Marokkaans-Nederlandse politici en hun dilemma’s

Latif HasnaouiLatif Hasnaoui

In Utrecht zijn gisteravond Marokkaans-Nederlandse politici uit het hele land bijeengekomen om te praten over de positie van moslims in Nederland. Daarbij ging het over het verbod op ritueel slachten, maar ook over de dreiging van een verbod op jongensbesnijdenis en verbod op het dragen van een hoofddoek.

Die onderwerpen zijn erg belangrijk binnen de Marokkaanse en islamitische gemeenschap in Nederland. De politici spraken over hun rol als Marokkaans-Nederlandse politici in dit debat. De politici zitten in een dilemma. Enerzijds willen ze opkomen voor de belangen van hun achterban, anderzijds willen zij ook de politieke lijn van hun partij volgen.

Het debat is een initiatief van Latif Hasnaoui. Hij is raadslid voor de PvdA in Den Bosch en hij heeft een Marokkaanse achtergrond. Hasnaoui maakte zich het afgelopen jaar steeds meer zorgen over het politieke klimaat in Nederland. Die zorgen werden groter nadat zijn partij in de Tweede Kamer instemde met het wetsvoorstel voor het verbod op ritueel slachten. In zijn ogen worden steeds meer aspecten uit het leven van een moslim beperkt. Daarbij was hij van mening dat Kamerleden niet opkwamen voor de rechten van moslims.

Afkomst

Het debat over de vertegenwoordiging van moslims in de politiek speelt al langer. Oud-hoogleraar Wasif Shadid zwengelde het debat in een opiniestuk in de Volkskrant aan, waarin hij kritiek had op allochtone Kamerleden. Het Rotterdamse PvdA-raadslid Zeki Baran reageerde door te stellen dat het niet om de afkomst van een politicus gaat.

Hasnaoui benadrukte als reactie dat moslim-Kamerleden de anti-islamretoriek streng moeten weerspreken, omdat die de beeldvorming over hun kiezers negatief beïnvloedt. Daarover ging Hasnaoui ook met Groenlinks-Kamerlid Tofik Dibi in debat bij Pauw en Witteman.

Tijdens de bijeenkomst was het debat even scherp als het in de media wordt gevoerd. De meerderheid van de aanwezige politici was en is raadslid en het grootste deel daarvan van de PvdA. Het PvdA-raadslid Fanida Kadra uit Weert had veel kritiek op islamitische Kamerleden. “Tijdens campagnes gingen ze vrolijk mee naar de moskee en het theehuis, maar tijdens het debat over het verbod op ritueel slachten gaven ze niet thuis. Waar zijn ze trouwens?”

De meeste raadsleden waren het er wel over eens dat er in Nederland ook opgekomen moest worden voor de rechten van moslims. Het verschil zat in de argumenten. Hasnaoui vindt dat een moslimpoliticus op moeten komen voor moslims, zoals een ondernemer dat doet voor ondernemers. Het Rotterdamse Groenlinks-raadslid Nourdin el Ouali vindt dat het niet moet gaan om het opkomen voor een geloof, maar voor het principe.

“Het is ook niet aan de politicus om aan de moslims te vertellen wat volgens hun geloof wel of niet mag. Bovendien was het debat over ritueel slachten een kans voor Tofik Dibi om juist te pleiten voor de scheiding van kerk en staat. Zodat het ritueel slachten behouden bleef.”

Islamitische lobby

Het debat werd afgesloten met de conclusie dat de islamitische lobby in Nederland tekort schiet, waardoor de rechten en belangen van moslims onder druk komen te staan. Daarom hoopt Hasnaoui dat de bijeenkomst het begin is van een proces, waarbij politici meer opkomen voor de rechten van de moslimminderheid in Nederland.

(nos.nl / 05.11.2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *