Waarom geen aanval op Israël?

Het is nu of nooit. Dat zei de Duitse keizer in augustus 1914. Nog langer wachten, en de kans om de Engelsen en Fransen te verslaan was voorgoed verkeken. Met eenfrische fröhliche Krieg wilde Wilhelm die twee landen een lesje leren. Datzelfde geluid klinkt nu in kringen van de Israëlische regering. Nú Iran aanvallen, want straks is het te laat! Over zes maanden beschikt Iran over een atoombom, zo wordt daar gefluisterd. En dan verkeert Israël in levensgevaar. Met name premier Netanyahu schijnt een voorstander te zijn van een dergelijke ‘preventieve aanval’. Collega-ministers aarzelen of zijn tegen – maar de ultra-orthodoxe coalitiepartijen Israël ons huis en Shasstaan bijna te springen van enthousiasme. Eindelijk oorlog!

Israël in gevaar? Geklets natuurlijk. Israël beschikt zélf over meerdere atoombommen en kan, in geval van een Iraanse aanval, met véél meer atoomgeweld terugslaan. Begin deze maand lanceerden de Israëli’s nog een langeafstandsraket die met gemak Iran kan bereiken. Als het bewind in Iran het volstrekt dwaze besluit neemt haar eerste bommetje gelijk ergens te droppen, tekent het zijn eigen doodvonnis. Atoombommen zijn om mee te dreigen. Ze verstoren het politiek evenwicht niet, ze versterken het. Atoommachten vallen elkaar niet aan – als de Koude Oorlog ons één ding heeft geleerd, dan is het dát.

Blufpoker
Volgens sommigen is het blufpoker. De IAEA komt deze week met een rapport over Iran, en daarin zal ongetwijfeld te lezen zijn dat Teheran nucleair onderzoek doet dat gericht is op de ontwikkeling van een atoombom. Met haar agressieve optreden, zo wordt gezegd, probeert Israël de VN over te halen zo streng mogelijke sancties af te spreken – de Fransen hebben daar nu al toe opgeroepen. Als dat zo is, dan is dat een vorm van diplomatie die we meer gewend zijn van frisse types als Gadaffi en Mugabe. Maar voor Netanyahu en zijn makkers zijn hiermee méér voordeeltjes te behalen.

Buitenlandse boeman
Het land verkeert in een ernstig isolement, dat alleen maar groter wordt. Het kan wel een buitenlandse boeman gebruiken, want die worden nogal zeldzaam. Ooit kon Israël zichzelf presenteren als dat kleine sprankje democratie in het Midden-Oosten. Een eiland van welvaart en beschaving in een zee van barbarij. Goed, het land valt niet te regeren zonder de steun van radicale orthodoxe partijen die de Palestijnen het liefst op oudtestamentische wijze over de kling zouden jagen. En goed, het houdt wat gebieden bezet, en de bewoners daarvan worden gediscrimineerd, dagelijks vernederd, uit hun huizen gezet, van hun grond en goed beroofd, en ga zo maar door – maar ja, buiten Israël was alles nog véél erger – niet?

Economische dwerg
Nee, niet meer. Ten eerste: Israël is een economische dwerg geworden in de regio. De Turkse economie is inmiddels vijf keer zo groot als die van Israël en groeit nog steeds fenomenaal – en Turkije wás ooit een bevriende natie maar heeft de laatste jaren héél duidelijk de kant van de Arabische wereld gekozen. Israël drijft op Amerikaans geld – maar zakt in feite af naar derde-wereldstatus. Ten tweede, Tunesië, Libië en Egypte zouden wel eens democratieën kunnen worden. Met een beetje geluk wordt Syrië dat ook. Wellicht democratieën met wat fundamentalistische partijtjes die de sharia willen invoeren, maar dat is perfect vergelijkbaar met die religieus-hysterische schreeuwpartijtjes in Israël. En waarschijnlijk kun je daar nooit bij de Burgerlijke Stand opgeven dat je ‘ongelovig’ bent, maar dat kun je in die democratie Israël óók niet – daar is iedereen voor de staat verplicht ‘joods’. Over derdewereldland gesproken.

Maar er is één groot verschil: die nieuwe Arabische democratieën hebben geen bezette gebieden. En hun komst zal  een enorme stimulans zijn voor het Palestijnse verzet. Israël gaat zéér zware jaren tegemoet. Inschikken, onderhandelen – dat zou wijs zijn. Maar daar is het land niet toe in staat. Een gemeenschappelijke boeman (Iran! Kernwapens! O wat zijn we kwetsbaar!) is dus zeer welkom.

Israëlische arrogantie

Ondertussen wordt de hele wereld behoorlijk zenuwachtig van de Israëlische gedreig. De Amerikaanse minister van Defensie Panetta heeft de Israëli’s in het geheim gevraagd van tevoren op de hoogte te worden gebracht van een eventuele aanval, maar hij kreeg (naar het schijnt) nul op rekest. Washington zal wel zien wat er gebeurt. Het is de ouderwetse Israëlische arrogantie, ontstaan doordat het land ruim dertig jaar onverkort kan rekenen op Amerikaanse steun – wat het ook flikt. En het stupide verhaal van enige weken geleden over een door Iran beraamde aanslag op de Saoedische ambassadeur in Washington (paniek! Alarm! En daarna werd het héél stil…) geeft wel aan dat er ook binnen de VS krachten zijn die richting een confrontatie bewegen.

Roekeloze aanval
Jeruzalem weet dat dreigen met een aanval voorlopig voldoende oplevert. Maar er kan een moment komen dat men daar, net als keizer Wilhelm, tot de conclusie komt dat de aanval de enige optie is. Dat een roekeloze aanval op Iran de enige manier om de wereldkaart eens flink overhoop te gooien – om te vermijden dat het land anders langzaam maar zeker steeds meer macht zal verliezen. De gevolgen van een dergelijke aanval zien uiteraard niet te overzien. Als Israël toeslaat, zullen de VS ongetwijfeld haar kant kiezen. En de Britten hebben al laten weten dat ook zij dan de kant van Israël en de VS zullen kiezen. Het is het recept voor een herhaling van het Amerikaanse Irak-drama. Maar dan op nog grotere schaal, veel bloediger en met catastrofale internationale gevolgen. De rest van wereld (Frankrijk, Duitsland, Rusland, India, China) zal bereid zijn om, als het zo ver dreigt te komen, een dergelijke catastrofe te voorkomen. Een preventieve aanval op Israël is dan waarschijnlijk de snelste oplossing.

Dit is het persoonlijke blog van Marcel Hulspas, wetenschapsredacteur en columnist van De Pers en DePers.nl.

(www.depers.nl / 08.11.2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *