De belofte van de moderne islam

Een hoogontwikkeld land als Maleisië laat zien dat vooruitgang en een gematigde vorm van de islam goed samengaan. Moderne moslims willen dat het land, samen met Indonesië, een rol speelt in de strijd tegen terrorisme en extremisme. Maar in plaats van bemiddelaar te zijn, raken progressieve islamitische denkers in Zuidoost-Azië in het verdomhoekje: gewantrouwd door de traditionele moslim, vervreemd van hun eigen wortels.

Bij de verkiezingen in maart maakt het Maleisische volk een overweldigende keuze voor de progressieve islam van premier Abdullah Badawi en tegen de orthodoxe leer van de moslimfundamentalistische tegenpartij. ‘Progressieve islam is de sleutel’, zei premier Abdullah Badawi de dag na de verkiezingsoverwinning waarbij de extremistische moslimpartij PAS het nakijken had. Vijf jaar terug had deze partij de macht gekregen over de twee oostelijke provincies Kelantan en Terengganu. De grote verkiezingszege van Badawi heeft de macht van de moslimfundamentalisten nu weer beperkt tot de provincie Kelantan, waar ze sinds eind jaren tachtig aan de macht zijn. Hoe kon zo’n grote overwinning voor de progressieve islam plaatsvinden in een islamitische wereld waar moslimfundamentalisten aan de winnende hand lijken? Velen zeggen dat het in de eerste plaats door premier Abdullah Badawi zelf komt. Zijn voorganger, Mahathir Mohamad, die 21 jaar premier was, stond bekend als een corrupt, autocratisch heerser die zijn vijanden in de gevangenis zette en het geld van de staat spendeerde aan megaprojecten. Toen Badawi het van hem in oktober overnam, bleek dat hij niet dezelfde megalomane trekjes als zijn voorganger heeft. Hij zette enkele megaprojecten, zoals de controversiële bouw van een enorme dam in Oost-Maleisië, de Bakun-dam, voorlopig stop. Ook pakte hij de corruptie aan. En: Badawi is een islamitische schriftgeleerde die de gematigde islam aanhangt.   Succesvolle formule De verkiezingszege van Barisan Nasional, de coalitiepartij van Abdullah Badawi, houdt ook de plannen van de moslimfundamentalisten voor een islamitische staat tegen. Maleisische burgers zijn gaandeweg gewend geraakt aan de vrijheid en ontwikkeling van de afgelopen decennia. ‘Maleisiërs hebben laten zien dat ze zich bij de verkiezingen in 1999 niet zozeer naar de islam hadden gekeerd omdat ze meer islamitische retoriek, islamitische wetgeving en privileges voor moslims willen’, zegt Patricia Martinez, onderzoeker op het gebied van islamitische studies aan de Universiteit van Maleisië. ‘Ze wendden zich tot de moslimfundamentalistische partij omdat ze hoopten dat die een einde zou maken aan oneerlijke praktijken, ongelijkheid, arrogantie en corruptie.Voor Maleisiërs is trouw aan de islam niet in tegenspraak met hun ontwikkeling, moderniteit en de multiculturele samenleving. In voorgaande jaren heeft de islamitische wereld Maleisië nu juist voor deze succesvolle formule geprezen, al schijnt men dat een beetje uit het oog te hebben verloren.’ Het redactioneel van het Australisch dagblad The Age gaat nog een stapje verder: ‘Extremisme gedijt alleen onder extreme politieke en economische omstandigheden. De verkiezing in Maleisië laat zien dat de meeste moslims, zolang ze een redelijke mate van gerechtigheid en welvaart genieten, het pad van de modernisering zullen kiezen.’ Precies met deze islam hopen Abdullah Badawi en zijn Barisan Nasional de moslims én niet-moslims voor zich te winnen, en niet alleen in het binnenland. Ook internationaal wil Maleisië zich profileren als een land met een progressieve en tolerante islam. Badawi’s voorganger Mahathir Mohamad bekritiseerde de moslimwereld regelmatig als zijnde achterlijk en was een groot voorstander van een islam waarin plaats is voor ontwikkeling, moderniteit en wetenschap. ‘In Maleisië zoeken we binnen de islam de balans tussen het leven hier, in deze wereld, en het hiernamaals. Wij willen ons ontwikkelen en modern zijn’, zegt ook Shaikh Mohammad Saifuddeen, die op persoonlijke titel spreekt maar verbonden is aan Ikim, het Instituut voor Islamitische Interpretatie in de hoofdstad Kuala Lumpur. Ikim onderzoekt hoe moderne, wereldse zaken als biotechnologie, het bank- en verzekeringswezen, psychologie, informatietechnologie en wetenschap in de islam passen. Nu de moslimwereld in rap tempo aan het globaliseren is, krijgt deze te maken met zaken die in eerste instantie tegen de leer van islam lijken in te druisen, maar bij nader inzien heel goed daarmee te verenigen zijn.

Saifuddeen geeft toe dat veel moslims de islam louter als een religie van het hiernamaals beschouwen, en als gevolg daarvan hun eigen ontwikkeling veronachtzamen. ‘Dat is ook het idee van westerlingen: dat we een religie aanhangen die ontwikkeling tegenhoudt. De westerse media benadrukken vooral het negatieve imago en associeert de islam steevast met de Arabieren van het Midden-Oosten, terwijl Indonesië veruit het grootste moslimland is. De Arabische wereld trekt alle aandacht, zeker als er iets verkeerd gaat. Maar hier is de situatie heel anders.’

De grootste en de hoogste

De omslag kwam op 11 september 2001, de dag van de aanslag op onder andere het World Trade Centre in New York. Tot die tijd was Maleisië in de ogen van de Verenigde Staten het land dat mensenrechten veronachtzaamde en de oude Internal Security Act, een koloniale veiligheidswet, inzette om extremisten en andere fanatici zonder eerlijk proces op te sluiten. Maar 11 september namen tal van landen, waaronder ook de VS, eenzelfde soort wet aan.

Saifuddeen: ‘Maleisië wordt in de ogen van het Westen nu ineens gezien als het ideale voorbeeld: een islamitisch land dat extremisten aanpakt. En vanuit de islamitische wereld, bijvoorbeeld vanuit Iran en Libië, is er belangstelling voor hoe ons land zich zo heeft kunnen ontwikkelen en hoe het zich zonder het kafir (niet-gelovige – BA) Internationaal Monetair Fonds door de economische crisis heen heeft geslagen. Maleisië vindt dat de Organization of Islamic Conferences, het belangrijke overleg van 56 islamitische landen, een grotere rol moet spelen in de wereld, en Maleisië wil in dat platform een voortrekker zijn.’ En ondertussen houden Maleisische intellectuelen lezingen in de VS en in Europese landen om te laten zien dat Maleisië de Grote Uitzondering is in de islamitische wereld: een land waar vrede en vooruitgang plaatsvindt juist omdát er gekozen is voor een progressieve, tolerante vorm van islam.

Saifuddeen: ‘Er werd vaak kritiek geleverd op de obsessie van de voormalige premier Mahathir om van alles de grootste, de hoogste enzovoort neer te zetten. Maar hij had er een reden voor. De hoogste toren ter wereld en de Formule 1-autoraces die sinds 1999 hier worden gehouden, hebben Maleisië op de kaart gezet. Mensen weten nu dat Maleisië een modern, progressief én islamitisch land is, dat dit allemaal voor elkaar krijgt. Bovendien ken ik geen ander land waar moslims en niet-moslims samenleven zonder dat die verscheidenheid grote problemen geeft. We verwijzen in dat opzicht graag naar Medina, de eerste islamitische staat in de zevende eeuw. Die was multicultureel: christelijke en islamitische Arabieren en joden woonden er in vrede bij elkaar. Maleisië is het Medina van nu.’

Zelfkritiek

‘Jakarta is geen Djeddah’, stelt Karim Raslan, verwijzend naar de Arabische stad die vlakbij het islamitische heiligdom Mekka ligt. Raslan is islamitisch advocaat in Maleisië en schrijver die zich heeft gespecialiseerd in Zuidoost-Azië. ‘De Zuidoost-Aziatische islam is hoofdzakelijk tolerant en progressief. Er is hier altijd een kruisbestuiving geweest met andere religies zoals het hindoeïsme, boeddhisme en taoïsme.’

Volgens Raslan kunnen progressieve islamitische landen als Maleisië en Indonesië een belangrijke rol spelen in de strijd tegen extremisme en terrorisme, juist vanwege hun gematigde opstelling. In een land als Indonesië bestaan bloeiende islamitische wetenschappelijke centra, waar een opleving plaatsvindt van hun historische taak van ijtihad, het principe van ondervraging, zelfkritiek en vernieuwing, dat de islam ooit tot pionier maakte op het gebied van wetenschap, technologie en maatschappij. Zoiets is vandaag de dag ondenkbaar in de orthodoxe seminaries van Medina en Caïro. Raslan: ‘De gematigde geleerden van Indonesië zijn devoot, goed op de hoogte van de koran en spreken vloeiend Arabisch. Ze kennen de islamitische klassieke werken, zijn getraind in fiqh (islamitische jurisprudentie) en hebben soms aan westerse universiteiten gestudeerd. Ze genieten voldoende vertrouwen om te kunnen debatteren en hun eigen ultraconservatieve geloofsgenoten te confronteren op allerlei gebieden, van jihad tot vrouwenrechten.’ Ook wijst Raslan op grote islamitische organisaties in Indonesië, waarbij het grootste deel van de bevolking is aangesloten – organisaties die staan voor democratie en vooruitgang.

‘Zuidoost-Aziatische gematigde moslims zijn in een titanenstrijd verwikkeld om de leidersmantel af te pakken van religieuze autoriteiten die een Arabië uit de achtste eeuw willen herscheppen,’ vertelt Raslan, die daarnaast veranderingen in Zuidoost-Azië signaleert, die te maken hebben met de bereikbaarheid van Mekka en als gevolg daarvan de invloed van het bedevaartsoord. ‘Vroeger duurde het weken om van hieruit naar Mekka te komen, nu slechts enkele uren. Mensen van hier denken steeds vaker dat hun geloof niet puur is. Er is een gevecht gaande over de ziel van de islam tussen degenen die geloven in de puurdere uitdrukking van godsdienst, zoals in Saoudi-Arabië, en de aanhangers van de pragmatischer vorm uit Zuidoost-Azië.

Niet iedereen ziet de rol van intermediair – of voorbeeld, in het geval van Maleisië – voor Maleisië en Indonesië weggelegd. De Maleisiër Farish Noor, politiek wetenschapper aan het Centrum voor Modern Oriëntale Studies te Berlijn, vraagt zich af hoe vooruitstrevend dergelijke landen nu werkelijk zijn. Intellectuele islamitische instituten als Ikim bestaan in zowel Maleisië als Indonesië, maar volgens Noor bereiken hun elitaire boodschappen over een modernistische islam nauwelijks de gewone islamitische bevolking.

Bovendien: wat is een progressief moslimland? Een staat met een gematigde islam, zonder het islamitisch strafrecht, zoals in Turkije, en zelfs Irak? Moet het land daarnaast ook nog tolerant zijn tegenover minderheden, zoals in Indonesië? Tellen de economische vooruitgang en een kenniseconomie mee, zoals in Maleisië? Of betekent ‘progressief’ niet meer dan ‘geallieerden’, zoals de VS het lijken te definiëren? Het is duidelijk dat een progressief land meer is dan alleen een plek waar de hoofddoekjes af mogen. Of zelfs moeten, zoals in Turkije.

‘Het hangt er vanaf wat we verstaan onder gematigde progressieve staten’, zegt Noor, een van de essayisten van het boek Progressive Muslims, dat eind vorige maand is verschenen. ‘We hebben kunnen zien dat de internationale betrekkingen na 11 september volledig worden beheerst door de Amerikaanse “oorlog tegen terreur”. De VS lijken een unilaterale positie in te nemen om zo alle vijanden – echte of vermeende – van de aarde weg te kunnen vagen.’

Verhoogde spanning

Tot de landen die door de VS als gematigd en progressief worden gekwalificeerd, behoort naast Turkije, Indonesië en Maleisië, ook Pakistan, een land waar onder het islamitische strafrecht verkrachte vrouwen zonder getuigenissen de doodstraf kunnen krijgen. Al deze zogeheten gematigde landen kennen een zeer slechte mensenrechtensituatie, zegt Noor. Turkije onderdrukt nog altijd de Koerden. Pakistan is een disfunctionele staat met het leger aan de macht. Indonesië doodt islamieten in Atjeh. En het nieuwe hoofd veiligheid daar is Generaal Hendrypriyono, die verantwoordelijk was voor de afslachtingen door het leger in Lampung (Sumatra) in de jaren tachtig, terwijl Maleisië nog altijd mensen vasthoudt onder de eerdergenoemde koloniale veiligheidswet waaronder mensen zonder rechtszaak kunnen worden vastgezet. ‘Wat voor soort progressieve, gematigde islam is dat? vraagt Farish Noor zich af, die zelf Maleisië is ontvlucht, omdat de kritiek die Noor er uitte, de regering onwelgevallig was.

Volgens Noor moeten de echt progressieve moslimactivisten, intellectuelen en schrijvers nu opstaan en verzet aantekenen tegen de illegale oorlog die de VS voeren, en ook de schending van de mensenrechten door hun eigen regeringen veroordelen. ‘Dit is hun dilemma. In veel gevallen worden gematigde moslims die zich tegen hun eigen regering uitspreken gedwongen om naar het buitenland te vluchten en zich uiteindelijk in Europa of de VS te vestigen, waardoor ze nog verder vervreemden van hun wortels. Ze moeten hun banden met de islamitische maatschappij juist versterken. Maar in dit klimaat van verhoogde spanning en angst voor iedere vorm van islamitisch activisme, is hun werk nog veel moeilijker geworden.’

In plaats van een bemiddelende rol te spelen lijken progressieve moslims in een verdomhoekje te komen. Ook in de ogen van traditionele moslims, zegt Noor. ‘De traditionalisten zijn overigens niet allemaal conservatief of bekrompen. Tal van behoudende ulama die ik heb ontmoet, zijn tamelijk open en realistisch over het tijdperk waarin wij leven. Anderzijds zijn er sommige zogenaamde progressieven niet meer dan woordvoerders voor Washington. Dat maakt het beeld des te verwarrender. Maar over het algemeen neigen de traditionalisten ertoe de progressieven te zien als moslims die zich tot het Westen aangetrokken voelen en die het culturele kapitaal en het contact met de huidige moslimmaatschappij missen.’

Critici als Noor betwijfelen daarom of progressieve moslimlanden die bemiddelende of voorbeeldrol wel kunnen spelen. Daarbij, weet hij, kijken veel Arabieren neer op het Zuidoost-Aziatische, donkerder ‘ras’. Volgens Noor zijn Zuidoost-Aziaten in de ogen van de islamieten uit het Midden-Oosten mindere moslims; half gegijzeld door het Westen hangen die een soort Coca-Cola-islam aan.

© onzeWereld Media mei 2004

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *