Palestijnen werd bewoond. In het zionistische beeld bestonden zij niet. Het zou slechts gaan om een bevolking van nomaden, tijdelijke bewoners dus. In werkelijkheid was er in Palestina sprake van een oude beschaving, waren er honderden dorpen en een aantal grote steden, van waaruit internationaal handel werd gedreven.

Om zoveel mogelijk grond in Palestina voor exclusieve joodse vestiging in bezit te krijgen, is het Joods Nationaal Fonds (JNF) opgericht. Als uitgangspunt van de Zionistische Beweging gold: zoveel mogelijk grond, met daarop zo min mogelijk van de oorspronkelijke bewoners – de Palestijnen. Door het JNF is geld ingezameld om in Palestina grond aan te kopen. Dat is geen doorslaand succes gebleken. In 1947 – een halve eeuw na de aanvang van zijn activiteiten – was het JNF erin geslaagd om slechts 6,7 procent van de grond van Palestina aan te kopen. Ruim 90 procent was nog altijd in handen van Palestijnen.

Naast de WZO en het JNF is voorts het Joods Agentschap (JA) in het leven geroepen, dat tot taak had om zoveel mogelijk joden vanuit de hele wereld naar Palestina over te brengen.

De Zionistische Beweging zou na de Eerste Wereldoorlog en de vorming van het Britse Mandaatgebied Palestina de wind in de zeilen. Want op basis van de zogeheten Balfour Declaration (2 november 1917) stond Groot-Brittannië de vestiging van joden in Palestina toe. Hoewel door toedoen van de activiteiten van de Zionistische Beweging en de politiek van de Britten er zich rond 1920 reeds 100.000 joden in Palestina hadden gevestigd, zou hun aantal in de daaropvolgende decennia verder toenemen. Dat was vooral een gevolg van de opkomst van Nazi-Duitsland en later het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Veel joodse vluchtelingen wilden zich overigens bij voorkeur niet in Palestina vestigen, maar naar elders in de wereld (vooral in de Verenigde Staten). Maar nadat veel landen, inclusief de Verenigde Staten, hun grenzen voor joodse vluchtelingen hadden gesloten, bleef Israel als enige optie over. Kortom, veel joodse immigranten kwamen niet uit ideologische overtuiging naar Palestina, maar als vluchteling voor de Nazi’s en later als overlevende van de Holocaust. Tegen 1946 woonden er al rond 600.000 joden in Palestina, tegenover 1.237.000 Palestijnen. Dat wil zeggen, dat zij in die tijd ongeveer een derde van de totale bevolking van Palestina uitmaakten.

Al vroeg zijn Palestijnen gaan inzien, dat de joodse immigranten niet kwamen om met hen samen te leven, maar als kolonisten die het land wilden overnemen. Dit leidde to verzet van de kant van Palestijnen en de opkomst van een Palestijnse verzetsbeweging. Deze richtte zich behalve tegen de joodse kolonisten ook tegen hun Britse beschermheren. In de daaropvolgende jaren werden het Palestijns verzet door de Britten zware klappen toegebracht en hun leiders gevangen gezet. Tezelfdertijd werden de zionisten door de Britten militair getraind. Aan de vooravond van de proclamatie van de Staat Israel (14 mei 1948), zou de Hagana – de voorloper van de Israeli Defense Force (IDF) – tot een goed getrainde en goed bewapende strijdmacht uitgegroeid zijn.

Vanaf de jaren dertig is door de joodse kolonistengemeenschap in Palestina gewerkt aan een plan om de diverse joodse nederzettingen met elkaar te verbinden en het omringende land van Palestijnen te ontdoen. Dit plan is drie maal herzien – Plan A, B en C – om uiteindelijk uit te monden in Plan D (Plan Dalet). Rondom de stichting van de Staat Israel in 1948 is dit plan doorgevoerd. Om de massale verdrijving van Palestijnen te bewerkstelligen, werden Palestijnse dorpen door zionistische strijdgroepen aan drie kanten afgesloten. In de daarop gevolgde aanval zagen de Palestijnse inwoners zich gedwongen om via de enig overbleven uitgang het dorp te ontvluchten – en wel richting de buitengrenzen van het Mandaatgebied Palestina – richting Libanon, Trans-Jordanië en Egypte. Anderen zochten per boot via de zee een veilig heenkomen. Hele stadswijken trof een zelfde lot. Naar schatting 800.000 Palestijnen zo in een periode van enkele maanden van huis en haard verdreven. Hun woonhuizen en andere bezittingen zijn vervolgens door zionistische strijdgroepen leeggeroofd en – in het geval van de dorpen – verwoest. In totaal ging het daarbij om 531 dorpen. In het hele proces zijn er zo’n 60 massamoorden gepleegd.

Niet uit alle steden zijn de Palestijnen volledig verdreven of weggevlucht. Door de Israelische machthebbers zijn deze nadien als ‘mixt cities’ aangeduid. De daar woonachtige Palestijnen zijn in een bepaalde stadswijken samengebracht, die met prikkeldraad werden omgeven en waarvan de toegang door militairen werd bewaakt. Joodse Israeli’s uit Europa herkenden hierin de getto’s die zij eerder ontvlucht waren of waaruit zij verdreven waren en protesteerden tegen deze politiek. Palestijnen die in die tijd wat Hebreeuws oppikten, dachten dat het woord getto de Hebreeuwse woord voor ‘Arabische buurt’ was. Tot de dag van vandaag gebruiken zij dit woord om hun stadswijk mee aan te duiden.

Er waren ook plaatsen waar de Palestijnse inwoners zich verzetten, zoals in Salame (nabij de havenstad Jaffa), waar de aanvallen van de Hagana tot vier keer toe werden afgeslagen, totdat men door de munitie heen was.

In sommige dorpen werden de huizen niet meteen verwoest, maar later in zogeheten ‘clean up operations’. In het Hebreeuws werden deze operaties aangeduid met het woord ‘matate’, wat ‘bezem’ betekent. Nieuwe Israelische wetten duidden verdreven Palestijnen die naar hun dorpen probeerden terug te keren als infiltranten.

De grond van verdreven of gevluchte Palestijnen is als ‘absentee property’ overgedragen aan het JNF, dat door de Staat met het beheer daarvan werd belast. Vanaf het begin jaren zestig had het JNF als privé-instelling 93 procent van de grond van Israel in beheer, die volgens haar eigen statuten voor exclusief joods gebruik was. Deze constructie maakte dat de Staat Israel niet discrimineert, aangezien het beheer over de grond niet in handen van de staat lag, maar in dat van het private JNF.

Tot de dag van vandaag is het, in het internationaal recht verankerde recht op terugkeer van de rond 800.000 Palestijnen niet geïmplementeerd. Sinds 1948 wordt het elk jaar in VN-resoluties herbevestigd . Door natuurlijk aanwas zijn er inmiddels wereldwijd rond 7,1 miljoen Palestijnse vluchtelingen. Al met al gaat het hier om het langst bestaande vluchtelingenvraagstuk, waarbij het grootste aantal vluchtelingen betrokken is, uit het in termen van oppervlakte kleinste conflictgebied in de wereld.

In de Strook van Gaza is 1,1 van de 1,5 miljoen inwoners vluchteling. De meeste van hen wonen op minder dan een half uur afstand van hun oorspronkelijke woonoorden, die tot op de dag van vandaag onbewoond zijn gebleven. Vaak wordt gezegd, dat het niet mogelijk is om de Palestijnse vluchtelingen naar hun oorspronkelijke woonoorden terug te laten keren. Echter, 84 procent van de grond waar vandaan de vluchtelingen zijn verdreven, is nog altijd niet bebouwd. Daar zouden voor vluchtelingen die willen terugkeren nieuwe huizen gebouwd kunnen worden. In feite zouden alle vluchtelingen in de Strook van Gaza binnen een half uur naar hun oorspronkelijke woonoorden terug kunnen keren.

In Israel heeft het Apartheidssysteem zich het meest duidelijk gemanifesteerd tussen 1948 en 1966. Toen is er voor Palestijnen een militair bestuur ingesteld, die als ingezetenen van de staat Israel het Israelische staatsburgerschap hadden gekregen. In die periode vielen joodse Israeli’s onder civiel recht – dat wil zeggen onder wetten die via de Knesset (het parlement) tot stand zijn gekomen – terwijl Palestijnen onder militair bestuur vielen. De lokale militaire commandant had het daarbij voor het zeggen. In genoemde periode leefden de Palestijnen in afgesloten gebieden, die zij zonder een vergunning van de lokale militaire commandant niet mochten verlaten.

In de zogeheten Group Areas Act ten tijde van het Apartheidsregime in  Zuid-Afrika was het heel duidelijk dat er in de wetgeving sprake was van racisme en er tussen de bevolkingsgroepen onderscheid werd gemaakt. In Israel is dat minder duidelijk. Aan de institutionele discriminatie van de Palestijnen in Israel ligt een reeks ondemocratische wetten ten grondslag. Zo is in 1965 een de Wet op de Ruimtelijke Ordening uitgevaardigd, op basis waarvan een aantal Palestijnse werd uitgesloten. Want met het inwerking treden van de wet werden deze dorpen illegaal verklaard. In het officiële jargon wordt gesproken over ‘unrecognized villages’. Zij zijn niet aangesloten op het water- en elektriciteitsnet en evenmin op het wegennet (wanneer een joodse familie zich in het gebied vestigt, krijgen zij  dergelijke faciliteiten direct aangeleverd). Bewoners van de ‘unrecognized villages’ worden gedwongen naar zogeheten ‘rikazim’ te verhuizen. Woonhuizen en ander onroerend goed zijn in deze dorpen illegaal verklaard en worden met enige regelmatig gesloopt. De eigenaren krijgen achteraf de rekening van de sloop gepresenteerd.

De Palestijnen die in deze dorpen wonen, zijn Israelische staatsburgers. Op grond daarvan mogen zij aan verkiezingen voor bijvoorbeeld de Knesset deelnemen. Dit gegeven wordt door de pleitbezorgers van Israel vaak als argument gebruikt om te beweren, dat Palestijnen in Israel gelijke rechten hebben en dat Israel bijgevolg geen Apartheid kent.

In de ’mixt cities’ probeert de Israelische overheid de Palestijnen uit de getto’s te verwijderen, bijvoorbeeld door bestemmingsplannen aan te passen en Palestijnse wijk om te toveren in een groene zone met parken en tuinen. Palestijnen ontvangen dan het bevel om hun woonhuis te slopen. Doen zij dat niet, dan moeten zij achteraf betalen voor de sloopwerkzaamheden van het leger.

Veel parken in Israel zijn overigens aangelegd met geld van buitenlandse  donoren. De bomen worden veelal geplant op de ruïnes van na 1948 verwoeste Palestijnse dorpen, waardoor deze aan het zicht worden onttrokken. Toeristen lezen in deze parken op borden over historische gebouwen uit een ver verleden. Geen woord over de Palestijnen die daar ruim 60 jaar geleden nog woonden. Hun fruitbomen en cactussen staan al stille getuigen tussen de Europese pijnbomen.

In Nederland is JNF een geregistreerde liefdadigheidsinstelling, die zich profileert als natuur- en milieuorganisatie. In Israel is er ook een Holland Park, dat is aangelegd met donaties van Nederlanders.

Waarom BDS jegens Israel?

De voortschrijdende Nakba, het verdrijven van Palestijnen van hun grond richting concentratie gebieden, het voortduren van de bezetting van de Westelijke Jordaanoever, de Strook van Gaza en de Hoogvlakte van Golan, het plegen van de misdaad van Apartheid en het schenden van internationale rechtsregels, zonder dat de internationale gemeenschap daaretgen iets onderneemt – dit alles is voor de Palestijnse civil society reden geweest om tot Boycot, Desinvesteren en Sancties [BDS] jegens Israel op te roepen.

Deze oproep is richting de internationale gemeenschap gedaan om tot Israel te laten doordringen, dat het niet door kan gaan met het plegen van geweld en het schenden van de mensenrechten. Israel wordt al 62 jaar niet alleen niet bestraft, maar zelfs beloond in de vorm van allerlei speciale handelsverdragen en het in stand houden van normale betrekkingen. De Palestijnse civil society vindt dat dit zo niet langer door kan gaan. Zolang Israel zich niet als een respectabele staat gedraagt, moet het ook niet als zodanig behandeld worden.

BDS is een legitieme vorm van geweldloos verzet, die in het verleden met succes als pressiemiddel is ingezet, bijvoorbeeld in het geval van de Apartheid in Zuid-Afrika.

In 2005 is door de Palestijnse civil society tot BDS opgeroepen. Het gaat hierbij dus niet alleen om een consumentenboycot en een boycot van institutionele betrekkingen op cultureel en academisch gebied. Onder BDS valt ook het terugtrekken van investeringen door bijvoorbeeld banken en pensioenfondsen uit bedrijven die van de Israelische bezetting profiteren, evenals het opvoeren van druk op overheden om Israel sancties op te leggen.

De eerste versie van de oproep tot BDS is door ruim 170 Palestijnse organisaties ondertekend.

Het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) zelf kan niet tot BDS oproepen, omdat het in het verleden een reeks akkoorden met Israel heeft ondertekend en zich daaraan gebonden acht. FATAH, HAMAS en andere Palestijnse politieke partijen hebben via de Council of National and Islamic Forces in Palestine, een samenwerkingsverband van de grote politieke partijen, echter wel ondertekend.

De meest effectieve manier om de oproep tot BDS te steunen, is via goed gecoördineerde campagnes. Het Boycot National Comitee (BNC) dicteert niet wat of hoe er geboycot moet worden, aangezien de omstandigheden per land en de middelen per lokale actiegroep verschillen. De nadruk ligt op morele verantwoordelijkheid, het niet-investeren in bedrijven die van de bezetting profiteren, geen normale betrekkingen met Israel, zolang dit land zich niet aan internationale rechtsregels houdt. Bovenal is BDS een middel om mensen te informeren en te onderrichten.

Er zijn verscheidene goedlopende campagnes in het kader waarvan veel onderzoek is gedaan en waarbij anderen zich kunnen aansluiten. Een voobeeld is de campagne tegen Veolia, een Franse vervoersmaatschappij die in de hele wereld actief is. Veolia heeft een aandeel in de aanleg van de lightrail (tramlijn) die West-Jeruzalem moet verbinden met de illegale joodse nederzettingen rond Oost-Jeruzalem. Daarbij gaat het om schending van de Vierde Conventie van Genève en als zodanig een oorlogsmisdaad. De Nederlandse ASN Bank besloot al in november 2006 om haar relatie met Veolia te verbreken. Enkele andere banken en pensioenfondsen hebben het voorbeeld van Veolia gevolgd, waarna Veolia heeft besloten om zich uit het lightrail project terug te trekken. Door alle negatieve publiciteit lukt het Veolia evenwel niet om haar aandelen te verkopen. Want er blijkt geen investeerder te zijn die nog in het lightrail-project wil investeren.

Andere succesvolle campagnes richten zich tegen het bedrijf Carmel, dat op de bezette Westelijke Jordaanoever groenten en fruit produceert. Deze worden via Agrexco naar Europa geëxporteerd en zijn in de schappen van Nederlandse supermarkten te vinden. Een andere bekende campagne richt zich tegen cosmeticaproducten van het bedrijf Ahava, dat gevestigd is in de joodse nederzetting Mitzpe Shalem. Het maakt gebruik van modder uit de Dode Zee, die deel uitmaakt van bezet gebied.

De laatste tijd zijn er ook divesre bekende artiesten geweest, die naar aanleiding van internationale BDS-oproepen hebben besloten niet (langer) in Israel op te treden. Het gaat om ondermeer The Pixies, Gorillaz en Elvis Costello. Daarnaast zijn er ook voorbeelden van protesten tegen optredens van Israelische orkesten en sportteams, eb voorts tegen deelname aan filmfestivals in Europa en de Verenigde Staten. Tijdens de Torino Boekenbeurs in 2008 protesteerden duizenden mensen tegen de focus op Israel, geïnstigeerd door het Israelische Ministerie van Cultuur.

Het is van belang om er nog eens op te wijzen, dat het bij de culturele en academische boycot niet gaat om het treffen van individuele artiesten en academici, maar om de institutionele relaties en betrekkingen. Zo werken de Israelische Ministeries van Cultuur en Toerisme hard aan het organiseren van speciale spotlights op Israel tijdens festivals en evenementen, in een poging om Israel als een normaal land aan te prijzen, waarmee normale betrekkingen kunnen worden onthouden. Zolang deze initiatieven beloond worden, zal Israel zich gestimuleerd voelen om op de ingeslagen weg voort te gaan, ofwel met de misdaad van Apartheid.

Inmiddels is ook door vakbonden een aantal belangrijke successen behaald. Het Congres of South African Trade Unions (COSATU) was de eerste overkoepelende organisatie van de Zuid-Afrikaanse vakbonden, die de BDS-campagne is gaan steunen. Dit voorbeeld is gevolgd door de Canadian Union of Public Employees (CUPE). Inmiddels heeft een reeks andere vakbonden hun steun aan de BDS-campagne toegezegd en is daadwerkelijk in actie gekomen. Zo hebben Noorse en Zweedse dokwerkers, na de overval van Israel op het Gaza-hulpkonvooi, besloten om gedurende een aantal weken geen Israelische schepen meer te laden en lossen.

Soms vragen mensen of de oproep tot boycot de deur naar de dialoog niet dichtgooit. Die mensen denken nog steeds dat Israel via diplomatie tot een andere politiek bewogen kan worden. Mijn antwoord daarop is, dat de diplomatie de afgelopen 60 jaar heeft gefaald. Juist door de onvoorwaardelijke Westerse steun ziet Israel geen noodzaak om zijn opstelling te veranderen. Martin Luther King Jr. heeft ooit gezegd: ‘Vrijheid wordt door de ondrukker niet vrijwillig verleend, deze moet door de onderdrukten afgedwongen worden.’ Het aandeel van BDS in de strijd tegen de Apartheid in Zuid-Afrika toont aan, dat dit geen belemmering vormde, maar juist een belangrijk en effectief drukmiddel is geweest om de politieke leiders aan de onderhandelingstafel te krijgen. Men kan stellen dat BDS een diplomatiek pressiemiddel is. Het houdt verandering niet tegen, maar versnelt deze juist.

Een ander veelgehoord argument tegen BDS is dat Palestijnse arbeiders, werkzaam in Israelische bedrijven, als eersten de negatieve gevolgen ervan zullen voelen. Dit is zeker het geval en wij ontkennen dat ook niet. Het zijn echter diezelfde Palestijnse arbeiders geweest, die ons als BNC hebben benaderd en bijvoorbeeld hebben opgeroepen tot de boycot van de groenten en fruit die door Carmel/Agrexco worden geproduceerd en naar Europa worden geëxporteerd. De Palestijnse arbeiders willen boven alles hun grond, hun rechten en hun waardigheid terug. Zij bereid om hun baan te verliezen, indien dit betekent dat zij op de langere termijn hun vrijheid zullen hervinden.

De huidige werkloosheid onder de Palestijnse bevolking is het directe gevolg van het Israelische beleid. Indien Israel ertoe wordt gedwongen om dit beleid te veranderen, dan zal de Palestijnse economie daarvan in belangrijke mate profiteren.

Tijdens mijn bezoek aan diverse actiegroepen in Europa heb ik gemerkt dat thans wij – vijf jaar na de oproep tot BDS – het stadium van overleg en discussie over de BDS-strategie achter ons hebben liggen en dat de activisten zich scharen achter de oproep van de Palestijnen om op deze vorm van solidariteit te betuigen. Dit is waar de Palestijnse civil society om vraagt. Er is steeds meer overleg tussen de diverse groepen en men maakt goed gebruik van elkaars onderzoeken, initiatieven en materialen.

Nederland wordt als voorloper gezien in het creatieve actievoeren met de filmpjes van Flashmobs, Badjassenbrigade en de Koop geen Israelische Dadels-campagne die momenteel wordt gevoerd.

Kort na de aanval op het Gaza-hulpkonvooi deden Amin en Anne – twee  Nederlandse opvarenden – een oproep om de BDS-campagne te steunen. Tegelijk is de nieuwe websitewww.bdsnederland.nl gelanceerd. Hierop staat belangrijke informatie, en concrete actie-oproepen.

(bdsnederland.wordpress.com / 21.01.2012)

“Talk to us,” says Hamas in rare visit to Europe

Mushir al-Masri gestures with his left hand while speaking into several microphones

Hamas spokesperson and Palestinian parliamentarian Mushir al-Masri in 2010.

Three Hamas politicians made a rare visit to Europe this week.

A delegation of members of the Palestinian Legislative Council (PLC) travelled toSwitzerland to attend a meeting of the Inter-Parliamentary Union (IPU). It was the first time since the 2006 PLC elections that Hamas members undertook an official visit to a European country.

The delegation — led by PLC member and Hamas spokesperson Mushir al-Masri — left the Gaza Strip through the Rafah crossing, and continued their journey via Egypt. Al-Masri also heads an international committee for the defense of the PLC members who are held in Israeli jails.

The IPU Committee on the Human Rights of Parliamentarians met in Geneva on 14 January to discuss parliamentarians under threat. The IPU collected information about lawmakers who face death threats, are subjected to harassment, or are unable to carry out their parliamentary mandate without hindrance and invited the delegation from Gaza to clarify the situation of the Palestinian lawmakers.

Israeli Foreign Minister Avigdor Lieberman reacted furiously to the IPU invitation to thePLC members from Gaza, according to the news agency AFP (“Israel furious as Hamas attends global parliamentary forum,” 16 January 2011).

The Swiss-Israeli Association added that the invitation represented “an insult to democratic values and human rights that represent the spirit of Geneva.” Since 1957 the association has “promoted friendship” with the State of Israel and supports cultural, academic and social exchange with Israel.

But Anders Johnsson, the IPU President, warded off the attacks. He told the website Swissinfo that “the IPU doesn’t deal with Hamas, but the IPU committee deals with the rights of members of parliament, whoever they are” (“Hamas visit to Switzerland sparks outcry,” 19 January 2012).

Swiss defend invitation

A Swiss foreign ministry spokeswoman Carole Waelti told the same website that “Switzerland, as host of the organization, is obliged to facilitate the entry of people officially invited by the organization.” Waelti added that Switzerland has regular contacts with Hamas.

Switzerland does not belong to the European Union, which refuses to deal with Hamas and has placed the political party on its list of terrorist organizations.

Meanwhile, the Swiss envoy to the Middle East, Jean-Daniel Ruch, met Hamas leader Khaled Meshaal in Cairo on 18 January to discuss the possibility of dialogue between Europe and Hamas (“Hamas chief Meshaal meets Swiss envoy in Cairo,” AFP, 19 January 2012).

Mushir Al-Masri told AFP that the talks “come within the framework of the Hamas political bureau’s contacts with some European parties and its policy of openness towards the Europeans.”

Ongoing detention

After the capture of an Israeli soldier in Gaza in 2006, Israel arrested eight ministers and 26 PLC members of the Hamas-affiliated Change and Reform Bloc.

Israel did not oppose the participation of any Palestinian blocs in the 2006 PLC elections. Yet one year after the elections, Israel declared the Change and Reform bloc illegal. Since then PLC members with the party have been accused of “membership,” “activity” and “holding a position” in an “unauthorized association” (Addameer page on Palestinian Legislative Council Members).

At its meeting, the IPU committee on human rights examined 70 cases in 37 countries, including those of the 23 Palestinian parliamentarians who are held without charge inadministrative detention in Israeli jails. Twenty of the detained parliamentarians are members of the Change and Reform Bloc.

While each administrative detention order lasts for as much as six months, the Israeli authorities frequently renew the orders, therefore resulting in the PLC members being unable to carry out their legislative and oversight functions. The IPU Committee has called upon the Israeli authorities to abandon the practice of detaining elected representatives.

Following its participation in the IPU meeting, the Hamas delegation paid a visit to the Swiss national parliament in Bern.

“We also met with the Red Cross in Geneva, the vice-mayor of Geneva and with Islamic organizations in different cantons,” al-Masri told The Electronic Intifada. “The event in Geneva was the best attended.”

Al-Masri was referring to an event organized by the human rights group Droit pour Tous (Rights for All) to commemorate the anniversary of Operation Cast Lead, Israel’s attack on Gaza in late 2008 and early 2009. The event, hosted by the University of Geneva, was attended by approximately 500 persons.

“Don’t always follow the US”

In a fully-packed lecture hall, al-Masri recalled the devastation that was wreaked during the Gaza attacks.

“All persons who were complicit in the war crimes committed in Gaza should be taken to court,” he said. “Although the pro-Israel lobby has tried to jeopardize our visit to Geneva, we are here to tell you about our suffering under the siege of Gaza. We are here to defend the rights of the Palestinian people living in Gaza and in the West Bank, to defend the rights of all the political prisoners and to defend the rights of the Palestinians who live outside Palestine.”

Al-Masri called on European states to be just and impartial and not always to follow the United States.

“The European Union made a mistake by adding Hamas to its terrorist list. Hamas was elected by the people. The European countries should apply international law. Our ultimate goal is to obtain our freedom by all means. No matter the strength of our occupier, justice will win. ”

A Socialist Party member of the Swiss national parliament, Carlo Sommaruga, told the audience that “it does not make sense to bury one’s head in the sand. Hamas won the majority at the 2006 elections and then the movement and the Palestinian people were marginalized by the United States and Europe — a policy that has brought us nowhere.”

Sommaruga expressed his support for the Palestinian-led campaign for boycott, divestment and sanctions (BDS) against Israel.

“I was an activist against the racist apartheid regime in South Africa,” he said. “We boycotted products, wanted to end financial relations and called for a cultural boycott. We have to do the same today. Every person has a responsibility. Everyone can participate in the BDS movement.”

The Change and Reform Bloc delegation was able to visit Switzerland because the Swiss authorities did not give in to pressure from Israel and pro-Israel forces in Switzerland. TheIPU Committee called on Israel to end its practices that obstruct PLC members from carrying out their parliamentary mandate.

Time will tell if other governments in Europe support the call of the IPU by pressuring Israel to end the oppression of Palestinian parliamentarians.

(electronicintifada.net / 21.01.2012)

Deserteurs Syrië claimen verovering stad

Demonstraties in Syrië.
Syrische deserteurs hebben zaterdag de stad Douma onder hun controle gebracht. Dat heeft de mensenrechtenorganisatie Syrian Observatory for Human Rights zaterdag gesteld op gezag van militanten in de stad ten noordoosten van Damascus.

Volgens de bronnen hebben de deserteurs na hevige gevechten met het regeringsleger alle districten van de stad onder controle. Een onafhankelijke bevestiging van het bericht is niet voorhanden.

Douma is al maanden een van de bolwerken van het verzet tegen president Bashar al-Assad.

(www.parool.nl / 21.01.2012)

President’s office denies Abbas leaving Palestine

BETHLEHEM (Ma’an) — An advisor to President Mahmoud Abbas denied on Saturday reports claiming Abbas was planning to leave Palestine and coordinate its politics from abroad.
Nimir Hamad said “the news about Abbas leaving Palestine due to fear of being targeted by Israel, as happened to (former Palestinian leader Yasser) Arafat, is not true at all.”

Hamad accused Israel of inciting against Abbas and his leadership. He cited remarks by right-wing members of Benjamin Netanyahu’s government blaming Abbas as an “obstacle” to the peace process.

(www.maannews.net /21.01.2012)

News from Syria 21.01.2012 II

Because this evening, a lot of news about heavy clashes, gunfire and explosions was coming out of Douma. Very fluid situation

Mixed info coming in from Douma. Something big has definetely just happened there, but the details are not known fully

Massive explosion in Douma near the Corniche

Old picture of clock square in Homs, nice snow and mushroom lights

 

#Idlib Mahmoud Ahmed Shahoud was martyred by the sec forces’ bullets while trying to aid the wounded in the National Hospital

#Daraa Nawa Violent clashes between members of the Free Syrian Army and soldiers of the regime’s army near Awfa Bridge and Hajar Mosque

Homs in 1894! This is the same area where clock square is today

Arab League observers and foreign media in Zabadani today

(01-21-2012) #Homs | More defections in Assad army – FSA

Formation of Omar Al-Mokhtaar battalion – Free Syria Army

(01-21-2012) Aleppo | sergeant Ahamd Salem defects and joins Free Syria Army -FSA

Formation of Ahrah Al-Forat battalion – Free Syria Army

Opposition urges Arab League to refer Syria to UN

CAIRO (Reuters) — The opposition Syrian National Council has formally asked the Arab League to refer the Syrian crisis to the U.N. Security Council, after Arab observers failed to end the bloodshed, an opposition spokeswoman said.
Syrian opposition groups have called in the past for the case to be referred to the Security Council but had not made a formal request to the 22-member League, whose foreign ministers are due to discuss the Syrian crisis on Sunday.

“We think that when the Arab League refers the case to the United Nations and to the Security Council the situation will change,” SNC spokeswoman Basma ElKadamny told reporters in Cairo on Saturday.

Asked about Chinese and Russian opposition to any Security Council involvement, she said: “When the Arab League transfers the case to the United Nations and affirms to the world that the Syrian regime is not cooperating with the Arab League, all countries will have to take new positions.”

(www.maannews.net / 21.01.2012)

Syria: Mass protest in opposition-controlled town

BEIRUT (AP) — Buoyed by the opposition’s control of a town near the Syrian capital, thousands of people held anti-government protests Friday, chanting for the downfall of the regime. At least eight people were killed by security forces across the country, activists said.

In Egypt, two Arab League officials said the organization is likely to extend its observer mission in Syria, despite complaints from theSyrian opposition that it has failed to curb the bloodshed in the country.

One of the largest demonstrations Friday was in the mountain town of Zabadani, where some 12,000 people took to the streets to celebrate their success in repelling government troops.

President Bashar Assad’s forces attacked Zabadani, some 17 miles (27 kilometers) west of the capital, for six days, sparking fierce fighting that involved heavy bombardments and clashes with army defectors. On Wednesday, government tanks and armored vehicles pulled back, leaving the opposition in control of the town.

“It’s a natural reaction to the victory in Zabadani, it has lifted people’s morale,” an activist in the town said of Friday’s demonstration. He spoke on condition of anonymity for fear of reprisals.

The Syrian opposition has on several occasions throughout the uprising gained control of a town or city, but ultimately forces loyal to Assad have retaken them. It is unusual, however, for the army to take so long to recapture a town so close to the capital.

Arab countries and the West have so far failed to reach any consensus on how to counter the regime crackdown which, along with other violence, has left an estimated 5,400 people dead over the past 10 months.

Foreign ministers for the Arab League were set to meet Sunday in Cairo to discuss the future of a one-month observer mission aimed at halting violence in Syria, which expired on Thursday.

Two senior officials in the 22-member pan-Arab body said the discussions are leaning toward keeping the 150-member mission in place because the time is not right for “escalation” and the international community is not yet ready for intervention in Syria.

They said several League members opposed to the extension of the mission had changed their position in recent days. The officials agreed to talk about the discussions ahead of the Sunday meeting on condition of anonymity.

Activists have said that the Arab observers have failed to curb the bloodshed. Many in the Syrian opposition have called for the dispatch of foreign troops to Syria to create safe zones for dissidents, or even a more wide-ranging military mission similar to the air campaign which helped Libyan rebels bring down dictator Moammar Gadhafi last year.

Qatar, a harsh critic of the Syrian crackdown on protesters, called last week for Arab troops to be sent to the country.

Syria has said it “absolutely rejects” any plans to deploy Arab troops to the country, while Russia Wednesday threatened to block any U.N. Security Council resolution authorizing the use of force.

One League official disputed that the observer mission had failed. He said the 150 observers have helped to “break the barrier of fear,” especially in and around the capital Damascus. Some Arab League officials have said that the ministers meeting on Sunday may decide to double that number to 300 observers.

Human Rights Watch urged the Arab League to make its monitors’ report public “to address increasing concerns that its monitoring mission is being manipulated by the Syrian authorities.”

Syria’s regime has grown increasingly isolated over the past 10 months as it waged a brutal military crackdown on an anti-government uprising inspired by the Arab Spring revolts across the region.

Oil Minister Sufian Allaw said Thursday that Western sanctions on Syrian oil exports have cost the country $2 billion since September.

Activists said that least eight people were killed in Syria Friday, including six activists in two villages in the country’s northern Idlib province and a warrant officer whose body was found dumped in the street in the southern city of Daraa after he had been kidnapped from his home earlier.

The Local Coordination Committees activist network accused pro-regime forces of the warrant officer’s killing and said he had been helping the opposition.

Thousands of regime opponents protested across the country following Muslim prayers Friday, some of them calling for the withdrawal of the observers.

“Arab League, your hands are now soiled with the blood of Syrians,” said one banner carried by protesters in a Damascus neighborhood, a video of which was posted on the Internet.

In addition to Zabadani, some of the largest protests were held in the Damascus suburb of Douma, another hub of regime dissent. Activists said around 20,000 people demonstrated there.

Protesters also called for the release of thousands of detainees, denouncing an amnesty declared by Assad on Sunday for “crimes” committed during the 10-month uprising. His government blames the violence in Syria on terrorists and armed gangs that it claims are part of a foreign conspiracy to destabilize the country.

Many in the opposition say the amnesty is merely a media smoke screen.

Rami Abdul-Rahman, director of the Observatory, said about 4,000 detainees were released this week, many of them on bail and pending trial. But he said 20,000 more were believed to be detention, not counting thousands of soldiers who were imprisoned for trying to desert.

“It was an amnesty for the media, nothing more” he said.

(news.yahoo.com / 21.01.2012)

Woman commits suicide after Bahraini brutality

An elderly Bahraini woman has committed suicide over depression that she developed following the Saudi-backed regime forces’ beating of her son.

According to the Bahrain Center for Human Rights, 59-year-old Badriya Ali self-immolated on the rooftop of her home in the northern village of Sanabis, about 5.5 kilometers (3.5 miles) west of the capital, Manama, on Saturday.

The Bahraini woman had suffered from severe depression after the Bahraini security forces raided her residence in April 2011 to arrest her son, Ahmed Mushaima. Security forces beat Ahmed severely in front of his mother before taking him into custody.

The Bahraini officers also wrote, “Long live Khalifa” on the walls of Badriya’s home.

Bahraini regime forces have several times attacked anti-regime demonstrations in Sanabis over the past few weeks.

Dozens of people have been killed and hundreds more arrested or fired from their jobs since the beginning of the popular uprising in Bahrain in February 2011.

Witnesses said that Salma Mohsen, an 81-year-old woman, died on Saturday after inhaling tear gas fired by regime forces inside her house in the northwestern village of Barbar.

On Sunday, King Hamad bin Isa Al Khalifa proposed constitutional amendments that would allow the elected parliament to question the ministers without seeking prior approval from the upper house.

However, the main Bahraini opposition party, al-Wefaq, censured the proposal and said in a statement issued on Sunday that the Bahraini people will not stop their demonstrations against the Manama regime until their demands are met.

(www.europeanphoenix.com / 21.01.2012)

Muslim Brotherhood tops Egyptian poll result

Brotherhood’s Freedom and Justice Party wins 47 per cent of seats, with al-Nour party coming in second, officials say.

The Salafi al-Nour party took 24 per cent of all seats in the lower house, the latest results show 

The Freedom and Justice Party (FJP), which represents Egypt’s Muslim Brotherhood, has won 47 per cent of all seats in the country’s election for the lower house of parliament, the election commission has said.

The FJP won 235 seats in the new People’s Assembly, Abdel Moez Ibrahim, the head of the country’s election commission, announced on Saturday.

It also secured 127 seats on party lists, while its candidates won another 108 in first-past-the-post constituency votes, where votes were cast for individual candidates.

The hardline Islamist Salafi al-Nour party has won 24 per cent of all seats on offer.

The liberal al-Wafd party won about seven per cent of the seats, according to the latest results. The remaining 22 per cent of seats were split amongst smaller political parties.

The election commission says that voter turnout was 54 per cent in the polls.

The FJP has named Saad al-Katatni, a leading Muslim Brotherhood official who has previously sat in parliament as an independent, as speaker of the assembly.

Katatni has told the Reuters news agency that he intends for the role of the assembly to “reconciliatory”.

“The priorities are meeting the demands of the revolution,including the rights of the injured and those killed in the
uprising,” he said.

New constitution

The landmark elections for the lower house of parliament, held in three stages, were the first since the fall of Hosni Mubarak, the former president, who was overthrown by a popular uprising in January last year.

Two-thirds of the 498 seats up for election were reserved for those belonging to registered political parties (refered to as ‘closed party lists’), while the remaining one-third of seats were contested by individuals.

Ten seats were reserved for appointees of the Supreme Council of the Armed Forces (SCAF), the military council that has been ruling Egypt since Mubarak fell.

“This parliament, that has its opening session on Monday, has very limited powers,” reported Al Jazeera’s Sherine Tadros from Cairo, the Egyptian capital.

“The most important thing that it will be doing in the coming weeks and months, is setting up a 100-member body that will then write the constitution.”

Elections for the upper house of parliament will be held in February, after which the constituent assembly will be chosen.

A new president is to be elected by June under a timetable decided by the SCAF. Candidates can register for that election by April 15.

(www.aljazeera.com / 21.01.2012)